Leven in slow motion

Don Delillo, Point Omega . € 20,95

De woestijn, zegt cineast Volterra in Don DeLillo’s veel te onbekende roman The Names (1982), is geschikt voor het bioscoopscherm, die ís het scherm. In film, filosofeert hij verder, gaat het altijd om mensen in een open ruimte, een leegte die hun bestaan vormt. Voor Volterra, maar ook voor DeLillo’s oeuvre, is de twintigste eeuw een gefilmde eeuw. ‘Film maakt deel uit van de geest van de twintigste eeuw.’ Of het nu het Zapruder-filmpje is dat de moord op J.F. Kennedy in 1963 vastlegde of tv-beelden van de Vietnamoorlog.
Woestijn, film en tijd; we zitten midden in de vijftiende, compacte roman van Don DeLillo: Point Omega. Al in The Body Artist (2001) beweert een performance artist dat de tijd de enige vertelling is die ertoe doet. Die rekt de gebeurtenissen op, waardoor de mens kan lijden en gelouterd wordt, de dood onder ogen durft te zien en ermee leert leven.
Point Omega begint en eindigt in het Museum of Modern Art in New York, op respectievelijk 3 en 4 september 2006. De Irakoorlog woedt en woekert door. Een man - de documentairemaker Jim Finley - leunt tegen de wand van een filmzaaltje waarin Hitchcocks Psycho wordt vertoond, maar dan vertraagd tot een geluidloze performance van 24 uur. De film als barricade tegen de terreur van de tijd. De vertraging dwingt totale concentratie af: filmer Finley beseft dat het ware leven niet is terug te brengen tot gesproken of geschreven woorden. Het echte bestaan onthult zich in minuscule momenten, ogenschijnlijk triviale bewegingen of een toevallige blik. 'Ieder verloren moment is het leven.’ Vanuit die gedachte wil Finley een simpele documentaire (alleen een 'pratend hoofd’) van de 73-jarige defensiespecialist en Pentagon-medewerker Richard Elster maken. Daarvoor reist hij af naar Elsters buitenhuis 'ergens ten zuiden van nergens’ in de woestijn ten oosten van San Diego, Californië, niet toevallig dezelfde woestenij waarin het voyeuristische Psycho zich afspeelt. Van de documentaire komt weinig terecht. De twee mannen praten over oorlog en vrede, staren vanaf het terras de woestijn in of rijden wat rond. Adviseur Elster, die de relatieve buitenstaander speelt, ziet oorlog als een gesloten wereld voor strategen, samenzweerders en kaartenlezers. Allemaal projectie en methodologie in binnenkamertjes. Het lijden is elders.
Voor een oorlogvoerende staat is de leugen noodzakelijk. Elster wil een zogenaamde haiku-oorlog, dat wil zeggen een strijd in drie regels: 'wat ideeën verbonden met vluchtige zaken’. Een wereldmacht moet wel in actie komen om de toekomst te heroveren op despotische tradities, beweert de taalgevoelige Elster. Tegelijkertijd is Elster ervan overtuigd dat woorden - onder andere rendition (interpretatie, vertaling, performance) - niet noodzakelijkerwijs de kern van iemands bestaan uitmaken. Oeverloos snoeven, zo noemt hij de krijgstaal zelf.
In Point Omega gaat het dan ook om een heel andere, veel stillere en meer stiekeme oorlog. Die stomme strijd begint met de komst naar het woestijnhuis van Elsters dochter Jessie, door haar Letse moeder naar haar ex-man gestuurd omdat Jessie’s dubieuze vriend stalkneigingen zou vertonen. In die fase begint DeLillo’s vertelling een Psycho-achtige thriller te worden waarin de woorden steeds minder tellen en filmer Finley een voyeuristisch cameraoog wordt. Jessie Elster voelt zijn seksueel geladen blik en trekt de uiterste consequentie: ze verdwijnt, ze lost op in de woestijn. Wie is zij, die de woorden van iemands lippen lijkt te kunnen lezen en al in de toekomst schijnt te leven? Is zij de vleesgeworden eschatologie van de religieuze Teilhard de Chardin, die het punt omega definieerde als een toestand waarin de mensheid het dierlijke is ontstegen, verlost door Jezus Christus? De mensheid als het mystiek lichaam van Christus, als allesomvattende liefde, of zoals Elster het zelf formuleert: 'een sprong uit de biologie’. Als het heelal één oneindige hostie is (Teilhard de Chardin) en het menselijk bewustzijn beperkt en uitgeput, moeten we maar weer opgaan in de materie: 'We willen stenen in een veld worden.’
Wie nu mocht denken dat Point Omega een esoterisch-religieus traktaat is, vermomd als Psycho-thriller, vergist zich. DeLillo’s roman gaat over bewust kijken en bewust leven, over leven in slow motion wanneer de tijd wegvalt en je zelf in een zwart gat dreigt te verdwijnen. 'Kun je jezelf voorstellen als iemand die een ander leven leidt?’ Vereenzelvig je je met psychopaat Norman Bates in Psycho of met een degelijke documentairemaker die het fenomeen oorlog wil doorgronden? In Point Omega is het de innerlijke woestijn die ontrafelt en onthult. Hoe? Dat is de kracht van DeLillo’s vernuftige verteltechniek. Het kernverhaal speelt zich af in de Zuid-Californische woestijn bij Anza-Borrego, en daar brengt DeLillo alle bewustzijn terug tot plaatselijk verdriet, tot één lichaam: de ontredderde, verbijsterde, dochterloze Richard Elster.
Er zijn drie zinnen, op pagina 14, die iets aankondigen waar de lezer veel later in de vertelling nauwelijks aan durft te denken. Op 3 september 2006, als filmer Finley naar de vertraagde Psycho kijkt en tegelijkertijd het binnenkomende en weglopende publiek observeert, bedenkt hij dat hij op een vrouw wacht, een vrouw alleen met wie hij van gedachten kan wisselen. Die vooruitwijzing naar het slotfragment, een dag later in hetzelfde filmzaaltje, zet de hele vertelling onder stroom. Wie de vrouw is? Laat ik het zo zeggen: niemand is wie hij/zij lijkt te zijn. Point Omega gaat over de kracht van verinnerlijking en is een pleidooi voor paroxisme, voor een intensivering van het leven. Deze kleine roman van Don DeLillo is heel groot en wordt bij herlezing nog diepgaander en indrukwekkender.

Don DeLillo
Point Omega
Picador, 117 blz., € 22,95