De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Leven

Ik heb dozen gehaald. Grote bananendozen, die ik manhaftig zal vullen met dingen waar ik heel goed zonder kan.

Ik banjer het huis door en sleur koffers en tassen te voorschijn, plastic bakken en volgestouwde kisten. De onzin van het hebben, grom ik binnensmonds, de chaos van de behoudzucht. Weg ermee. Opgedonderd. Er moet meer leegte zijn. Zonlicht dat op vloerplanken valt, witte muren. Ik verbaas me er weer eens over hoe hardnekkig sommige dingen mee zijn verhuisd. Van moeders vleugels naar eerste liefde, van eerste liefde naar dat rothuis met het stinkende portiek. En toen naar het huis met de boom. En daarvandaan weer hierheen. Iedere keer gewogen en behouden. Iedere keer trappen op gesjouwd, plaats toegewezen. Wat wil ik met het bijna verschoten roze kussensloop waar ik als kind zo dol op was? Met dure, half verdroogde tubes olieverf? Met reserveknopen voor kleding die al lang verdwenen is? Bewaren is bij mij steeds minder melancholie. Het is hooguit angst vermengd met optimisme. Wat ik in mijn kasten aantref zijn minder herinneringen dan attributen – decorstukken voor allerlei scenario’s, voor levens die ik waarschijnlijk nooit zal leiden maar waar ik nog geen afstand van kan doen. Zolang de tent en de gasbrander nog in huis zijn is het mogelijk die ruige kampeertocht door de bergen te gaan maken, die we planden vóór er een kind kwam. Gloednieuwe skeelers bewijzen dat het nog best kan: leren in evenwicht te blijven op wieltjes. Ik vind een broek waar ik alleen in pas als ik tien kilo afval. Bewaard voor als ik ooit zomaar terug verander in een dertienjarige, waarschijnlijk. ‘Er waren zoveel levens en ik nam er maar één’, wie schreef dat ook al weer? Ik moet het ooit ergens hebben gelezen, misschien wel twintig jaar geleden. Nog altijd vind ik het nobel én onhaalbaar, dat ene leven nemen. Ik vul vier dozen maar capituleer toch weer, nu en dan. Dus blijft de tent. En een stapel oude videobanden. En de babyspullen voor je weet maar nooit. Voor het grote Stel Nou Dat dat handen willoos maakt en planken vult. Met onzin. Met zoete waanideeën.