Leve de rituele slacht!

De gemiddelde vleesconsument stond tot voor kort niet vaak stil bij het produktieproces dat voorafging aan de feestelijk opgediende tournedos of karbonade. Als men met Kerst naar huis reed en onderweg een vrachtwagen zag kantelen, waarna alle varkens gillend over straat renden, achtervolgd door mannen in plastic pakken en met prikstokken, en op de radio zong Dylan ‘God created all of the animals’, ja, dan raakte men wel eens somber over aard en wezen van de hedendaagse vleesindustrie.

Maar in de regel was men onverschillig. Hoeveel veganistische activisten zich ook vastketenden aan kistkalftransporten, de universele solidariteit met de rechten van het dier liet op zich wachten.
Gekke-koeienziekte, varkenspest en salmonella-kippen hebben gezorgd voor een totale doorbraak in dezen. De vleesverwerkende industrie klaagt over dalende omzetcijfers en probeert de consument te overtuigen van de noodzaak de vleesconsumptie op peil te houden. Tot nog toe zonder succes: het vegetariërschap neemt hand over hand toe.
De estafette van berichten over massavernietigingsoperaties op varkens en koeien, soms louter door symbolisch-rituele overwegingen ingegeven, luidt een cruciale fase in van nieuwe ideeën over de plaats van de mens in de kringloop van eten en gegeten worden. De zorg over de ‘condition animale’ in de bio-industrie is niet langer gemonopoliseerd door muesli etende idealisten. Ook Otto Normaalverbruiker is uit puur lijfsbehoud wakkergeschud. In brede kring dringt het inzicht door dat er iets mis is in de kweek- en slachthuizen van het consumptieparadijs. De geavanceerde fok- en slachttechnieken lijken bij te dragen aan een degeneratie van de kwaliteit van de bief- en varkenslappen. De heideggeriaanse kritiek op de verwording van een door technocraten overheerste consumptiemaatschappij kreeg eindelijk zijn 'proof of the pudding’.
Het zijn levensgrote dilemma’s waar geen pasklare recepten voor te verzinnen zijn. In ieder geval zal er in de verhouding mens-dier een ommezwaai moeten komen. Het dier moet weer als een wezen en niet als een ding worden behandeld.
In dat kader hebben voorstanders van het rituele slachten een groot tegenoffensief ingezet. De islamitische en joodse wijze van slachten stond de laatste jaren onder toenemende druk. Dierenbeschermers drongen aan op tegenmaatregelen - met succes. Verleden jaar legde Jozias van Aartsen het helemaal aan banden. Toch kent juist het rituele slachten een aspect dat in het hedendaagse abattoir niet meer voorkomt: de directe confrontatie tussen het te eten dier en de hongerige mens. In de semitische traditie - waar de islam vanzelfsprekend ook onder valt - heeft dat een hogere religieuze offerwaarde. Tegelijkertijd zou het een manier zijn om het bewustwordingsproces te stimuleren. Wellicht moet ook de westerse samenleving terugkeren naar dit archaïsche confrontatiemodel. Dus niet dat diepvrieskuiken uit de supermarkt grijpen, maar zelf kippen houden tot de maag het van de dierenliefde wint en de nek kan worden omgedraaid. Gegarandeerd dat de vleesconsumptie zo nog voor de millenniumwisseling een controleerbaar peil bereikt.