Werelddenkers

Leven in geleende tijd

De neergang van Amerika is onomkeerbaar en reeds gaande. Er is echter niets wat erop wijst dat Washington dat beseft.

EEN GEVOEL VAN ONWERKELIJKHEID omringt de pogingen van de regering-Obama om de Amerikaanse economie te doen herleven. De bijna-desintegratie van het financiële systeem toonde dat de welvaart van de afgelopen twee decennia grotendeels een illusie was – een verzinsel gecreëerd door de roekeloze uitbreiding van schulden, in plaats van het resultaat van een ondernemingsgeest die iets tastbaars voortbracht.
Zeker, sommige Amerikanen werden erg rijk in die periode, maar het inkomen van velen stagneerde of daalde al jaren vóór het bankroet. Stijgende prijzen in de aandelen- en huizenmarkt waren niet gebaseerd op een vergelijkbare toename in Amerika’s nationale welvaart. Het waren de gevolgen van de abnormaal lage rentetarieven, ingesteld door Alan Greenspan na het instorten van het hedgefonds LTCM eind jaren negentig. De val van LTCM was een vroege waarschuwing voor de risico’s van investeren met geleend geld. Ironisch genoeg was het effect van Greenspans beleid dat de gehele Amerikaanse economie kwam te drijven op een schuldenlast.
Greenspans rol bij het opstoken van de crisis is veel bekritiseerd, maar het gevaarlijke pad dat hij voor Amerika markeerde wordt vandaag de dag nog steeds gevolgd. Net als een decennium geleden, toen Bill Clinton president was, is het doel van de huidige regering een herstart van de door schulden voortgedreven groei die de mensen – ook al zijn zij zelf niet rijk – de geruststellende indruk geeft dat ze zijn omringd met groeiende welvaart. Maar nu zijn de gevaren veel groter: de steun aan het failliete financiële systeem heeft enorme proporties aangenomen en de wereld weet dat de Verenigde Staten een schuldenlast hebben opgebouwd die nooit meer kan worden afbetaald. Tegelijkertijd bedreigt het samentrekken van de wereldeconomie de mogelijkheid van Amerika’s buitenlandse crediteuren om het Amerikaanse tekort te blijven financieren. De VS leven in geleende tijd, in de meest letterlijke betekenis van het woord. De spookrijkdom van de afgelopen twintig jaar komt nooit meer terug en net als de bevolking van zo veel andere landen staan de Amerikanen jaren van dalende levensstandaard te wachten.

EEN VAN DE MEER voorspelbare gevolgen van deze wereldwijde crisis is dat elk land allereerst voor zichzelf zorgt, en ook hier zetten de VS de toon. President Obama heeft zich krachtig verzet tegen de unilaterale buitenlandse politiek van zijn voorganger in het Witte Huis. Maar de regering lijkt nog steeds te denken dat ze een economische politiek kan voeren zonder acht te slaan op de reacties in de rest van de wereld. De Buy American-clausule in de wetgeving van het Congres alarmeerde China, dat al ongerust was door het vooruitzicht dat de Amerikaanse schatkistpapieren die het bezit minder waard zullen worden door een toekomstige daling van de dollar. Tijdens een discussie over dit onderwerp in februari zou Luo Ping, een directeur van de instelling die toezicht houdt op de Chinese banksector, hebben gezegd: ‘We haten jullie. We weten dat de dollar zal devalueren, maar we kunnen het niet tegenhouden.’ We weten niet of die opmerking een vergissing was, een gecodeerd dreigement of een rookgordijn voor de reeds door China genomen beslissing om uit de dollar te stappen.
Wat we wel weten is dat tegelijk met de toegenomen Amerikaanse neiging tot protectionisme China’s economische vooruitzichten zijn verslechterd. Terwijl China sterk afhankelijk is van de verzwakkende Amerikaanse markt, krijgt het te maken met snel toenemende werkloosheid en een stijgende kans op onrust. In tegenstelling tot de VS heeft China een enorm handelsoverschot en kan het zich het stimuleringspakket veroorloven dat het heeft aangekondigd. Maar als de noodzakelijke groei niet wordt bereikt, zijn meer kapitaalinjecties nodig en zal China’s capaciteit om Amerika’s federale schuld te dragen afnemen. Dan zouden de Chinese heersers worden gedwongen om te kiezen tussen het voortzetten van hun huidige relatie met Amerika, die vroeger zo lucratief was voor beide partijen, of het veiligstellen van hun eigen positie.
Het lijdt geen twijfel welk alternatief China zou kiezen. In maart verbood Rusland zijn fondsen die gebaseerd zijn op olie-inkomsten te investeren in Fannie Mae en Freddie Mac (de Amerikaanse hypotheekbanken die een grote rol speelden bij het ontstaan van de financiële crisis – jb), omdat de fondsen nodig zouden zijn voor ’s lands eigen begroting en de nationale pensioenen. Rusland geeft prioriteit aan nationale zorgen en China zou zeker hetzelfde pad volgen. In maart waren er tekenen dat China probeerde om zijn munteenheid gemakkelijker internationaal inwisselbaar te maken, en zelfs als het niet zo veel Amerikaanse staatsobligaties afstoot dat de Amerikaanse economie in gevaar komt, heeft China nog altijd een enorme invloed op de Amerikaanse economie.
De vrijheid van handelen van landen met schulden wordt noodzakelijkerwijs begrensd door de strategische doelen van hun geldschieters. De bezetting van het Suezkanaal in 1956 door Britse, Franse en Israëlische troepen moest worden beëindigd toen president Eisenhower, die meende dat de invasie indruiste tegen de Amerikaanse strategische belangen, dreigde de Britse aandelen en de Britse valuta die Amerika bezat te verkopen. Als hij zijn dreigement had waargemaakt, zou het Britse pond zijn ingestort waardoor Groot-Brittannië essentiële importgoederen niet meer had kunnen betalen. De Britse regering had geen andere optie dan de operatie te beëindigen. Als Amerikaans beleid Chinese strategische belangen schaadt, waarom zou China dan niet eveneens een veto uitoefenen?

VOORTGESTUWD DOOR DE bancaire ramp heeft de wereldwijde economische crisis een nieuwe fase bereikt waarin de toekomst van regeringen op het spel staat. Tot nog toe zijn alleen in IJsland en Letland regeringen gevallen. Maar de implosie van wereldmarkten heeft een krachtig momentum en dreigt ook regeringen in andere landen en regio’s te overweldigen. De postcommunistische landen staan voor een economische meltdown die de Europese Unie op haar grondvesten kan doen schudden. De Europese banken, die nog zwaarder leunen op leningen dan de Amerikaanse, zijn gevaarlijk kwetsbaar voor de verslechterende schuldenproblematiek in Hongarije, de Baltische staten en Oekraïne, om maar enkele staten te noemen. Europese regeringen zijn het niet met elkaar eens over hoe met de crisis om te gaan en de broze structuren van de EU bevatten geen mechanisme dat een Europees opkopen van schulden mogelijk maakt.
In postcommunistisch Oost-Europa loert een (her)balkanisering waarin varianten van een defensief nationalisme het liberale marktmechanisme vervangen, terwijl West-Europa wordt meegesleurd richting de rotsen. Net als de VS hebben Europese regeringen op de zwakte van hun banken gereageerd met het nationaliseren van hun schulden, maar dat zorgt er slechts voor dat het risico wordt verplaatst naar de staat. In Ierland doemt de schim op van een staatsbankroet. Groot-Brittannië zou wel eens de meest kwetsbare kunnen zijn van alle grote economieën. Omdat het de aansprakelijkheid op zich heeft genomen van een groot deel van zijn tot het uiterste belaste banksysteem, loopt Groot-Brittannië het risico dat er een desastreuze run op staatsobligaties plaatsvindt. Een ‘Reykjavik aan de Theems’-scenario is niet langer ondenkbaar.

WE ZULLEN DE KOMENDE maanden vaker boze mensen tegen hun verzwakte regeringen zien demonstreren, zoals in IJsland en Letland. Het is onwaarschijnlijk dat de VS een uitzondering zullen vormen. De publieke steun waarin een begiftigde en charismatische president zich koestert zal heel snel afkalven als het overnemen van de bankschulden en daarmee verbonden programma’s falen om de economie nieuwe energie te geven en het stijgen van de werkloosheid te temperen. Sommigen hebben de nieuwe regering geprezen als de architect van een nieuwe New Deal. Maar sinds de jaren dertig, toen de VS de machtigste economie ter wereld waren, is de geschiedenis voortgegaan. De Amerikaanse industrie is uitgehold, afgebroken of naar het buitenland verplaatst. De kern van de economie bestaat nu uit financiën, verzekeringen en onroerend goed – de sectoren die het meest profiteerden van de schuldgedreven jaren van hoogconjunctuur. Diezelfde sectoren zijn nu zinkende en niemand weet of het mogelijk of wenselijk is om ze weer te laten drijven.
Soms wordt gesuggereerd dat Amerika hetzelfde zal gaan meemaken als Japan, dat een heel decennium heeft verloren. Zelfs als het waar is dat Japan langzaam was met het nemen van maatregelen toen zijn economische zeepbel uiteenspatte, dan nog is de Amerikaanse uitgangspositie aanmerkelijk slechter dan die van Japan in de jaren negentig. Japanse huishoudens hadden flinke spaartegoeden en konden weerstand bieden aan een lange periode van deflatie. Ook was Japan een van de grootste industriële economieën, en het is dat nog steeds. Geen van deze voordelen gelden voor de VS en het is ondenkbaar dat het een decennium of langer deflatie zou kunnen verdragen zonder serieuze onrust.
Hoewel het ver weg lijkt, is het risico reëel dat angst en woede zullen leiden tot rellen. Een agressieve monetaire politiek is daarom waarschijnlijk onvermijdelijk. Het overnemen van de bankschulden is noodzakelijk om de ineenstorting van het systeem af te wenden, en sommige van de overheidsprogramma’s zijn nuttig in het verminderen van de zorgen. Maar deze steeds uitdijende bailout van de banken kan niet de economische activiteit doen herleven, laat staan voorkomen dat er een nog onhanteerbaarder schuldniveau ontstaat. Het waarschijnlijkste resultaat over niet al te lange tijd is het uitbreken van een periode van inflatie die, als er een run op de dollar ontstaat, makkelijk uit de hand kan lopen. Het resultaat hoeft absoluut niet in de buurt te komen van de hyperinflatie in de Duitse Weimarrepubliek tussen de wereldoorlogen om grote schade aan te richten. Net als sommige Latijns-Amerikaanse landen eerder zouden de VS kunnen afglijden tot een chronische toestand van dubbelcijferige inflatie waarin de prijzen voortdurend stijgen terwijl de welvaart wegvloeit.

HET IS ONMOGELIJK DE schijnbare overvloed van de groei-jaren te herstellen. Het was een hallucinatie opgewekt door financiële technieken die niet langer mogelijk zijn. Die go-go-periode is voorgoed voorbij.
Het uitwerken van de hallucinatie beïnvloedt meer dan alleen de economie. In een gruwelijke combinatie zijn tegelijkertijd het verleden dat de Amerikanen zich herinneren en de toekomst die ze redelijkerwijs meenden te kunnen verwachten, gelijktijdig verdampt. De jaren van groei waren een soort vakantie van de geschiedenis, een periode waarin de vergankelijkheid van vroeger vergeten werd en de toekomst een eindeloze herhaling was van het nu. Zolang de fantasie van de schuldgedreven welvaart intact bleef, was het plezierig en zelfs spannend te leven in een zich eeuwig herhalende werkelijkheid. Nu de droom voorbij is, kan het effect niet anders zijn dan desillusie en desoriëntatie. Veel Amerikanen beseffen opeens dat ze gevangen zijn in een heden waarin plezier en opwinding vervangen zijn door ontbering en angst.
De schok zal waarschijnlijk het grootst zijn bij de babyboomers. De generatie die het grootste deel van haar leven geluk had, krijgt nu hardnekkige problemen. De afgelopen vijftig jaar bevatten vele enerverende momenten – Korea, Vietnam, de burgerrechtenbeweging, de cultuuroorlogen van de jaren zestig, de Cubacrisis, de moord op Kennedy, Watergate en de terreuraanvallen van 9/11 –, maar hoe traumatisch ze ook waren, het waren geen gebeurtenissen die de verwachtingen van een generatie op z’n kop zetten.
Nu echter komt er een onomkeerbare verandering in de vooruitzichten van de babyboomers aan. Bekend was al dat demografie een effect zou hebben op de economie, dus kochten veel boomers kleinere huizen en verruilden zij hun aandelen voor veiliger investeringen bij het naderen van hun pensioen. Maar nu hebben veel van hen deze keuze niet meer – de waarde van hun aandelen is ingestort, de voorraad kapitaal die ze verzameld dachten te hebben voor een comfortabel pensioen is grotendeels verdwenen, en er zit niet veel waarde meer in hun woningen. We wisten al dat de medische kosten zouden toenemen met het ouder worden van de babyboomers, maar nu gebeurt dat precies op het moment dat de openbare en particuliere fondsen die nodig zijn om die medische zorg te bekostigen dramatisch krimpen. Over de hele linie worden de moeilijkheden die horen bij de demografische verschuiving die we voorzien hadden, verergerd door de depressie.
De vernietiging van de verwachtingen opgebouwd in de go-go-jaren, die momenteel gaande is in de babyboomgeneratie, moet Washingtons perceptie van Amerika’s plaats in de wereld nog veranderen. Dat de rangorde al gewijzigd is leert een blik op recente gebeurtenissen. Ook al werd die aanvankelijk teruggedraaid, de aanvankelijke beslissing van de Kirgizische regering om een Amerikaanse luchtmachtbasis te sluiten die gebruikt werd voor operaties in Afghanistan is onderdeel van een trend. Ook het verzet van de Zwitserse autoriteiten tegen Amerikaanse eisen om het bankgeheim deels op te heffen past daarin.
Deze kleine landen worden slechts wat zelfverzekerder, grote spelers verkeren echter in een steeds betere positie om het internationale speelveld daadwerkelijk te veranderen. Niet alleen China zou kunnen besluiten een deel van zijn financieringsoverschot niet meer in dollars te investeren, olielanden zouden hetzelfde kunnen doen. Economieën die afhankelijk zijn van grondstoffen hebben het nu moeilijk, maar ze zullen zich herstellen als de prijzen opnieuw gaan stijgen. Als dat gebeurt, en ooit komt het moment, waarschijnlijk al vrij spoedig, zullen staten die de Amerikaanse hegemonie nooit hebben geaccepteerd – Rusland, Venezuela, Iran – in een positie komen om hun macht te doen gelden in de mondiale arena.
Deze herverdeling van macht is tot op grote hoogte een gevolg van de globalisering. Die heeft niet geleid tot het verspreiden van de vrije markt en de triomf van Amerikaanse waarden, zoals al te optimistisch voorspeld door de profeten van de platte wereld. Het is juist de wereldwijde industrialisering die onvermijdelijk het einde van het Amerikaanse leiderschap in gang heeft gezet. Niet alleen heeft de voortgaande globalisering de productie naar andere landen verplaatst, zij heeft ook de rivaliteit over de afnemende grondstoffen geïntensiveerd. Amerika is de grootste schuldenaar ter wereld en tegelijkertijd is het land afhankelijk van geïmporteerde energie die de nieuwe industriële gemeenschappen van de wereld in toenemende mate zelf nodig hebben. Gebruik makend van hun nieuwe welvaart zullen deze opkomende machten grondstoffen opeisen waar de VS in het verleden beslag op legden. Het enige mogelijke resultaat is dat Amerika zijn leiderschap zal verliezen en slechts één van de machten zal worden die vechten voor een plaatsje onder de zon.
Onder normale omstandigheden zou de neergang van Amerika zich hebben uitgestrekt over verscheidene generaties. Met zijn enorme kosten, zijn wereldwijde impopulariteit en zijn onzekere uitkomst heeft de invasie van Irak dat proces versneld, en door de financiële crisis is de neergang nog eens extra geaccelereerd.
Het is volkomen realistisch om de komende jaren een grote afbraak van Amerikaanse macht te verwachten. Niets wijst er echter op dat Washington daar rekening mee houdt. De regering bereidt de terugtrekking uit Irak voor, maar voert haar inspanningen in Afghanistan op – een slagveld dat al eens een grote rol speelde bij de val van het sovjetregime. De interne legitimatie van het Amerikaanse politieke systeem heeft diepe wortels en de mogelijkheid dat zich iets zal voordoen wat ook maar in de verte lijkt op de ineenstorting van de Sovjet-Unie is op z’n zachtst gezegd onwaarschijnlijk. Maar evenmin zal Amerika zijn leiderschapspositie hernemen die zo veilig leek in de jaren van groei. Net als andere landen zullen de VS moeten leren leven met problemen die ze niet volledig kunnen oplossen.
De geschiedenis leert dat moeilijkheden van de huidige omvang meestal niet overwonnen kunnen worden. Ze worden domweg achtergelaten terwijl de geschiedenis voortschrijdt. Het verleden ligt voorgoed achter ons, en Amerika mist de macht om de toekomst te scheppen, voor zichzelf en voor de wereld.

John Gray is politiek filosoof en publiceert regelmatig in Britse media als The Guardian, The Times en The New Statesman. Hij is onder meer auteur van Black Mass: Apocalyptic Religion and the Death of Utopia. Gray ziet de mensheid als een roofzuchtige soort die druk bezig is andere levensvormen uit te roeien en wel zo grondig dat ze het zelf vermoedelijk niet zal overleven.

Vertaling: Joeri Boom

WERELDDENKERS
Na 1989 evolueerde de wereld in snel tempo van een bipolaire naar een unipolaire machtsverdeling. In de naaste toekomst zal de wereld door de expansie van China, de hernieuwde machtswil van Rusland en de groeiende economische invloed van de Europese Unie eerder tripolair of quadripolair zijn. Tegelijkertijd is in de internationale arena een steeds grotere rol weggelegd voor niet-statelijke actoren (terroristen, etnische minderheden) en grensoverschrijdende verschijnselen (godsdienst, globalisering, migratie). De Groene Amsterdammer biedt de komende maanden een podium aan denkers die hun sporen in de politieke theorievorming hebben verdiend, maar ook beseffen dat nieuwe inzichten nodig zijn om de wereld van morgen in kaart te brengen. Dominique Moïsi, Robert D. Kaplan en Amy Chua gingen John Gray reeds voor.