Digitale documentaires op het IDFA

Leven in de brouwerij

Op het IDFA tonen dit jaar digitale documentaires de mogelijkheid een tegengif te ontwikkelen tegen «de gewoonte».

Oude wijn in nieuwe zakken lijkt de rode draad in de ontwikkeling van de mediatechnologie. Al in 1919 verklaarde de Russische cineast Dziga Vertov: «Het cinematografische organisme is vergiftigd door het schrikbarende gif der gewoonte. We eisen een kans te experimenteren met het stervende organisme, zodat een tegengif kan worden ontwikkeld.»

Zijn woorden vormden de basis van de cinéma vérité of Kino Pravda (cinema van waarheid, in de woorden van Vertov). Deze stijl bereikte een hoogtepunt in de jaren zestig dankzij de ontwikkeling van lichtgewicht camera’s die regisseurs in staat stelden het «echte leven» te documenteren. Donn Pennebaker en Richard Leacock maakten in 1963 bijvoorbeeld de Bob Dylan-documentaire Don’t look Back met behulp van de nieuwe hardware.

Bijna een eeuw na de geciteerde uitspraak van Vertov bestaat er opnieuw misnoegen over het «gif der gewoonte». De «gewoonte» is, in de vorm van genre, allesoverheersend geworden op zowel televisie als het witte doek. Maar wederom brengt de technologie vernieuwing: de documentaire herleeft en evolueert in cyberspace.

In dit kader doet het IDFA eigenlijk nauwelijks meer ter zake. Het idee dat een documentaire wordt gedraaid op film neemt al toenemend anachronistische afmetingen aan. Zouden mensen vervolgens ook nog naar een bioscoop moeten gaan om het eindproduct te bekijken? Nu steeds meer documentaires en speelfilms met digitale technieken worden gemaakt? Het festival zet dit jaar een interessante doch voorzichtige stap in de richting van de nieuwe media. In het programmaonderdeel Docs Online nemen wetenschappers en documentairemakers de mogelijkheden van het web als platform voor documentaires onder de loep. Tijdens drie avonden presenteren veelal internationale makers hun «nieuwe documentaires». Daarnaast kan het publiek een overzicht van het programma bekijken op de website docs-online.nl.

Opvallend is dat de samenstellers van Docs Online in de festivalcatalogus eerder vragen stellen dan hapklare antwoorden geven. Deze benadering belooft een frisse discussie. Zo pretendeert men bijvoorbeeld niet te weten wat een online documentaire nu precies is. De homepage van Jan en Alleman? Een site waarop pornografie rechtstreeks te zien is? De site waar je de bewoners van Big Brother kunt bekijken? Een videokunstproject waar iedereen afbeeldingen en geluid kan uploaden? Of de hippe, erotische belevenissen van drie jonge Amerikanen in de grote stad? Bij het IDFA gaat men ervan uit dat het internet «in zijn geheel te beschouwen is als een ‹document server›, als een metadocument waarbij een hoop losse verhalen met elkaar zijn verweven door mensen».

Dit vormt een interessant aanknopingspunt. Twee dingen kenmerken digitale documentaires: hun intense menselijkheid en de mogelijkheid die ze bieden om, zoals Vertov toen bepleitte, een tegengif te ontwikkelen tegen «de gewoonte». Online documentaires kunnen leven brengen in de brouwerij.

Te gast dit jaar is de Canadese documentairemaker Peter Wintonic, regisseur van de bekroonde film Cinema vérité: Defining the Moment die is te zien in het reguliere IDFA-programma. Wintonic staat bekend als documentairetheoreticus. In een essay geeft hij het verschil aan tussen het klassieke vérité en nieuwe vormen van het genre: «De invloed van vérité is te zien in alles van muziekvideo’s tot speelfilms tot televisiejournaals. Toch zijn dat geen vérité-films. Het grote verschil is dat de contemporaine beeldcultuur volstrekt betekenisloos is. Die, vooral het televisienieuws, bestaat puur uit beeld en kent niet het sociaal bewustzijn en de sociale verantwoordelijkheid die de oude vérité-films kenmerkten.»

Het is bij Docs Online niet moeilijk voorbeelden te vinden van dat wat Wintonic als «leegheid», als heiligschennis zou beschouwen. Te zien is de cyberserie D-life, onderdeel van de populaire website heavy.com. Drie jonge Amerikanen, Chris, TJ en de digitale kunstenares Natacha Merritt, leggen in D-life hun dagelijkse leven bloot: hoe ze met elkaar samenwonen, hoe ze reizen, het straatleven in grote steden als Los Angeles en San Francisco. Natacha Merritt is bekend om haar semi-pornografische fotoserie Digital Diaries, onder meer te zien bij digitalgirly.com.

D-life is een van de beste voorbeelden van hoe de documentaire zou kunnen evolueren door de ontwikkeling van de mediatechnologie. Want televisie en internet zullen uiteindelijk fuseren. Als «cyberserie» heeft D-life eigenschappen van de fictieve televisiesoap, een klassieke vérité-film en een muziekvideo. Maar de serie is ook typisch «internet» door de volledige interactiviteit: kijkers kunnen naar hartelust chatten, ook met de «hoofdrolspelers», beelden en geluiden downloaden en kiezen welke afleveringen ze willen zien.

Opvallend is het onverbloemde zelfreflex ieve karakter van de afleveringen. De «personages» zijn voortdurend in de weer met de digitale camera, waardoor de kijker er constant van bewust is dat hij naar een documentaire kijkt. De serie is niet «leeg», zoals Wintonic wellicht zou aanvoeren. Toegegeven, de afleveringen zijn opwindend, snel gemonteerd en rijkelijk overgoten met seks, maar daardoor is D-life juist modern. Bovendien is Natacha Merritt een serieuze kunstenares die geobsedeerd is door de relatie tussen het menselijk vlees en het nieuwe digitale leven — een van de belangrijkste narratieve thema’s van nu.

Een meer klassieke benadering van de digitale documentaire is te vinden in het werk van de Oostenrijkse Manu Luksch dat op het web te zien is bij ambienttv.net. Luksch heeft zes jaar doorgebracht bij de Akha en de Hani, etnische minderheidsgroepen die verspreid wonen in China, Thailand, Vietnam, Laos en Birma. In haar internetdocumentaire Virtual Borders gebruikt Luksch film, tekst, radio en cyberspace om twee dingen te doen: de wereld bewust maken van het bestaan van de Akha en de Hani, en een bijdrage leveren aan de culturele overleving van deze groepen. Zo heeft ze ervoor gezorgd dat de Akha in de meest verafgelegen gebieden in Thailand een congres over hun toekomst via de radio konden volgen. Hiertoe is een internetverbinding aangelegd tussen het congres in China en een radiomast in Thailand. Belangrijk feit is dat orale vertelling een hoofdrol speelt in de cultuur van beide etnische groepen. De verbinding van internet met radio slaat daarom op boeiende wijze een brug tussen de moderne tijd en een traditionele maatschappij.

Luksch’ project is nu in zijn geheel te volgen op het net. En in haar werk is er beslist geen gebrek aan het sociaal bewustzijn en de sociale verantwoordelijkheid die de vroege vérité-films kenmerkten. Virtual Borders toont aan dat gelijkwaardigheid in het communicatieproces mogelijk is tussen zender (auteur), ontvanger (kijker/internetter) en het onderwerp (de Akha en de Hani). Kennelijk kan de invloed van de digitale documentaire veel verder reiken dan die van «traditionele» vérité-films waarbij het communicatieproces vaak nog eenrichtingsverkeer is.

Het is de vraag of er in de toekomst nog plaats zal zijn voor de «traditionele» documentaire. Vast staat dat internet, in elk geval voorlopig, een vrijplaats biedt voor subversief denken, voor «tegengif» tegen het formalis me van het overbekende. Zie D-life, een serie die zeker niet door de censuur zou zijn gekomen van de grote Amerikaanse omroepen.

Juist de vrijheid van de documentairemaker om de wereld en het leven in al hun facetten te bekijken, te ervaren en aan de kijker/in ternetter voor te leggen is al bijna een eeuw lang onlosmakelijk verbonden aan de cinéma vérité. Uit het 1919-manifest van Dziga Vertov: «I free myself from today and forever from human immobility… My road is towards the creation of a fresh perception of the world. Thus I decipher in a new way the world unknown to you.»