Leve Leroy?

Er was eens een dakloze aan drugs verslaafde kindprostituee, genaamd Jeremy «Terminator» Leroy. Hij werd op zestienjarige leeftijd in San Fransisco van straat geplukt door maatschappelijk werkster Laura Al bert en haar man Geoffrey Knoop. Aangespoord door zijn therapeut begon hij te schrijven over zijn traumatische jeugd en zo begon zijn succesvolle schrijverscarrière. De glamour van Amerika, waaronder Courtney Love en Lou Reed, raakte bevriend met dit hippe wonderkind uit West-Virginia. Dit verhaal was tot voor kort waar gebeurd.

Bovenop eerdere publicaties onthulde onderzoeksjournalist Warren St. John uiteindelijk in The New York Times van 9 januari dat de androgyne schrijver JT Leroy al die tijd werd gespeeld door een meisje, Knoops halfzus Savannah. Verschillende intimi van Leroy, waaronder zijn literaire agent, zijn manager en een filmproducer, identificeerden Savannah Knoop, gefotografeerd in 2003 als model bij de opening van een modezaak, als JT Leroy. Een hoeden ontwerpster kreeg dezelfde foto te zien en bevestigde dat het model Savannah Knoop was, iemand die ze al jaren kende.

Hoogstwaarschijnlijk is Laura Albert de auteur van Leroys drie romans, waarvan Sarah (2000) en The Heart is Deceitful above All Things (2001) in het Nederlands zijn vertaald (zie De Groene Amsterdammer van 14 oktober 2005). Ze imiteerde Leroy, eigenlijk dus Savannah Knoop, over de telefoon en schreef in een schrijfklasje, nog voordat ze Leroy had «ontmoet», verhalen over pornografie, dakloze kinderen en prostitutie. Precies de onderwerpen die in Leroys romans aan de orde komen.

Wat te denken van deze zorgvuldig ge creëerde en instandgehouden mythe? Dat Albert zo veel moeite heeft gedaan om zich uit te geven voor een ander is goed te verklaren. Had zij dit niet gedaan, dan was het succes van haar romans lang niet zo groot geweest. Maar is het ethisch te verantwoorden dat zij claimde dat Leroy aids had opgelopen? Juist die claim maakte voor veel Amerikanen het steunen van Leroy tot een daad van barmhartigheid. Mogelijk wordt Albert voor dit bedrog de komende weken publiekelijk aan de schandpaal genageld, wat paradoxaal genoeg voor de verkoop van haar boeken geen slechte zaak hoeft te zijn.

Maar de echte discussie in Amerika zou moeten gaan over de moderne persoonlijkheidscultus waarin niet de waarde van het werk maar het imago van de maker leidt tot succes. Het lege vat dat JT Leroy blijkt te zijn, is zo bezien een pakkend kunstwerk dat gaat over het wezen van identiteit en vergelijkbaar is met de manier waarop Andy Warhol vaak dubbelgangers gebruikte om onze opvatting over identiteit te problematiseren. Want JT Leroy heeft wél bestaan, en wel in ons collectieve bewustzijn. Maar door deze onthulling is zijn leven aldaar beëindigd. Zoals Warhol zei: «If you want to know all about Andy Warhol, just look at the surface of my paintings and films and me, there I am. There’s nothing behind it.»