Het hoofdpersonage in deze film van de Tunesische regisseur Kaouther Ben Hania is gebaseerd op Tim van de Belgische kunstenaar Wim Delvoye. ‘Tim’ is behalve kunstwerk ook mens, een veertigjarige voormalige manager van een tattooshop in Zürich. In 2008 kreeg hij een tattoo ontworpen door Delvoye op zijn rug. Daarna werd hij verkocht aan een kunsthandelaar. Sindsdien zit hij drie keer per jaar urenlang in galeries over de hele wereld, zodat bezoekers naar hem kunnen kijken.

In The Man Who Sold His Skin is het levende kunstwerk de Syrische vluchteling Sam Ali (Yahya Mahayni) die op een avond een kunstenaar, Jefferey Godefroi (Koen de Bouw), in een bar in Libanon ontmoet. Daar wordt de deal gesloten: Godefroi mag de rug van Sam laten tatoeëren. Hiermee wordt de vluchteling, tegen betaling, het eigendom van de kunstenaar. Sam gaat akkoord niet zozeer vanwege het geld, maar omdat de standplaats van de kunstenaar Brussel is, waar ook zijn geliefde Abeer (Dea Liane) zich bevindt. Die raakte Sam kwijt toen zij min of meer gedwongen in het huwelijk was getreden met een rijke Syriër.

Godefroi noemt zichzelf ‘Mephistopheles’, de duivel uit de Faust-legende. Ook benoemt hij de betekenis van zijn werk: ‘Het leven is betekenisloos. Wij mensen zijn niets. Maar we blijven zoeken naar betekenis.’ Ja, denk je dan, dit is wel heel erg letterlijk zeggen hoe we de film moeten bekijken. Als het zelf ontdekken van de thematiek van The Man Who Sold His Skin er voor de kijker niet in zit, rijst de vraag wat er nog voor ons overblijft. Niet bijster veel, is het antwoord.

Wel zijn de acteurs fijn om naar te kijken, voorop Monica Bellucci in een bijrol. Ze is Godefroi’s gewetenloze assistent Soraya. Om de haverklap steelt ze Sams paspoort, zodat hij in Europa geen kant op kan wanneer hij het helemaal heeft gehad met dat zitten in de tentoonstellingsruimte en alleen nog maar wil ontsnappen om Abeer uit de klauwen van haar echtgenoot te redden.

Veel interessanter dan dit alles is het echte verhaal. Zo lees ik dat ‘Tim’ tijdens de lockdown van vorig jaar erop stond Tim te zijn, ook toen zijn eigenaar dat niet van hem verwachtte. Tim bevond zich in Tasmanië, Australië, waar Tim in het Museum of Old and New Art zou worden getoond. Toen het museum dicht ging, bleef Tim luidens een artikel in The Guardian opdagen – om te zitten. Iedere dag. Van tien uur ’s ochtends tot half vijf ’s middags. Je kon hem, ‘het werk’, via een livestream bekijken. Afgezien van korte pauzes was Tim er altijd.

Hier speelt net zoals in The Man Who Sold His Skin het geijkte idee van kunst als handelswaar, maar Tim laat nog iets meer zien, namelijk dat zitten. Misschien voelt ‘Tim’ zich werkelijk ‘kunst’, en denkt hij: hier hangt en staat iedere dag van alles, dus wat maakt mij beter? Derhalve daagt hij plichtsgetrouw op om net als alle andere schilderijen en beeldhouwwerken te worden bewonderd. Dát is een fantastisch verhaal, dát is kunst.

Te zien vanaf 14 oktober