KUNST

Leve Stalin!

Socialistisch realisme uit de Stalin-tijd deugt natuurlijk van geen kant, al zijn het nóg zulke leuke schilderijen. Die kunst deugt net zo min als de kunst uit het Derde Rijk, en je zou je wel drie keer bedenken voor je daar een tentoonstelling van zou maken.

Toch wordt de Stalin-kunst blijde getoond, nu in een uitstekend overzicht in het Drents Museum, Assen. Er zijn excuses voor. Om te beginnen kan de conservator zeggen dat de kunst innig verbonden is met de onderdrukking, maar dat dat niet per se geldt voor de kunstenaar – die misschien toch ook maar een kleiner Mann was. Verder is de kunst soms zó grotesk dat het een absurdisme wordt – en dus iets wat je niet serieus hoeft te nemen. Een derde excuus: wij lezen Paustovskij en wij luisteren naar Prokovjev, en die hoorden ook tot het systeem. Zouden de schilders dan zwartere schapen zijn? Nog iets: de Russische schilderkunst had ook vóór de revolutie te kampen met staatsbemoeienis, censuur en onderdrukking; wij rekenen de schilderijen van Repin en Serov daar ook niet op af. Hm. Dan de allerbelangrijkste: die socialistisch realistische kunst was niet zo éénvormig en niet zo ideologisch gestaald als het soms lijkt. Dat is ook het standpunt van deze tentoonstelling, die vooral de variatie in de sovjetkunst wil laten zien; voor de zekerheid is er een kleine tentoonstelling aan toegevoegd, samengesteld door Russische en Nederlandse onderzoekers van het iisg, die een beeld geeft van het dagelijks leven. Vooruit.

Het is, dat moet gezegd, een bovenmenselijke prestatie van dat Asser museum. De laatste jaren is het sterk gegroeid in bezoekerstal, funding en zelfvertrouwen; het is grondig verbouwd en uitgebreid. De staf is erin geslaagd het vertrouwen te winnen van het Russisch Museum in Petersburg; alle geleende stukken komen daarvandaan. Er zijn internationale topstukken onder, van Malevitsj bijvoorbeeld, maar ook nationale beroemdheden als Isaak Brodsky, Arkadi Plastov en Alexander Deineka, wiens De verdediging van Sebastopol in Rusland evenveel belang heeft als Zadkine’s Verscheurde stad. Stalin is er ook, kuierend door de tuin, of verschijnend boven aan een trap, het publiek in extase brengend, en natuurlijk is er ook een breedgeschouderde vrouw met drilboor; arbeidersporno van Alexander Samokhvalov.

Het gaat te ver om de geschiedenis van het socialistisch realisme uit de doeken te doen; laat ik ervan zeggen dat het tussen 1932 en 1934 werd vastgelegd (‘omarmd’) door de kunstenaarsverenigingen; kunstenaars waren in feite staatsemployés en zij hadden dus geen keus. De Russische kunsten zouden begrijpelijk, typisch, dagelijks en proletarisch zijn, en zich ten dienste stellen van Partij en Volk. Sommige genres in de kunst – het stilleven, het landschap, het portret – waren echter veel minder ideologisch bezwangerd, en de tentoonstelling laat zien dat bijvoorbeeld binnen het werk van Alexander Deineka (1899-1969) grote verschillen voorkomen. Zijn Sebastopol is één en al fysieke heroïek, maar zijn Fietsende boerenvrouw is een hoogst origineel werk, met een hang naar scherpe contrasten tussen het groen en haar knal-oranje jurk, die een vorm op zich wordt. Hij schilderde ook een groepje vrouwen, rennend in een riviertje, met op de achtergrond een weg en een spoorlijn. Zo’n schilderij zag ik nog nooit; de vrouwen zijn half-abstract, gestileerd als in een Matisse, maar in een bruine sfeer als van een Raoul Hynckes. Deze Deineka was een grote schilder. Wat de hele geschiedenis alleen nog maar gruwelijker maakt.


De Sovjet Mythe: Socialistisch realisme 1932-1960. Drents Museum, Assen, t/m 9 juni 2013. drentsmuseum.nl