De kwestie Kaliningrad

Leven aan de rand van Koude Oorlog

Poetin en het Westen zijn verwikkeld in een agressief geopolitiek schaakspel dat doet denken aan de Koude Oorlog. De Russische exclave Kaliningrad tussen Polen en Litouwen is een nieuwe frontlijn. Navo-missies met Nederlandse soldaten strijken neer tussen angstige Balten.

In de schaduw van het stadhuis steekt Alexander Musevich een sigaret op. Ach, wat houdt hij van deze stad. Van de Duitse herenhuizen en de lange bontjassen in de straten, van de zilveren oorlogsschepen en de socialistische monumenten op de pleinen. Toen hij hier als jongen van zestien voor het eerst kwam, wist hij dat hij het ver zou schoppen. Nu is hij hier vooraanstaand parlementslid voor de partij van president Poetin. Zijn Doema is bovendien belangrijker dan veel andere lokale parlementen. Musevich woont in de exclave Kaliningrad, ruim duizend kilometer van de rest van Rusland. De provincie ligt in het hol van de leeuw. Omringd door de Europese lidstaten Polen en Litouwen die haar afsnijden van moeder Rusland.

Als een tot de tanden bewapend vliegdekschip ligt Kaliningrad in een zee van Navo-landen. Op dit moment strijken in Estland, Letland, Litouwen en Polen westerse soldaten neer. Een Nederlandse compagnie, die uiteindelijk zal uitgroeien tot 270 man, arriveerde drie weken geleden. Wie gaat kijken aan de grenzen van Kaliningrad vindt mensen die hun adem inhouden. Litouwers bereiden zich voor op een Russische invasie, Polen zien hun handelspartner wegvallen en Russen in Kaliningrad balanceren ongemakkelijk tussen Moskou en Europa.

Medium jdb tcj kaliningrad 2017 7
In de haven van Kalingrad liggen oorlogsschepen die deel uitmaken van de Russische Baltische vloot

Musevich glimlacht geamuseerd. Hij zit in een restaurant in de stad Kaliningrad, de hoofdstad van de exclave Kaliningrad en slurpt van een bord Oekraïense soep. Hij legt de verantwoordelijkheid voor het dubieuze imago van zijn provincie bij het Westen. Hoe zijn geliefde regio zich opstelt naar de buitenwereld hangt volgens hem af van welk Europa hij ziet door dat raam. ‘Als er een vriendelijk vrouwtje langs wandelt zal ik zwaaien, maar als er een paar agressievelingen voor het raam staan, gooi ik zonder probleem iets smerigs naar hun hoofd.’

De weg van Kaliningrad naar Litouwen is in goede staat, maar aan weerszijden van de weg staan verkrotte schuurtjes en leiden hobbelige aardewegen naar armoedige dorpen. Aan de andere kant van de grens, in Litouwen, is de sfeer gespannen. Gehuld in camouflagekleding en met een pistool op de heup patrouilleert grenswacht Linas Ubertas in een zwaar toegetakelde Renault langs de grens met Rusland. Behendig stuurt hij de oude wagen over de ijzige landweggetjes van het uitgestrekte platteland. Soms remt hij, draait het raam omlaag, tuurt naar het gras, knikt, en rijdt verder. Hij zoekt naar voetafdrukken, geknakt gras of sporen van autobanden, naar iets wat de aanwezigheid van illegaal overgestoken Russen verraadt. De enige tekenen van beschaving zijn twee manshoge palen, die midden in het desolate graslandschap, dreigend tegenover elkaar staan.

Ze markeren de grens tussen Kaliningrad en Litouwen. De ene paal is geschilderd in de kleuren van de Litouwse vlag, de andere is duidelijk Russisch. Als een eindeloze colonne verdwijnen de palen uit het zicht aan de bosrand. Erachter doemt een hek op. Nog een hek. En nog een. ‘In de afgelopen drie jaar heeft Moskou er drie neergezet’, zegt Ubartas lachend. ‘Ze zijn ons voor.’

Ook Litouwen bouwt samen met de Europese Unie aan een met camera’s en sensoren volgehangen hek dat de gehele Litouwse grens met Kaliningrad moet afsluiten. Het land houdt er rekening mee dat Rusland op slinkse wijze een conflict uitlokt en daarna via een stortvloed van propaganda beweert dat Litouwen als eerste aanviel. ‘Natuurlijk gaat het hek geen tanks tegenhouden’, zegt Raimundas Karoblis, de minister van Defensie. Hij zit in de grauwe legerkantine van de barakken waar binnenkort Nederlandse soldaten zullen eten. ‘De hekken zijn een voorzorgsmaatregel. We moeten precies weten wie de grens oversteekt en wanneer.’

De hekken komen terecht op een van de oudste grenzen van Europa. Terwijl in de rest van het continent grenzen in het wilde weg verschoven, bleef die tussen Kaliningrad en Litouwen gehandhaafd door de eeuwen heen. Toch is de bevolking aan weerszijden niet dezelfde gebleven. In dorpen in het katholieke Litouwen staan orthodoxe kerken, in Kaliningrad barst het dan weer van de katholieke kerken. Tot het eind van de Tweede Wereldoorlog zaten de Russen aan de oostkant van de grens en woonden er Duitsers in Kaliningrad. De stad heette toen nog Koningsbergen. Ooit was het de welvarende hoofdstad van Oost-Pruisen en de geboorteplaats van Hannah Arendt en Immanuel Kant. Kant wandelde elke dag op hetzelfde uur over de zeven bruggen van de Hanzestad. Hij bedacht zijn Kritiek van de zuivere rede in de smalle straten tussen overhellende huisjes met Duits vakwerk. Kant heeft Koningsbergen tijdens zijn leven nooit verlaten en zijn graf ligt onder een prachtige zuilengalerij in de schaduw van de kathedraal.

Vadim Chaliy, het hoofd van de faculteit filosofie van de Immanuel Kant Universiteit in Kaliningrad, heeft een reeks foto’s verzameld om te illustreren hoe Kant na zijn dood een rol is blijven spelen in de geschiedenis van zijn stad. Het zeldzaamste beeld uit de reeks, dat Chaliy per toeval vond, dateert van de vroege jaren veertig. Daarop staat de rector van de universiteit die een Hitlergroet brengt aan het graf van Kant. Het is winter en er ligt een laagje ijs over de sobere steen. Achter het graf staan drie jongetjes met lange vilten overjassen en petten waar de sneeuw aan blijft plakken, ook hun gestrekte rechterarmen prangen naar de laatste rustplaats van de beroemde filosoof. Koningsbergen kreeg in die jaren al een belangrijke rol toebedeeld als militaire voorpost. Het was een van de plaatsen van waaruit de Wehrmacht op 22 juni 1941 de aanval op de Sovjet-Unie inzette.

De volgende foto in de collectie van Chaliy dateert van 1945. Daarop is te zien hoe sovjetsoldaten de muur achter het graf van Kant beklad hebben met Russische teksten. ‘Had je ooit kunnen denken dat de Russische Ivan op je as zou staan?’ staat er treiterend. Hitler had de oorlog net verloren en op de rest van de foto’s is te zien hoe Koningsbergen was platgebombardeerd door de geallieerden. Als bij wonder was het graf ongedeerd gebleven. Het Rode Leger was verder opgerukt tot in Berlijn en tijdens de conferentie van Potsdam bogen Churchill, Truman en Stalin zich over de kaart van Europa. Daar tekenden ze onder meer de grenzen van Polen en verdeelden ze Duitsland. Hun oog viel ook op Koningsbergen. Stalin besloot om Koningsbergen bij de Sovjet-Unie te voegen. De Duitse bevolking werd gedeporteerd en vervangen door sovjets. Een jaar later werd Koningsbergen omgedoopt tot Kaliningrad. De straatnamen waren allemaal Duits. De Russen moesten van nul beginnen om hier een eigen cultuur op te bouwen.

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 werden voormalige sovjetstaten zoals Litouwen onafhankelijk. Dat zorgde ervoor dat de Russen in Kaliningrad plots afgesneden werden van de rest van hun land. De meeste soldaten vertrokken en het verweesde Kaliningrad keerde zich naar Europa. In 2005 vierde Poetin met Gerhard Schröder en Jacques Chirac zelfs de 750ste verjaardag van het zogenaamde ‘Koningsbergen-Kaliningrad’. Poetin zei toen dat Kant een symbool moest worden voor Kaliningrad.

Het is maar de vraag wat de ietwat neurotische filosoof zou zeggen als hij zijn wandelroute vandaag zou zien. Zijn zeven bruggen zijn er nog, maar het historische centrum van zijn stad is een kakofonie van architecturale tegenstellingen geworden. De laatste foto heeft Chaliy zelf genomen vanaf zijn lievelingsplek in Kaliningrad. Je ziet de kathedraal van Koningsbergen, het graf van Kant en in de verte het ‘Huis van de Sovjets’, een grauw communistisch gebouw dat nooit gebruikt is omdat het slecht gebouwd was. Aan het centrale plein ligt een winkelcentrum met de naam ‘Europa’. Volgens sommige bewoners is dat ook hoe ze Europa zien: als een shopping mall. Voor de ingang staat een commercieel beeldje van Kant, waarvoor toeristen selfies nemen. >

Kaliningrad is echter niet zomaar een onschuldig raam naar Europa. Kant kan vanaf zijn graf twee zilvergrijze oorlogsschepen zien. De imposante vaartuigen maken deel uit van de omvangrijke Baltische vloot die verderop voor anker ligt. Ze herinneren aan het andere Kaliningrad, dat gewapend met luchtafweergeschut en nucleaire raketten de omringende landen angst inboezemt.

‘We praten er niet over, maar het gevoel van een dreigend conflict sluipt in ons hoofd’

Die dreigende houding doet akelig sterk denken aan de Koude Oorlog. Toen liepen er in Kaliningrad honderdduizenden soldaten rond en hield de angst voor een nakende kernoorlog de wereld in de ban. Door de crisis in Oekraïne, in 2014, kwam in één klap een einde aan een historisch rustige relatie tussen het Westen en Rusland. Met de annexatie van de Krim en de steun aan separatisten in het oosten van Oekraïne liet Rusland zien dat het opnieuw een rol als militaire wereldmacht wil opeisen.

Internationale commentatoren zijn het er niet over eens of een vergelijking met de Koude Oorlog opgaat. Dmitri Trenin, hoofd van het Moscow Carnegie Centre, vindt de analogie weinig nuttig. In zijn boek Should We Fear Russia?, dat in 2016 verscheen, wijst hij op de grote verschillen. ‘Er is geen ijzeren gordijn, de ideologische strijd is gestreden en er kan niet meer gesproken worden van een bipolaire wereldorde.’ Dat betekent echter niet dat we Rusland moeten onderschatten, waarschuwt Trenin: ‘De situatie is minstens even gevaarlijk als toen.’ Ook politici in het Westen zijn voorzichtig met de vergelijking. ‘Het is zeker geen Koude Oorlog’, zei Mark Rutte toen bekend werd dat Nederland soldaten stuurt naar de Baltische staten. ‘Maar de tijd van dooi is voorbij.’

Maar ook de parallellen met de Koude Oorlog zijn talrijk. Voor het eerst sinds de Berlijnse Muur viel, bouwt de Navo zijn troepenmacht aan de oostgrens van Europa op deze manier uit, daarnaast worden nieuwe raketschilden opgeworpen. Economische oorlogvoering in de vorm van sancties en handelsembargo’s stort mensen in de armoede.

Inmiddels buigen academici wereldwijd zich opnieuw over ‘het Kaliningrad-probleem’. Vanuit zijn huis in Engeland waarschuwt Richard Shirreff voor het Russische gevaar. ‘De wake-up call kwam voor mij met de invasie van de Krim.’ Shirreff was tot 2014 de Deputy Supreme Allied Commander Europe van de Navo en daarmee de belangrijkste Europese generaal namens het bondgenootschap. ‘Ik volgde lange tijd de dominante Navo-lijn dat Moskou een strategische partner was. Maar de annexatie van de Krim is de eerste keer dat Europese grenzen met geweld zijn veranderd sinds de Tweede Wereldoorlog. De dynamiek die Poetin daar is gestart kan hem ertoe aanzetten hetzelfde te proberen in de Baltische staten. Dat zou catastrofaal zijn.’

In hartje Kaliningrad lachen ze om die beschuldigende vinger. Musevich, de invloedrijke lokale partijgenoot van Poetin, noemt de houding van de generaal hypocriet. ‘Het Westen heeft Rusland in de jaren negentig bedrogen met bommen op Belgrado. Ze hebben Kosovo erkend zonder internationale consensus en nu noemen ze de hereniging van de Krim illegaal.’ Over één ding zijn de twee het wel eens: het Westen heeft Rusland lang te vriend gehouden, maar die tijd is voorbij.

Shirreff vindt het hoog tijd dat de rest van het Westen wakker wordt voor het Russische gevaar. Hij schrijft papers voor zeer invloedrijke denktanks waarin hij waarschuwt voor een mogelijke Russische invasie in de Baltische staten. Vorig jaar publiceerde hij een boek voor een breder publiek onder de weinig subtiele titel 2017: War with Russia: An Urgent Warning from Senior Military Command. De oud-Navo-topman wil zoveel mogelijk mensen overtuigen dat Poetin door kleine veranderingen op het wereldtoneel als een dief in de nacht de Baltische staten kan binnenvallen. ‘Op elk vlak is zijn land zwak: zijn economie krimpt door lage olieprijzen en sancties. Poetin heeft een zeer zwakke hand met kaarten. Alleen militair is hij nog sterk en tot veel in staat. En juist dat is ontzettend gevaarlijk omdat het een van de weinige kaarten is die hij nog op tafel kan leggen.’

Medium jdb tcj kaliningrad 2017 13
Demonstratie op het Overwinningsplein in Kaliningrad, 18 maart, naar aanleiding van de derde verjaardag van de annexatie van de Krim door Rusland

Dat de strategie van Shirreff zijn doel niet gemist heeft, blijkt uit het verhaal van Marek Miros. Hij was meer dan twintig jaar lang burgemeester van Goldap, de grootste Poolse stad aan de grens met Kaliningrad. In zijn auto luistert hij tegenwoordig aandachtig naar een audioversie van Shirreffs boek. ‘Het speelt zich af in 2017 en schetst een situatie waarin Poetin de controle over de Baltische staten overgenomen heeft’, zegt Miros. Bij zijn aantreden in 1990 was de burgemeester een van de initiatiefnemers voor goede relaties met de Russen in Kaliningrad, vandaag is hij voorzichtiger. ‘Ik ben niet zo gerust als tien jaar geleden en volgens mij geldt hetzelfde voor de meeste mensen aan de grens’, zegt hij. ‘In het dagelijks leven denken en praten we daar niet over, maar het gevoel van een dreigend conflict sluipt binnen in onze hoofden.’

De Europese angst voor Rusland, na de Oekraïne-crisis, was voor Kaliningrad als een donderslag bij heldere hemel. De goede relaties met hun buren kwamen onder druk te staan. Door een speling van het lot was Kaliningrad in 2014 gastregio voor een jaarlijkse ontmoeting van politici uit de landen ten zuiden van de Baltische Zee. ‘De Krim was net herenigd met Rusland en de sfeer was gespannen. De Poolse delegatie overwoog zelfs om de conferentie af te blazen’, vertelt Alexander Musevich. Als ondervoorzitter van het parlement voor de partij van Poetin werd hij aangewezen als hoofdorganisator van de conferentie. Zijn verhaal geeft een zeldzaam inzicht in de Russische diplomatie. ‘Veel van de parlementariërs uit Polen, Duitsland en Zweden waren nog nooit in Rusland geweest’, vertelt hij. ‘Ik wilde hen laten zien dat de mensen hier ook leven, kussen en glimlachen.’

Musevich wist dat de delegatie met ongerustheid in de luchthaven van Kaliningrad zou landen, dus bedacht hij een gewiekst plan om hen te paaien. ‘De Polen stuurde ik direct naar het Chopinplein’, vertelt hij trots. Het was mei en de lente had Kaliningrad bereikt. Het vredige graspleintje, omringd door pastelkleurige Duitse huizen, baadde in zonlicht. Toen de Polen aankwamen werden ze begroet door muziek van hun wereldberoemde componist. Ondertussen kregen de Duitsers een rondleiding rond de gerestaureerde Pruisische kathedraal en bezochten ze het graf van Kant. Daarna kreeg de volledige delegatie een maaltijd met lokale specialiteiten zoals bevroren vis en Okrosjka-soep. ‘Op het einde leerde ik hen wodka drinken en nam ik hen mee naar een symfonisch orkest, waar een zorgvuldige selectie van Russische en sovjetmuziek werd gespeeld’, zegt Musevich. ‘Pas daarna, toen iedereen overliep van emotie, nam ik ze mee naar de journalisten. De parlementariërs waren de Krim natuurlijk niet vergeten, maar ze zagen misschien wel onze kant van het verhaal. Ik hoorde enkelen zelfs zeggen dat niet alle Russen slechteriken zijn, en dat we de crisis samen moeten oplossen.’

Kaliningrad is niet voor iedereen zo’n pretje als voor de Europese delegatie. De liberale politicus Igor Rudnikov is al sinds de jaren negentig volksvertegenwoordiger in dezelfde Doema als Musevich. Vanuit een zwaar beveiligd kantoor vlak bij het politiekantoor vecht hij tegen ‘wilde privatiseringen van Poetins oligarchen’ en ‘maffiapraktijken’. Hij noemt zijn president ‘gestoord’ en neemt even fanatieke anti-Kremlin-standpunten in als de grootste Amerikaanse haviken. Je kunt in Rusland relatief vrij je mening verkondigen, maar als je de maffia of Poetin op de korrel neemt, riskeer je je leven. Dat heeft Rudnikov aan den lijve ondervonden. Precies een jaar geleden, op een donderdag, kwam hij een restaurant uit en werd hij aangevallen. Hij kreeg drie messteken in zijn borst, maar overleefde de aanslag.

‘Iedere week word ik bedreigd’, zegt Rudnikov die zich niet wil laten intimideren. ‘Ik ga door, maar ik schroef mijn beveiliging steeds verder op. Mijn vrouw en kinderen zijn al naar Amerika gevlucht.’ Een dag eerder stonden er nog mannen met geweren in de steeg achter zijn kantoorgebouw. ‘Kun je dat geloven? Op honderd meter van het politiekantoor!’

‘Het is akelig om na zeventig jaar opnieuw Duitsers te zien aan de grenzen van mijn land’

In Rusland rust een sterk taboe op vragen naar militaire details. Niemand weet hoeveel Russische soldaten er in Kaliningrad zitten, ook in het Westen blijft het gissen. ‘Het zijn er zeker honderdduizenden’, bezweert een woordvoerder bij het Litouwse ministerie van Defensie. Dat cijfer is volgens de meeste bronnen sterk overdreven. De meest betrouwbare actuele schattingen gaan uit van 25.000 tot 35.000 troepen. Als Rusland ooit zou beslissen om binnen te vallen gaat de echte dreiging eerder uit van de 300.000 soldaten die gestationeerd zijn aan de grenzen met Letland en Estland, op het Russische vasteland. Hoeveel soldaten er ook mogen zijn, in de Baltische staten bereiden ze zich voor op het ergste. Litouwers zijn niet vergeten dat toen de laatste sovjetkonvooien in 1994 eindelijk wegreden ze een spandoek aan een van hun trucks hadden hangen waarop stond: ‘We komen terug!’

De zware laarzen van een groep paramilitairen spatten door het natte gras van de glooiende Litouwse velden. Het zijn gewone burgers in een allegaartje van militaire outfits, sommigen hebben de vlag van Oekraïne of Litouwen op hun schouder genaaid. Echt gevaarlijk zien ze er niet uit. Een slungelige jongen met lang haar en een jonge vrouw met een bril barsten in lachen uit als hun mollige collega wegsluipt om een sigaret te roken. Alleen de commandant boezemt angst in. Hij heeft vrijwillig meegevochten tegen pro-Russische separatisten aan het Oekraïense front en ergert zich een beetje aan de lakse houding van zijn rekruten. Vanonder een strakke snor blaft hij hen toe dat ze schietgeluiden moeten maken. ‘Pang pang’, grapt een van hen. Op het einde van de dag moet hij opdrukken als straf.

Pas wanneer de commandant hen herinnert aan het Russische gevaar wordt de groep stil. Dat maakt indruk. ‘We gaan ons niet opnieuw laten pakken’, mompelt een van hen. Ze behoren tot de ‘Nationale Schuttersvereniging’, een honderd jaar oude paramilitaire organisatie, die haar ledenaantal na de inval van de Krim zag verdubbelen tot twaalfduizend. Opvallend veel nieuwe leden komen uit de steden en zijn dokters of advocaten, zij hebben vroeger geen dienstplicht gehad en willen nu weten hoe je moet overleven in een noodsituatie.

‘We zijn niet in paniek, maar wel waakzaam. In elk geval niet relaxed’, vat Linas Linkevicius samen. Hij is de Litouwse minister van Buitenlandse Zaken die al decennia op sleutelposities zit en zijn land vol overtuiging de EU en de Navo in loodste. In Brussel slaat de massieve man met vriendelijke glimlach hard op tafel als het op Rusland aankomt. Zonder die krachtige houding, zegt hij, dreigt voor zijn land een horrorscenario: een volgend Oekraïne worden. Hij en zijn collega’s zijn in actie geschoten. De dienstplicht werd twee jaar terug opnieuw ingevoerd, daar lijkt de bevolking overwegend blij mee.

Uit lijvige rapporten van westerse denktanks spreekt de angst voor een scenario waarin de Russen de Baltische staten lossnijden van de rest van Europa. Wie naar de kaart van Europa kijkt kan zien waar die operatie zou plaatsvinden. Litouwen heeft maar een kort stukje landsgrens met Polen. Die doorgang wordt de ‘Suwalki Gap’ genoemd, naar een Pools stadje aan de grens. Als Russische tanks die corridor dichtrijden vanuit Kaliningrad en Wit-Rusland zijn Litouwen, Letland en Estland geamputeerd van de rest van de Europese Unie. Dan zou Rusland in theorie vanuit het noorden snel kunnen oprukken om de Baltische staten te veroveren. De gerenommeerde denktank RAND becijferde vorig jaar dat het Kremlin in minder dan zestig uur de Baltische staten kan veroveren. Als de omstandigheden ‘goed zijn’ hoeft het maar 36 uur te duren.

Volgens de Russische politicoloog Vladimir Abramov is de Suwalki Gap een uitvinding van een paar Navo-generaals. Hij zit in zijn half verduisterde kantoortje in het stadhuis van Kaliningrad. ‘Ze hebben te lang naar de kaart van Europa zitten staren.’ Het is internationale vrouwendag en iedereen is al naar huis, maar Abramov blijft zitten om publicaties van westerse collega’s onder de loep te nemen. ‘Technisch gezien is het idee in praktijk te brengen, maar waarom zou Rusland dat doen? We hebben alleen maar te verliezen bij een inval. De Balten zitten er absoluut niet op te wachten, het verzet zou bloederig zijn’, zegt hij. ‘Bovendien riskeert zo’n avontuur het uitlokken van een kernoorlog met het Westen.’

Ook Litouws buitenlandminister Linkevicius denkt dat een ouderwetse invasie zal uitblijven: ‘We zijn nog altijd lid van de Navo en een lid aanvallen zou totale gekte zijn. Maar ik sluit het niet uit, er gebeuren veel gekke dingen op dit moment.’ De echte strijd is volgens hem al begonnen. Ze wordt gevoerd op een heel ander toneel. Het regent cyberaanvallen in de Baltische staten en Polen. Daarnaast voert Rusland een vlijtige informatiestrijd waarbij het probeert westerse landen uit elkaar te spelen met op maat gesneden propaganda. ‘Een boodschap die het nu goed doet bij onze bevolking is dat het Westen nooit te hulp zal schieten. Die werkt omdat dat tijdens de Tweede Wereldoorlog ook niet gebeurde. Toen wachtten we op geallieerden die nooit kwamen en werden we ingelijfd door de Sovjet-Unie’, zegt Kapitein Mindaugas Neimontas, leidinggevende bij de dienst counterpropaganda van Litouwen. Het is tekenend voor de manier waarop Russische propaganda is vormgegeven: cultureel gevoelige kwesties worden opgeblazen en gebruikt als vehikel om eigen boodschappen over te brengen. ‘Ondertussen krijgen Navo-landen juist berichten te zien waarin staat dat wij nationalisten en fascisten zijn en niet aansluiten bij de westerse cultuur’, zegt Neimontas.

De aanpak in het oosten van Oekraïne dreigt een beproefde militaire strategie te worden: eerst verwarring zaaien met propaganda, dan minderheden bewapenen en op het einde verschijnen soldaten op het toneel. Dat laatste wordt dan gepresenteerd als een noodzakelijke stap om minderheden of vrede te beschermen. Een machiavellistische strategie die in de wereld van de internationale betrekkingen de ‘Gerasimov-doctrine’ is gaan heten, naar Valery Gerasimov, een van de hoogst geplaatste Kremlin-generaals van dit moment.

Om de informatie-aanvallen tegen te gaan heeft Litouwen speciale teams in het leven geroepen die propaganda moeten analyseren en deconstrueren. De teams moeten daar ‘waarheid’ tegenover zetten. Trots legt een defensiemedewerker een stapel boekjes op tafel waarin de Litouwse onafhankelijkheidsstrijd en het verzet tegen de Sovjet-Unie worden gememoreerd. Een ander door het ministerie uitgegeven boekje toont satirische tekeningen over Rusland en Poetin: een forse man met sovjetpet schildert stoïcijns een regenboog felrood. Een andere spotprent toont een jongetje dat onder zijn bureau schuilt voor agressieve vogels met orthodoxe kroontjes op, die door het beeldscherm van zijn computerscherm venijnig op zijn hoofd pikken.

Een andere stap die defensieminister Raimundas Karoblis heeft genomen is het aanhalen van banden met journalisten. ‘Ook zij hebben belang bij het verspreiden van juiste informatie.’ Daarmee slaat ook Litouwen een pad in van offensieve informatiestrategieën. Het gevaar om zelf propaganda te verspreiden of aan censuur te doen ligt op de loer. Vier maanden terug besloot Litouwen een Russische zender de uitzendrechten te ontnemen, toen een Russische talkshowgast woedend riep heel Oost-Europa te willen terugveroveren. ‘Als Amerikaanse tanks naar onze grenzen rijden, zullen ze branden met al hun manschappen.’ De EU tikte Litouwen op de vingers maar besloot recent dat de actie van de mediawaakhond proportioneel was. Het besluit is een opluchting voor Karoblis en zijn team. ‘Het waren overduidelijk leugens en het was duidelijke oorlogstaal.’ Inmiddels zijn vier Russischtalige zenders in het land aan banden gelegd.

Ondanks het druilerige weer zijn drieduizend mensen gekomen om de derde verjaardag van de annexatie van de Krim te vieren in Kaliningrad. Een groot spandoek met het hoofd van Poetin kijkt neer op een zee van rode en blauwe paraplu’s. De sfeer is gemoedelijk, een charmezanger in legeruniform zingt militaire liedjes en vrolijke dansmarietjes zwaaien met fanfarestokken. Toch is duidelijk dat dit niet zomaar een onschuldig volksfeest is. Tussen de mensenmassa krioelt het van de soldaten met bivakmutsen en iedereen moet door een metaaldetector. Er is een legertent waar nieuwe rekruten worden geworven. Het populairst is zonder twijfel de tent waar iedereen een gratis bakje soldatensmurrie kan proeven. Moeders duwen hun bewonderende zoontjes vooruit in de rij om even een machinegeweer te mogen vasthouden.

Het militair tegen elkaar opbieden is weer helemaal terug. Rusland en het Westen schuiven de schuld door en blijven elkaar provoceren. In oktober vorig jaar zette Rusland Iskander-raketten neer in Kaliningrad. Die kunnen kernwapens vervoeren en hebben een reikwijdte van zevenhonderd kilometer, ver genoeg om Berlijn te raken. De Russen verdedigen de aanwezigheid van honderdduizenden soldaten rond de Baltische staten als een ‘onderdeel van oefeningen’, de raketten zijn ‘defensief’. ‘Natuurlijk noemen wij onze raketten defensief, dat is toch niet zo gek? Ze zijn defensief, net omdat ze van ons zijn’, lacht de Russische politicoloog Vladimir Abramov. ‘In Polen staan raketten die Sint-Petersburg kunnen raken, die worden ook defensief genoemd. Nergens ter wereld vind je een ministerie van Aanval, het heet overal het ministerie van Defensie.’

‘Het is fantastisch dat de Amerikanen komen. Soldaten moeten vermaakt worden’

Het Westen noemt de Iskanders een zoveelste Russische provocatie en begon dit jaar met de stationering van duizenden Navo-troepen in de regio. Elk land krijgt één bataljon van ongeveer duizend soldaten. De Britten hebben de hoofdleiding over Estland, de Canadezen zijn verantwoordelijk voor Letland. De Amerikanen leiden een bataljon in Polen en de Duitse Bundeswehr is hoofdverantwoordelijke in Litouwen. In dat laatste bataljon dienen ook de 270 Nederlanders naast Belgische en Noorse soldaten.

‘Ik vind het akelig om na zeventig jaar opnieuw Duitsers te zien aan de grenzen van mijn land’, zegt Alla Ivanova, buitenlandminister van Kaliningrad. ‘Daarmee wil ik niet zeggen dat de Navo-soldaten nazi’s zijn, maar wij Russen zijn niet vergeten hoe Hitler ons land binnenviel. Dat ligt historisch gevoelig. Nu snijden Duitse soldaten mij af van de rest van mijn land.’ Ze zegt dit allemaal nadrukkelijk op persoonlijke titel. Want hoewel Kaliningrad de enige Russische provincie is met een ministerie van Buitenlandse Zaken is het recht om uitspraken te doen over de spanningen met het Westen exclusief voorbehouden aan Moskou.

‘Ruslands houding ten opzichte van het Westen is veranderd en dat betekent dat wij onze houding ten opzichte van Rusland moeten veranderen’, zei premier Rutte daar een half jaar geleden over tegen een nos-camera. Defensieminister Jeanine Hennis-Plasschaert voegt daaraan toe: ‘Het is van belang de Russische militaire dreiging niet te bagatelliseren. Bij de annexatie van de Krim en de verdere destabilisatie van Oost-Oekraïne zette Rusland gewoon “traditionele troepenmachten” in.’

Het sturen van troepen naar de grens met Rusland markeert een serieuze koerswijziging van de Navo. Waar het bondgenootschap voorheen berustte in de letter van zijn vijfde artikel: ‘een aanval op een is een aanval op allen’, acht het dat nu niet meer genoeg. Deterrence – oftewel afschrikking – is de veelgehoorde term die die na 25 jaar afwezigheid opeens weer terug is. ‘Afschrikking’ van de vijand met opzichtige militaire aanwezigheid was de leidende geopolitieke strategie tijdens de Koude Oorlog en nauw verbonden met de wapenwedloop tussen Rusland en het Westen. Russisch politicoloog Abramov kadert dat in een wederzijdse oorlogszuchtige wereldvisie. ‘Uiteindelijk zijn de Navo en het Kremlin de beste vrienden als het aankomt op het militaire opbod in en rond Kaliningrad. Het is zoals Orwell zei: de beste vrede is oorlog.’

Dat de Europese landen zich hebben geschaard achter een dwingende oproep van Donald Trump en zijn defensieminister James Mattis om de Navo-uitgaven in Europa te verhogen, past in die verhitte trend. Het was een oproep die West-Europa deed schrikken maar in de Baltische staten werd omarmd. Eindelijk aandacht voor ons veiligheidsprobleem, zeggen ze.

Al is de komst van westerse soldaten vooral symbolisch, zegt Linkevicius. Uit de kaart die voor hem op tafel ligt, blijkt dat de Navo-troepen nog altijd schril afsteken bij de Russische overmacht in de regio. Vierduizend extra westerse soldaten kunnen militair gezien weinig veranderen. Al hoeft dat volgens experts ook niet. Aanwezigheid in kleine aantallen alleen is al voldoende, zegt Richard Krickus, emeritus hoogleraar internationale betrekkingen aan het Mary Washington College en schrijver van het boek The Kaliningrad Question: ‘De Amerikaanse soldaten die nu naar Polen gaan zijn een groot gebaar. Als een Amerikaan sterft door toedoen van Rusland, al was het maar per ongeluk, dan explodeert dat in Washington. Zelfs als Donald Trump een betere relatie met Vladimir Poetin wil, kan ook hij zoiets niet negeren.’

Medium jdb tcj kaliningrad 2017 19
Paramilitairen in Litouwen tijdens een training. Ze bereiden zich naar eigen zeggen voor op een Russische invasie van de Baltische staten

In het armpje drukken tussen Navo en Kremlin dreigt de regio rond Kaliningrad economisch geplet te worden. In een krap maar modern kantoor in de Duitse wijk van Kaliningrad zit Oleg Skvortzov. Op de grond tegen de muur staat nog een portret van Lenin. ‘Die moeten we nog weghalen.’ Hij is belast met de bijna onmogelijke taak om investeerders naar zijn gemilitariseerde provincie te lokken. ‘Na de annexatie van de Krim hebben twee grote Duitse bedrijven hun investeringsplannen afgeblazen’, zegt hij. In zijn brochures wijst hij op de voordelen van Kaliningrad: de koers van de roebel is gunstig, de grondprijzen zijn laag en Russische energie kost bijna niets. Hij hoopt dat de economische argumenten uiteindelijk zwaarder wegen dan de politieke. Ondanks de buitengewoon gunstige positie in Europa is de exclave maar nummer 72 van de 85 Russische provincies op gebied van investeringen.

Skvortzov vecht tegen tergend trage bureaucratie, diepgeworteld nepotisme en loze beloftes van politici over infrastructuur. ‘Natuurlijk krijgen we geen investeringen als we niet te vertrouwen zijn.’ Kaliningrad blijft zo een arme regio. De stad doet het goed, maar in grote delen van de rest van de provincie heerst bittere armoede. Vrijwel iedereen in de regio is het erover eens dat de grenzen met Europa open moeten. Of dat Kaliningrad een speciale status moet krijgen om geen importkosten te betalen, zoals de haven van Vladivostok in het oosten van Rusland. Moskou is doof voor die smeekbeden. Het Kremlin vreest een ‘Russisch Hongkong’, dat met haar speciale status kan afdrijven van de andere Russische regio’s. Dat zou de strategisch-militaire positie in gevaar kunnen brengen.

Het is vijf uur, maandagochtend, Kaliningrad slaapt. Het is nog donker en een kleine bus glijdt door de oranje gloed van de straatverlichting. Er wordt vier keer gestopt om donkere gestalten op te pikken. Mannen en vrouwen met vermoeide gezichten haasten zich de bus in. Onder hun armen klemmen ze gele boodschappentassen. De reizigers hebben maar één doel: Poolse supermarkten. Ze betalen er minder voor voedsel, kleren en huishoudwaren. Het busje is de grens nauwelijks voorbij of er is al een bord te zien: ‘Lidl, 5000 meter!’ Veel Polen, Litouwers en Russen zijn afhankelijk van de grens met Kaliningrad om in hun levensonderhoud te voorzien. Ze worden mieren genoemd. De Russische mieren herken je aan hun personenbusjes. Daarmee pendelen ze tussen Kaliningrad en de Poolse supermarkten.

Terwijl de Lidl met elke kilometer dichterbij komt, verandert ook het landschap. De grauwe verzilte velden, die door communistische landbouwhervormingen verloederden, maken in Polen plaats voor donkergroene bomen en uitgestrekte meren. De huizen in het Poolse grensstadje Goldap schitteren in felle kleuren en zijn uitgerust met nieuwe isolatie en duur pleisterwerk, de weelde van grenshandel lijkt met name in Polen terechtgekomen.

Ondertussen passeert de ene oude Volkswagen Passat na de andere het Russische personenbusje. Achter het stuur zitten Poolse mieren, zij rijden juist naar Kaliningrad toe. De oude Passats hebben een benzinetank van honderd liter. Boven op een volle tank mogen Poolse mieren nog een jerrycan van tien liter en twee pakjes sigaretten meebrengen zonder tol te betalen. Als ze met een lege tank Rusland binnenrijden brengt zo’n retourtje dertig euro op.

De Poolse regering maakte in juli 2016 eenzijdig een einde aan het visumvrij reizen. Een veiligheidsmaatregel die in aanloop naar de Navo-top en de wereldjongerendagen in Krakau werd genomen. Maar hoewel die evenementen al ver achter ons liggen, is het grensverkeer nog altijd gestremd. Het Russische kooptoerisme is gekelderd en visa zijn voor de meeste mieren te duur. Vorig jaar nam het grensverkeer tussen Polen en Kaliningrad al met een derde af tot 4,2 miljoen ten opzichte van 2016, funest voor de economie.

Enkele inwoners van Kaliningrad klagen dat de ramen van hun auto’s worden ingeslagen in Poolse steden, alleen omdat ze een Russische nummerplaat hebben. Al zien de meeste mensen de spanningen als een zaak voor de media. Polen kijken overwegend positief naar hun buren. Een Poolse grensbewoner vertelt dat hij medelijden heeft met de Russen. ‘Die arme mensen kunnen niet eens het eten betalen in hun land.’ Hij staat naast een witte auto met grote roestvlekken en schudt meewarig zijn hoofd. Sinds vorig jaar hoort hij niet zo veel Russisch meer in de supermarkten. Hoe de wereld tegenwoordig naar Kaliningrad kijkt, louter als een militaire voorpost, kan hij zich amper voorstellen. ‘Ze zijn straatarm, maar zeker niet agressief.’

Agressie op het politieke wereldtoneel leidt niet uitsluitend tot in de kiem gesmoorde economieën en bangige bewoners. Een enkeling is blij met de militarisering van de regio. ‘Het is fantastisch dat de Amerikanen komen’, zegt Zbigniew Włodkowski, de burgemeester van het slaperige provinciestadje Orzysz, iets ten zuiden van Goldap. De militaire basis van de Amerikanen komt pal naast het stadje te liggen en biedt kansen. Inwoners hebben alvast restaurants geopend, hamburgers op de kaart gezet, posters opgehangen voor speciale dansavonden en hun menu’s vertaald in het Engels. En daar houdt het niet bij op. ‘Behalve de soldaten die vermaakt moeten worden, kunnen we allerlei evenementen organiseren zoals militaire picknicks voor een nieuw soort type toeristen’, droomt de burgemeester hardop. Wie nu het gemeentehuis van Orzysz verlaat, krijgt een goodiebag met een militair speldje, een mok en een bandana in camouflageprint – opgesierd met het logo van de stad. Het is het eenzame voorbeeld van uitgesproken optimisme over wat de toekomst in petto heeft voor de grenzen rond Kaliningrad.

Dit verhaal werd geschreven door journalistiek collectief The Caravan’s Journal en gesteund door Fonds 1877, het Postcode Loterij Fonds van Free Press Unlimited en Hostwriter