Kijken

Levende geest

Net als Dürers portret van Erasmus zit ook het schilderij van Dan Walsh vol bolle en hoekige verrassingen.

Albrecht Dürer, Portret van Erasmus, 1526.Gravure, 24,9 x 19,3 cm © Rijksmuseum Amsterdam

Het schilderij Benefit van Dan Walsh, van vorige week, lijkt vol met gestage regelmaat maar ook zag ik, in die schematische ontplooiing, veel subtiele bewegingen die de regelmaat onzeker maken. Het kan ook dat ik dat dacht te zien toen op mijn werktafel een plaatje van dat schilderij puur bij toeval in de buurt geraakte van een reproductie van Dürers luisterrijke portret van Erasmus. Soms gaan dingen zo. Ik keek nog eens naar het schilderij. Allereerst is het een vierkant. Langs de linkerkant, dan bovenlangs, dan naar beneden langs de rechterkant loopt een sierlijke zoom om dat vierkant. De zoom is mat donkergrijs van kleur. Eigenlijk is die boord een aaneenschakeling van kleine cirkelvormen. Aan de buitenkant zijn de cirkels met de grijze kleur uitgevuld zodat daar een stille strakke lijn ontstond. De binnenkant daarvan is echter een bobbelende lijn die dus beweeglijk is en, voor mijn gevoel, een andere energie uitdrukt dan de gladde rechte lijn buitenom.

Erasmus’ kledij plooit en welft als de kwabben van onze hersenen

Langs de onderkant van het vierkante doek loopt nog het vierde stuk zoom van het vierkante doek: opnieuw aaneengeschakelde cirkelvormen: weer strak recht aan de buitenkant, gebobbeld aan de binnenkant. Maar hier is de kleur van een lichtgrijs, met een zweem van blauw misschien. Die kleur is voor het oog een stuk lichter dan het donkergrijs van de rest van de zoom. Daar, vanaf die onderste rand, begint de verdere mise-en-scène van het schilderij op gang te komen. Eerst zien we, van links naar rechts, vier lichtgrijze cirkelvormen met elk een punt bruin in het midden, dan een pauze, dan weer vier cirkelvormen met een bruine punt – en die verdeling dan vier keer.

Dan begin ik ook te zien dat die punten bruin eigenlijk de kleinste cirkelvormen zijn in deze opzet van lijnen die cirkelvormen aan elkaar rijgen. Ik zie ook, denk ik, dat de donkergrijze zoom zich van linksonder en dan langzaam naar boven beweegt, kloksgewijs rond het doek tot aan de hoek, rechtsonder – die natuurlijk weer een cirkel is. Wat ik ook merk is dat het moeilijk is deze vormgevingen (en hun bleke kleur) onder woorden te brengen – en dat brengt me tot de slotsom dat dit schilderij met ongelooflijke en langzame nauwkeurigheid is geschilderd en in elkaar gezet. Dan heb ik het nog niet over het interieur gehad. Dat zijn zestien vierkanten verdeeld in een schema dat bestaat uit rechte banen van cirkelvormen. In dat patroon zien we allerlei dingen veranderen en verschuiven. Daar moeten we lang naar kijken.

Dan Walsh, Benefit, 2015. Acrylverf op doek, 183 x 183 cm

Lang zit ik nu ook te kijken naar de sublieme gravure van Dürer uit 1526, het strenge portret van Erasmus dat er, meer dan ik vroeger dacht, zo merkwaardig geconstrueerd uitziet. Daar staat hij, de geleerde humanist, hoog en statig achter een solide tafel met daarop een lezenaar. De tafel staat haaks in het beeldvlak, een hoekig meubel van strak geschaafd hout. Hij lijkt wat gedrongen. Op de plaquette tegen de achterwand naast hem staat in het Latijn geschreven dat deze verbeelding van Erasmus door Albrecht Dürer een naar het leven getekend portret is – ad vivam effigiem deliniata. In het Grieks daaronder wordt toegelicht dat zijn geschriften een beter beeld van hem laten zien. Humanistenwijsheid is dat. De plaquette is vreemd. Je zou in die tijd daar eerder een venster verwachten en licht dat zacht binnenvalt. In 1520 heeft de schilder, op reis in de Nederlanden, Erasmus inderdaad gezien en getekend. Op die tekening zijn zes jaar later de gelaatstrekken van het stille gezicht in de gravure gebaseerd. Verder is het portret vooral een formele opstelling van een geleerde in de omgeving van zijn studiolo.

De plaquette hangt loodrecht tegen de wand, vlak achter en haaks op de zware tafel. Die tafel is een blok in de ruimte. Daar weer voor zien we, als een vensterbank (alsof we naar binnen kijken in de prent) een plank met boeken: open liggend, staand, liggend gesloten, leunend. Een werkelijk schitterend stilleven van volumes is dat, met ook de andere meubels – recht, ordelijk en toch ook met vreemde verschuivingen. Volumes zo wonderbaarlijk gelijk en ook verschillend zoals in Walsh’ schilderij zich de aaneenrijgingen van cirkels vertonen. Erasmus staat daar achter de lezenaar met in zijn knuistige vingers een pen geklemd en de inktpot. Ook die passage is een stilleven op zich. Verder is hij ook nog ruimschoots gehuld in de vouwen en plooien van zijn geleerdenhabijt. Die gestalte van stofbewegingen staat ietwat samengedrukt in de overblijvende ruimte in die hoek. Zijn kledij plooit en welft zo beweeglijk, lijkt het wel, als de plooiende kwabben van onze hersenen. We zien een portret van een levende geest in een statige omgeving van rechthoekige architectonische ruimte. Waarom niet eigenlijk? Zo vol bolle en hoekige verrassingen zit ook het schilderij van Dan Walsh. In het interieur ervan, binnen de vierkante omzoming, zien we net als bij Dürer een mise-en-scène van volumes die zich langzaam naar boven toe opbouwt in een perfect gemeten binnenruimte.


PS. Het schilderij van Dan Walsh hangt nog in Slewe Gallery in Amsterdam en ook nog maanden in het Bonnefantenmuseum in Maastricht