Leven op de pof

In Amerika juichen de economen er al een tijd over. Nederland volgt nu schoorvoetend: de Nieuwe Economie. De ouderwetse conjunctuurgolven verdwijnen. Zodat lage werkloosheid, lage inflatie, lage rente en hoge aandelenkoersen blijvend kunnen samengaan (p816pc1000( door Peter Vermaas(

VLAK VOOR Prinsjesdag kon het kabinet weer eens een meevaller melden. Eén miljard deze keer, volgens Zalm-norm te besteden aan lastenverlichting. Het ‘behouden scenario’ van twee procent economische groei waar de architecten van Paars II vorig jaar bij het opstellen van het regeerakkoord vanuit gingen, blijkt de ene meevaller na de andere op te leveren. En dat is leuk regeren, vooral voor de minister van Financiën, die als het zo doorgaat volgend jaar zijn begrotingstekort mogelijk ziet verdwijnen. De Nederlandse burger vindt het ondertussen allemaal prachtig en consumeert erop los. Jaarlijks wordt vier tot vijf procent meer gekocht. En omdat het vertrouwen in de economie door de meevallers ongekend groot is, worden voor boten, tweede auto’s en derde huizen leningen en hypotheken afgesloten. Maar eens komt het moment dat dit ophoudt. Dat de vette jaren voorbij zijn en er volgens het aloude economische principe van de conjunctuurgolven een periode van magere jaren aantreedt.
Niks daarvan, zeggen de profeten van de 'Nieuwe Economie’ in de VS. Door het steeds efficiënter toepassen van de informatie- en communicatietechnologie ICT) zal de productiegroei voorlopig doorzetten. De ouderwetse conjunctuurgolven zullen wellicht verdwijnen of minder scherp worden. Als gevolg hiervan zouden lage werkloosheid, lage inflatie, lage rente en hoge aandelenkoersen - de huidige trend - misschien wel langdurig kunnen samengaan.
In Nederland zijn nog maar weinig economen die geloven in het uit Amerika overgewaaide gedachtegoed van de Nieuwe Economie. Wat maakt de toepassing van ICT in het productieproces nu anders dan de toepassing van elektriciteit een eeuw geleden? Hoogleraar algemene economie Luc Soete van de Universiteit in Maastricht is in Nederland een roepende in de woestijn. Al in de jaren tachtig schreef hij over de grote rol die ICT in de economie van de volgende eeuw gaat spelen en tegenwoordig laat hij geen mogelijkheid onbenut om de Nederlandse economenwereld te overtuigen van het gelijk van de Nieuwe Economie. Want, zegt Soete, de afgelopen jaren wordt steeds weer het in elkaar storten van de economie voorspeld: hoge groei die langdurig samengaat met lage loonontwikkeling, lage werkloosheid en lage inflatie - dat kan eigenlijk niet. De inflatie had moeten stijgen, waarmee de economische groei zou afnemen. 'En dat is niet gebeurd. Er lijken interne inconsistenties te zijn in de manier waarop de oude macro-economie naar de huidige technologische ont wikkelingen kijkt. Bepaalde zaken kunnen op de oude manier gewoon niet worden verklaard.’
EN DAT KOMT dus allemaal door de digitalisering van de maatschappij, door de ICT. De kapitaalinvesteringen en daarmee de hoge werkloosheid en productiviteitsdaling van halverwege de jaren tachtig is achter de rug, nu wordt geprofiteerd van de nieuwe efficiëntie. De waarde daarvan is echter niet eenvoudig meetbaar. 'Het statistische apparaat’, zegt Soete, 'is nog te veel gebaseerd op traditionele indicatoren. Hoe meet je bijvoorbeeld het voordeel van geld opnemen bij een geldautomaat? Dat is een efficiëntieverhoging die je uiteindelijk zult terugzien in de mindere behoefte aan bankfilialen. Daar zul je op moeten corrigeren. Immateriële waarden worden in oude economische modellen niet gemeten, terwijl we daar steeds meer mee te maken hebben. De waarde van hoogtechnologische materiële goederen verdampt daarentegen snel omdat de kennis veel sneller publiek toegankelijk wordt. Het gaat er in de Nieuwe Economie om wat je met het product doet.’
De recessie in Japan heeft Soete in zijn geloof gesterkt. De Japanse economie, zegt hij, en in bepaalde mate de Duitse ook, is een echte fabrikateneconomie. 'Wij gebruiken de ICT die In Japan gemaakt wordt om er creatieve dingen mee te doen waarmee wij de waarde kunnen vasthouden: software bijvoorbeeld. De landen die de hardware maken zijn de landen die het moeilijk hebben omdat die spullen continu in waarde dalen.’
Hoogleraar Arjen van Witteloostuijn, werkzaam in Groningen, is niet overtuigd. 'De Nieuwe Economie moet zich nog altijd bewijzen. Bovendien, zo indrukwekkend is de groei nu ook weer niet. In de jaren vijftig, zestig en begin jaren zeventig kenden we een groei die behoorlijk hoger lag. Daarnaast is er vooralsnog in de macro-economische statistieken niets terug te zien van die fenomenale structuurwijziging. Als je naar de gemiddelde productiviteitsgroei in Nederland en de VS kijkt, dan houdt dat niet over. Waar al die prachtige technologieën blijven, ik weet het niet. In de statistieken staan ze in ieder geval niet. Laten de Nieuwe Economen dan eerst maar eens met nieuwe, goede statistieken komen.’
Vorige week kwam van Van Witteloostuijn het boeiende boek De anorexiastrategie uit. Hij beschrijft daarin nieuwe wetmatigheden voor het Nederlandse bedrijfsleven waarbij de saneerdrang tot een anorexia-achtige situatie leidt: al te zeer afgeslankte ondernemingen. Van Witteloostuijn relativeert de 'hosannastemming’ van de Nieuwe Economen. Het gaat immers maar in zo'n twintig procent van de landen écht 'goed’. En gaat het daar eigenlijk wel zo denderend? De verborgen werkloosheid is in Nederland torenhoog, de rijken worden rijker en de armen worden armer. En in gidsland Amerika? 'Als je arm in Harlem geboren wordt, kom je niet eens in de statistieken voor!’
BIJVAL HEEFT Luc Soete inmiddels wel van een niet-econoom gekregen. Meester in de rechten Thom de Graaf, fractievoorzitter van D66 in de Tweede Kamer, heeft zich tijdens het reces in de economie gestort en publiceerde twee weken geleden in NRC Handelsblad het resultaat. De Graaf ontpopt zich als een heuse volgeling. Hij is zelfs van mening dat het regeerakkoord herijkt moet worden. Als er binnenkort in Nederland net als in de VS als gevolg van de Nieuwe Economie een begrotingsoverschot is, dan moeten volgens hem andere afspraken worden gemaakt over de besteding van het vrijgekomen geld. Niet terugpompen in de economie voor lastenverlichting (dat maakt de 'zeepbel’ waar criticasters van de Nieuwe Economie over spreken ook alleen maar groter), maar 'maatschappelijke investeringen’ in onderwijs, zorg en milieu. Over een naderende recessie hoeven we ons geen zorgen te maken, betoogt de D66-voorman, 'de voorspellingen zijn conjunctuurgevoeliger dan de economie zelf.’
Van Witteloostuijn: 'Als je daar je beleid op afstemt, zul je van een koude kermis thuiskomen. Een groot deel van de wereld heeft nog te maken met buitengewoon turbulente conjunctuurgolven, dus het kan zomaar misgaan. Als de toestroom naar de beurs van al dat kapitaal van de rijken en de pensioenfondsen stagneert, dan dondert alles in mekaar. En dan kun je wat beleven. In de VS, en ook hier, wordt voor een belangrijk deel op de pof geleefd. Men leent op basis van virtuele vermogens: huizen of beleggingen die meer waard zijn geworden. Als de beurs inzakt, dan verdwijnt dat vermogen en zullen mensen veel minder uitgeven.’
Maar ook 'iets kleins’, waarschuwt Van Witteloostuijn, kan dramatische gevolgen hebben. Als staatssecretaris Vermeend het had aangedurfd in zijn afgelopen dinsdagmiddag gelanceerde nieuwe belastingplan om de aftrek van de hypotheekrente volledig af te schaffen, had de zeepbel kunnen springen. Van Witteloostuijn: 'Een van de oorzaken van de Japanse crisis is dat de onroerend-goedmarkt daar in elkaar is gestort. Dat kan hier ook gebeuren.’