Generatie Alles: Door de crisis laait het gemeenschapsgevoel weer op

Leven tussen de fruitbomen

De commune is terug van weggeweest, maar heet nu ecologische woongemeenschap. In Villa Goedbekeeken en de Refter staat bewust leven centraal. ‘Het zou helemaal in elkaar storten als iemand de kantjes eraf ging lopen.’

‘Samenwerken? Daar hou ik niet van. Ik ben van de ik-generatie, ik werk liever alleen.’ Nadesh lacht, ze meent het niet echt. Op de Refter, een woon- en werkgemeenschap van maar liefst negentig mensen in een voormalig klooster in het Gelderse Ubbergen, is het klussendag. Een groepje van een man of vijftien werkt zich in het zweet om het pand en de omliggende tuin te onderhouden. Geen geringe taak, het voormalige klooster is van een imposante omvang. Vanaf bushalte de Refter, vernoemd naar het klooster, rijst het gebouw op sprookjesachtige wijze uit boven de Ubbergse bossen.

De relingen van een brug krijgen een nieuw kleurtje, een omgevallen boom wordt tot stukjes brandhout gezaagd. Het is zaterdagochtend half tien en ze zijn al even bezig, maar niemand klaagt. Het is heerlijk weer en het tempo ligt niet al te hoog. Het is juist dit samenwerken dat voor een woongemeenschap als de Refter van belang is. Samenwerken verbindt en creëert of onderhoudt het gemeenschapsgevoel. Dat is waar de Refter op drijft.

Het klinkt ouderwets, want volgens veel socio­logen is het gemeenschapsgevoel in de westerse wereld al decennia in verval. Competitie en eigenbelang zouden saamhorigheid grotendeels hebben verdreven. Maar als gevolg van deze ontwikkeling zijn er ook jongeren die zich ontheemd voelen en op zoek gaan naar woon­gemeenschappen waar sociale verantwoordelijkheid nog wél hoog in het vaandel staat.

Zoals Nadesh de Jong (24). Zij is geen bewoonster van de Refter, maar overweegt zich wel in te schrijven. Momenteel woont Nadesh in een studentenhuis in Nijmegen, maar daar voelt ze zich niet op haar plek. Zij helpt als gast mee op de klussendag om een goed beeld van de woongemeenschap te krijgen en alvast wat mensen te leren kennen. ‘Het gemeenschappelijke karakter van de Refter trekt mij heel erg aan. En de Refter is voor mij denk ik een goede plek om een beetje tot rust te komen en mijn hoofd leeg te maken.’

Ook dit is volgens Beate Völker, sociologe aan de Universiteit Utrecht, een minstens zo belangrijke reden voor jongeren om naar een woongemeenschap te verlangen: ‘De hoeveelheid invloeden en beschikbare informatie is nog nooit zo groot geweest als tegenwoordig. De mogelijkheden zijn vrijwel onbegrensd. Dat zorgt onder jongeren voor veel onzekerheid. Samen wonen en ergens samen aan werken schept een ongelooflijk veiligheidsgevoel in een wereld die zo onoverzichtelijk is.’

Rond het middaguur krijgen alle klussers ter afsluiting een uitgebreide lunch voorgeschoteld. Buiten in de zon, bij het tuinhuisje van de Refter, is een tafel gedekt met soep, salade en een grote verscheidenheid aan broodjes. Alles biologisch verantwoord uiteraard.

Een kleine twintig kilometer oostwaarts van de Refter, in het Duitse plaatsje Keeken, ligt Villa Goedbekeeken. Ook dit is een Nederlandse woongemeenschap, maar daar lijkt elke vergelijking op te houden. Hier geen bushalte voor de deur, of zelfs maar in de buurt. Wie Goedbekeeken met het openbaar vervoer wil bereiken, dient rekening te houden met een wandeling van een half uur. Villa Goedbekeeken, een aanzienlijke maar enigszins vervallen boerderij met een door onkruid overwoekerde tuin en een dak vol gaten, is het eerste huis na de grensovergang.

‘In de zomer is het hier echt prachtig’, zegt bewoonster Jenny Schings (26). Samen met haar vier huisgenoten vormt zij hier een kleine Nederlandse enclave. Waarom in Duitsland? ‘Nou ja, gewoon omdat de grens even verderop getrokken is. Wonen in Duitsland en werken in Nederland maakt het leven er misschien niet gemakkelijker op, maar wel een beetje goedkoper.’ De bewoners huren de giga-boerderij en anderhalve hectare grond voor slechts duizend euro per maand. Dat maakt het hebben van een goedbetaalde baan minder urgent. En dat is ook precies de bedoeling. Niemand werkt fulltime. ‘Hier telt de kwaliteit van leven meer dan een succesvolle carrière’, zegt Tatjana Kirienko (27).

Sociologe Anna Dijkhuis, die zich jarenlang in woongemeenschappen heeft verdiept, hoort dit tegenwoordig vaker. Volgens haar is er sprake van een trend: ‘De oriëntatie van veel huidige twintigers is anders. Het idee van huisje, boompje, beestje gaat voor steeds meer jongeren niet meer op. Ook carrière, en de wens om alles te willen hebben, worden minder belangrijk. Tegenwoordig is er meer aandacht voor de kwaliteit van leven.’

Maarten Nankman (37) is hier het beste voorbeeld van. Jarenlang had hij een goedbetaalde baan als boomverzorger en een fraai eigen onderkomen in Groningen. Tot zijn vriendin Tatjana zwanger werd en hij bij haar in Goedbekeeken kwam wonen. In afwachting van hun kindje heeft Maarten een sabbatical van een jaar ingelast om over zijn toekomst na te denken. Het opgeven van zijn huis en baan leidde tot onbegrip bij vrienden en kennissen, maar hij heeft nog geen moment spijt gehad. ‘Ik wilde altijd al weg uit de stad, maar het moest perfect zijn. Ik wilde een moestuin, fruitbomen en kippen. Dat heb ik hier.’

Goedbekeeken heeft dit alles zelfs in overvloed. Jaarlijks eten de bewoners onder meer grote hoeveelheden appels, eieren, tomaten, wortels en pompoenen van eigen bodem. En voor de niet-vegetariërs zo nu en dan wat vlees. ‘Onze haan accepteert een aantal van onze kippen niet en we denken er nu over om hem te slachten en op te eten’, vertelt Jenny, die daar een beetje moeite mee heeft. ‘Hij is hier geboren, ik vind het wel zielig.’

Belangrijker dan kostenbesparing is de behoefte aan een bewuste en duurzame levensstijl. Dit komt vooral naar voren in eetgewoonten. Wat niet van eigen land komt, wordt vrijwel altijd bij biologische leveranciers gehaald. Groente en vlees bij ecovriendelijke supermarkten, zuivelproducten op een boerderij, en brood, met korting, bij de biologische bakker waar Jenny werkt. ‘Bijna alles in ons huis is bovendien tweedehands’, zegt Jenny. ‘We proberen zo min mogelijk met de massaconsumptie mee te gaan.’

Een ideologische achtergrond is volgens sociologe Beate Völker uitermate belangrijk voor woongemeenschappen. Völker maakt onderdeel uit van een groep sociologen die het niet eens is met de theorie van de verdwenen gemeenschap. Volgens haar is deze slechts veranderd. De gesloten en gedwongen gemeenschappen van vroeger zijn als gevolg van de toegenomen globalisering onhoudbaar gebleken. Hiervoor in de plaats komen nieuwe gemeenschappen op. Deze hebben een meer open karakter, omdat de leden een keuze hebben. Vanwege de intensiteit van de woongemeenschap is een sterk overeenkomstig samenlevingsideaal noodzakelijk.

Duurzaamheid is momenteel de leidende ideologie. Volgens Völker heeft de economische crisis hierin een belangrijke rol gespeeld: ‘De crisis heeft ons duidelijk gemaakt dat we niet op de huidige voet kunnen blijven voortleven. We zijn bewuster geworden en zoeken naar alternatieve manieren om ons leven in te richten, en met ons geld en het milieu om te gaan. Duurzaamheid was al in opkomst, maar de laatste vijf jaar is het door de crisis nog veel groter geworden.’

In Goedbekeeken is vooral Tatjana zeer betrokken bij dit thema. Als oud-gemeenteraadslid van de SP heeft zij de politiek jarenlang proberen te overtuigen van het belang van duurzaamheid. En haar masterthesis voor de studie milieu- en maatschappijwetenschappen schreef ze over duurzame leefstijlen in de regio Nijmegen. Daarbij viel haar op dat ook duurzaamheid tegenwoordig een individualistisch karakter heeft. Als gevolg van scepsis over officiële organisaties en een gebrek aan vertrouwen in de politiek was geen van haar respondenten lid van een traditionele milieubeweging en maakten zij geen deel uit van een politieke tegen­beweging. Maar de toenemende populariteit van ecologische woongemeenschappen als de Refter en Goedbekeeken bewijst dat duurzaamheid tegenwoordig niet alleen een individualistisch karakter heeft.

Maar ook woongemeenschappen kunnen individuele behoeften en belangen niet voor eeuwig buitensluiten, bewijst de Refter. Deze woongemeenschap werd in 1982 gesticht met zowel mens- als milieuvriendelijke ideologieën in het achterhoofd. ‘Beide zijn echter enigszins mislukt’, treurt Joost Evers (55), een bewoner van het eerste uur. ‘Het gemeenschapsgevoel is de afgelopen jaren flink afgenomen. Van bewoners van de Refter wordt verwacht dat ze zich acht uur per week voor de gemeenschap inzetten, maar steeds meer mensen hebben moeite om hieraan te voldoen. Vergaderingen worden slecht bezocht, in onze kroeg is het vrijwel nooit meer druk. En de ambitieuze milieuvriendelijke plannen die we hadden, zoals het aanleggen van een gescheiden leidingensysteem om ongezuiverd water te hergebruiken, zijn nooit van de grond gekomen. Iedereen rijdt bovendien met een auto tegenwoordig. Ikzelf ook trouwens.’

Het ‘verval’ van waarden is deels toe te schrijven aan de grootte van het voormalige klooster. Negentig bewoners is klein genoeg om iedereen te kennen, maar te groot om een collectieve band te creëren. Subgemeenschappen zijn het gevolg. In de Refter zijn dit kleine woongroepen van ongeveer vijf mensen die samen een woonkamer, keuken en badkamer delen. Deze worden vooral bemand door relatief jonge en actieve bewoners. Daarnaast is er nog een aanzienlijk aantal privé-woningen, waar mensen alleen of met hun partner en/of kind relatief teruggetrokken kunnen leven. Hier wonen inmiddels veel van de ambitieuze oprichters.

Toenemende welvaart is een belangrijkere oorzaak, denkt Evers. ‘Toen we hier als jongeren in de jaren tachtig begonnen, hadden we last van de crisis. Veel mensen konden geen werk krijgen, waardoor de samenwerking en onderlinge band vanzelf sterker werden. Sindsdien is eigenlijk iedereen op zijn pootjes terechtgekomen. Veel stelletjes zijn hier samen gaan wonen en hebben kinderen gekregen. Dan is het logisch dat je je enigszins buiten de gemeenschap plaatst.’

Sociologe Dijkhuis herkent dit: ‘Vanaf halverwege de jaren tachtig ging men langzaam maar zeker steeds meer eisen stellen aan het leven in woongemeenschappen. Dat heeft er voor een groot deel mee te maken dat we rijker zijn geworden: de behoefte om alles te delen nam af.’

Niet iedereen in de Refter vindt dit een slechte ontwikkeling. Volgens Corina Hofman (29) is de woongemeenschap juist volwassen geworden: ‘Ik zie de Refter als een gemeenschap die haar puberteit achter zich heeft liggen en nu op zoek is naar een balans tussen de belangen van het individu en de groep. Dat vind ik positief. De dromerige en onrealistische idealen van vroeger zijn ingeruild voor meer realistische, haalbare doelstellingen. Onder aanvoering van nieuwe leden worden nieuwe initiatieven ontplooid. Zo kunnen bewoners nu ruimte huren op de Refter om een bedrijfje te starten waar andere bewoners profijt van hebben, zoals een fietsenmaker. Het verschil met vroeger is alleen dat de focus toen eerst op de groep lag en pas later op het individu. Nu is er steeds meer aandacht voor het individu in de groep.’

Het huidige realisme van de Refter trekt ook meer realistische jongeren aan. Samen met Rozemarijn Oosthoek (23), Esther Krootjes (24) en Anne-lena de Vletter (24) vormt Corina woongroep West III. Hun leven op de Refter heeft veel overeenkomsten met het leven in een studentenhuis. ‘Voor een partystudent zal het hier allemaal wel erg saai zijn’, denkt Anne-lena. Betrokkenheid bij het gemeenschapsleven en een bewuste manier van eten worden bevorderd door de Refter, maar in de vastberadenheid waarin deze overtuigingen worden opgevolgd, zit een zekere rek.

Op West III heeft biologisch eten de voorkeur, maar een vereiste is het niet. Vanwege de hoge prijs van veel biologische producten wordt toch vaak voor een goedkopere variant gekozen. Ook regelmatig samen eten is niet verplicht. ‘Meestal begint een van ons uit zichzelf te koken en sluiten geïnteresseerden vervolgens aan. Als er dan niet genoeg eten is, koken ze nog iets extra’s’, verklaart Anne-lena. Na het eten kan het in de bescheiden keuken, die bij gebrek aan een woonkamer als verzamelplek fungeert, erg gezellig worden. Maar als ze uitgaan, alleen of met vrienden van buiten de Refter, doen zij dit meestal niet in de gezamenlijke kroeg van de woongemeenschap. Nijmegen, maar ook dorpen in de directe omgeving, hebben meer te bieden.

Het amper vijf jaar oude Goedbekeeken zit nog maar in de puberteit. Hier is het gemeenschapsgevoel nog sterk. De beperkte grootte van de woongemeenschap maakt dit ook noodzakelijk. ‘Al kunnen we ons ook terugtrekken op onze eigen kamers als we even geen zin in elkaar hebben’, zegt Jenny. ‘Maar dat gebeurt niet zo vaak. We zijn heel hecht. Zoals ik vroeger samenwoonde met mijn familie, woon ik nu hier met mijn huisgenoten. We eten vrijwel elke avond samen en ook als iemand gasten over de vloer heeft, wordt er niet apart gekookt. Zij eten dan gewoon mee. Na het eten kijken we vaak met z’n allen een film op de beamer, onze trots.’

Het onderhoud van huis en tuin verloopt zonder grote problemen. Hier geen klussendag, geen verplicht aantal werkuren per week of zelfs maar een schoonmaakrooster. Alle vijf vertrouwen erop dat iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid neemt. ‘En dat werkt zeer goed’, zegt Tatjana. ‘De een werkt meer in de tuin, terwijl de ander wat vaker kookt. Maar niemand drukt zich. Dat is ook belangrijk, want het zou helemaal in elkaar storten als iemand de kantjes eraf ging lopen.’

Maar ook is er soms strijd tussen realisme en ideologie. Zo was de komst van een was­machine in Goedbekeeken vooraf al fel betwist. Pas na lang onderzoek werd een model gevonden dat geen extra schade aan het milieu toe zou brengen. Dit kan niet altijd voorkomen worden. Omdat het huis zo afgelegen ligt, maken de bewoners bijvoorbeeld regelmatig gebruik van de auto. En in de winter, wanneer het in de boerderij met gaten in het dak gaat vriezen, zijn ze aangewezen op een op olie lopende verwarmingsinstallatie. Op andere momenten volstaat de houtkachel.

Jochem Kampman (35) is de laatste nieuwkomer in Goedbekeeken, een parttime meubelmaker. Het is zijn droom om op dit landgoed een volledig zelfvoorzienend leven te gaan leiden. Zijn ambitieuze plannen doen erg aan de oorspronkelijke ideeën van de Refter denken. Naast het zelf verbouwen van aardappelen, het maken van onder meer kaas en brood en het stoken van alcohol hoopt Jochem in de toekomst zelfs een bed breakfast te beginnen in de tuin. Nog niet iedereen zit op dezelfde lijn. Jenny twijfelt. ‘Het idee van een woon-werkhuis leeft nog niet echt bij mij. Ik vind het ook wel fijn om ergens anders te werken en af en toe weg te gaan. Om niet altijd hier te zitten.’