Film: ‘Pinocchio’

Leven zonder touwtjes

Federico Ielapi (l) en Roberto Benigni in Pinocchio, regie Matteo Garrone © Independent Films

Een vreemde doodsheid zit er in de houten pop in Pinocchio van de Italiaanse regisseur Matteo Garrone. Eerst werkt dat heel goed: een gemaakte jongen, die niet weet wat hij precies is, moet leren leven als een echt mens. Maar vervolgens voel je geen worsteling bij de jonge held, zelfs niet in de mooiste momenten van het verhaal: de duivelse machinaties van Kat en Vos, het ontsnappen naar Luilekkerland, de ellende van de ezelsoren en het avontuur met vadertje Geppetto in het binnenste van het zeemonster.

In Carlo Collodi’s beroemde verhaal uit 1883 is Pinocchio, vers uit hout gesneden, een duivelskind. Maar hier is het punt: ieder kind van Pinocchio’s ‘eerste leeftijd’ – hij is een jaar of zes als Geppetto hem maakt – werpt instinctmatig alle regels van zich af. Deze mensen – ‘Ik zit niet aan vier touwtjes vast!’ – willen niet slapen, eten of leren hoe zich goed te gedragen. In Collodi, als Pinocchio de sprekende krekel voor het eerst ontmoet, verklaart de houten pop: ‘Ik heb totaal geen zin om te leren… Ik vind het leuker om achter vlinders aan te rennen en in bomen te klimmen om vogelnestjes leeg te halen.’ De schitterende ironie is dat we, als we diep in ons hart kijken, precies zoals de pop zonder touwtjes willen zijn.

De hang naar anarchie en chaos maakt ons menselijk, maar dit zien we niet bij Garrone. Misschien komt die doodsheid bij Pinocchio door de jonge acteur Federico Ielapi, die er niet in slaagt het personage tot leven te wekken. Gelukkig is er nog Roberto Benigni, die schittert in de rol van de vader, vooral in de eerste vijftien minuten, het beste deel van de film. De setting is een arm dorpje waar de timmerman zo’n honger heeft dat hij houtsnippers eet. Hij gaat naar een herberg waar hij suggereert dat er van alles mis is met de stoelen, tafels en deuren, en dat hij, Geppetto, dat kan maken, natuurlijk tegen betaling. De sfeer van wanhoop doet denken aan die in Garrone’s eerdere, betere films: het sociaal-realistische maffia-epos Gomorrah (2008) en vooral het schitterende Dogman (2018), over een hondenverzorger die bijklust als drugsdealer. Misschien is dat wat Garrone ook met Pinocchio wil zeggen: er ís geen verlossing voor wie leeft in een onmenselijk systeem.

Het mooie van Collodi’s Pinocchio is het invoelbare dilemma van mens worden. Om goed te kunnen leven moet je je aanpassen aan allerlei sociale normen. Maar Pinocchio weet dat hij dan veel kwijtraakt. Wie wil er niet altijd precies zeggen wat hij of zij vindt; Luilekkerland is nu eenmaal de hemel (de school in het dorpje waar hongersnood heerst is dat niet), en de Goede Fee is Mevrouw Politieke Correctheid. De vraag aan de houten pop is wat hij ervoor terugkrijgt als hij zich goed gedraagt. Het antwoord in het boek is simpel. Gehoorzaamheid, goed gedrag; wees verstandig. Een goed mens ben je dan. Maar interessant? Nee. Dat is de houten Pinocchio wel.


Te zien vanaf 22 juli