Levensadem

Componisten kunnen doodgezwegen worden en musici vermoord, maar muziek valt niet uit de menselijke geest te verbannen. En dus werd er in Theresienstadt gecomponeerd en gespeeld. Desnoods zonder bladmuziek en op onttakelde instrumenten. Op 4 en 5 mei vindt in de Amsterdamse Stadsschouwburg een uitvoering plaats van Viktor Ullmanns Der Kaiser von Atlantis oder der Tod dankt ab (door Nieuw Ensemble en solisten o.l.v. Ed Spanjaard, regie Lodewijk de Boer) en van Hans Krása’s Brundibér (door Kinderkoor de Kickers, regie Daniël Cohen)- Daarna tournee.
Op 7 en l7 juni. tijdens het Holland Festival, wordt muziek uit Theresienstadt opgevoerd in het Amsterdamse Concertgebouw.
Het Filmmuseum in Amsterdam vertoont van 1 tot en met 28 juni de documentaire The- resienstadt- film ofwaarheid.
De VPRO zendt op 8 mei van l4.00 tot 18.00 uur op Radio 4 De keizer van Atlantis - De weg van Theresienstadt naar Sarajevo uit.
De Concertzender zendt vanaf 3 mei op vijf woensdagavonden om 20.30 uur Oorlogsjaren: muziek uit Theresienstadt en Entartete Musik uit.
IN HET KORTE VERHAAL ‘Requiem ’ beschrijft Gerhard Durlacher hoe hij in het kamp Westerbork banken repareerde in de concertzaal van het kamp. Hij sleepte met gereedschap en sjouwde met banken en stoelen. Dirigent Heinz Neuberg, die zijn aanwezigheid tijdens de repetitie niet op prijs stelde, stuurde hem weg. Een ‘vaderlijke kameraad’ begeleidde hem naar een onbespiede plek: ‘Aan mijn elleboog voert hij mij naar een opening in de houten wand, waar ik kan zien en horen zonder gezien en gehoord te worden. Als in een droom kijk ik in de betoverde tuin van de muziek. Het kamp is verdwenen, de kou is verdwenen, de honger is weg en de pijn is vervlogen. Van de gezichten der musici straalt vrede en rust, die zelfs niet verstoord kan worden door het aftikken van de dirigent. Veertig vrije mensen zitten op het podium. Hun angst is opgeschort, net als de mijne. ’

De musici speelden Schuberts Onvoltooide Symfonie, zo blijkt verderop in het verhaal. Van zelfvervaardigde partituren. De noten hadden ze uit het hoofd opgeschreven. In Westerbork waren veel musici terechtgekomen die vanwege hun joodszijn uit hun orkesten waren ontslagen.
Ook in andere kampen werd gemusiceerd. Olivier Messiaen schreef in 1940 in krijgsgevangenschap zijn Ouatuor pour la fin du temps. De voor die tijd ongebruikelijke bezetting - viool, klarinet, cello en piano - laat zich verklaren uit het feit dat die instrumenten in het kamp aanwezig waren. De cello had drie snaren. Kennelijk bleef onder de meest huiveringwekkende omstandigheden de wilskracht bestaan muziek te componeren en uit te voeren. Als levensadem, als troost en om goede moed te bewaren. Volgens de overlevering zou Viktor Ullmann, componist in Theresienstadt gezegd hebben: ‘Der Schaffens Will ist der Lebenswill. ,
HOE DE NAZI’S OP wrange wijze misbruik maakten van dat gegeven, beschrijft de Tsjechische musicoloog Joza Karas in zijn recent in het Nederlands vertaalde boek Muziek in Theresienstadt. Het kamp Theresienstadt in het uiterste noorden van Tsjechoslowakije, nabij de Duitse grens, werd opgericht om de wereld te misleiden over de aard van het nationaal-socialisme. Men trof er geen houten barakken of prikkeldraad aan, maar een pittoreske omgeving met achttiende-eeuwse huizen, boomrijke lanen en parken. Er waren concertzalen, een schouwburg en cafés. In Thersienstadt werden kunstenaars en intellectuelen ondergebracht: musici, toneelspelers, schilders, schrijvers en academici. Er onstond een bloeiend cultureel leven. Aanvankelijk clandestien, maar al snel gedoogd en zelfs gestimuleerd door de nazi’s. In het organiseren van culturele activiteiten zagen zij een manier de gevangenen beter onder controle te houden en de buitenwereld een rad voor ogen te draaien. Nadat het Internationale Rode Kruis een inspectie had uitgevoerd, werd in opdracht van het ministerie van Propaganda een film opgenomen: Der Führer schenkt den Juden eine Stadt. Theresienstadt werd hierin voorgesteld als een getto waar de gevangenen een betrekkelijk normaal leven konden leiden. Het verhaal over deze film is op ongeëvenaarde wijze beschreven door Durlacher in 'De illusionisten ’, in de bundel Strepen aan de hemel. Uiteindelijk was Theresienstadt voor de meesten een doorgangskamp naar Auschwitz.
Sinds de Duitse inval in Tsjechoslowakije, gevolgd door de annexatie van Bohemen en Moravië, was het leven in Tsjechoslowakije voor joden onmogelijk geworden. In hoog tempo volgde de ene onverbiddelijke verordening na de andere. Joden werden geweerd uit het openbare leven, verloren hun banen en moesten de meeste van hun bezittingen afstaan, onder meer typemachines, platenspelers en muziekinstrumenten. Contacten met 'arische’ vrienden waren verboden. Joodse kinderen werden van school gestuurd.
Hun positie was zo onhoudbaar geworden dat veel van de joden die naar Theresienstadt werden gestuurd, daar een relatieve veiligheid verwachtten. Ze geloofden dat ze daardoor in Bohemen zouden kunnen blijven en dat ze behoed zouden worden voor de vernietigingskampen. Ze verheugden zich erop hun vrienden weer te zien. Karas beschrijft het enthousiasme waarmee instrumenten en partituren - aanvankelijk nog verboden - werden binnengesmokkeld. 'Karel Fröhlich had niet alleen zijn viool bij zich maar ook nog zijn altviool. Zijn vriend Kurt Maier had een accordeon. Er doet zelfs een verhaal de ronde dat een vindingrijke cellist zijn instrument in een aantal stuk- ken uit elkaar haalde en die in een deken rolde, samen met lijm en houtklemmen. In The- resienstadt aangekomen, zette hij het instrument opnieuw in elkaar en begon weer te spelen. ,
Waar geen instrument voorhanden was werd een andere oplossing gevonden. Zonder begeleiding werden aria’s gezongen. Het ontbreken van een piano vormde voor de violist Karel Fröhlich geen beletsel Beethovens Kreutzersonate uit te voeren. Zijn begeleider speelde accordeon. Volledige strijkkwartetten werden gespeeld zonder bladmuziek.
VANAF 1942 WERD een cultureel leven toegestaan. Cabaret, toneel, lezingen en muziek. Ook, vreemd genoeg, muziek die overal elders in het Derde Rijk ten strengste verboden was: Mendelssohn, de vaderlandslievende Smetana en zelfs Hoffmanns Vertellingen van de joodse operettecomponist Jacques Offenbach.
Wat ging er om in de hoofden van de musici, welke waren hun verwachtingen en waaruit putten zij de wilskracht om zo onvermoeibaar door te spelen? We weten het niet. Karas vermeldt dat de leden van het Theresienstadt Streichquartett zich bleven perfectioneren in een bescheiden repertoire, in de overtuiging dat ze hun carrière na de bevrijding voort zouden kunnen zetten. Een ogenschijnlijk onbezorgde houding. Dat het ook heel anders kon lopen, spreekt onder meer uit de activiteiten van de violist Karel Fröhlich. Na een onwaarschijnlijk aantal composities uitgevoerd te hebben, vatte hij het plan op het gehele standaardrepertoire voor viool te gaan spelen. Hij overleefde de oorlog en belandde in rustiger vaarwater. Zijn overmoedige plannen voerde hij nooit uit.
BEGON HET MUSICEREN in Theresienstadt informeel, met het zingen van volksliedjes, gaandeweg vormden zich koren en ensembles. Dank zij de onuitputtelijke initiatieven van de dirigent en pianist Rafael Schächter kwamen talloze kooractiviteiten tot stand. Dat had ook te maken met de komst van pianist en componist Gideon Klein in december 1941. Klein had al in 1938, toen de nazi’s alle instellingen voor hoger onderwijs in de Tsjechische bezette gebieden hadden gesloten, zijn studie compositie moeten afbreken. Omdat er geen piano in het kamp was kon hij zich weer aan het componeren wijden. Hij schreef allerlei arrangementen van Tsjechische, Slowaakse, Hebreeuwse en Russische volksliedjes, waarmee Schächter steeds meer materiaal voor zijn gestaag groeiende koren kreeg. Ook schreef Klein zijn prachtige Madrigalen voor vijfstemmig gemengd koor, waarin de invloed van Janácek goed hoorbaar is.
Toen Schächter de beschikking kreeg over een afgedankt harmonium en een accordeon, begon hij opera’s te organiseren. In november 1942 vond de feestelijke première plaats van Smetana’s Verkochte bruid. Schächter begeleidde de uitvoering zelf, op een inmiddels binnengesmokkelde, gehavende vleugel zonder poten. De uitvoering werd 35 maal herhaald. ’ ”De verkochte bruid” werd symbool voor de bevrijding ’, memoreerde een getuige in een tv-documentaire. ,De hele zaal zat te huilen bij de vrolijke muziek van het openingskoor “Waarom zouden wij niet blij zijn ”. ’
Later volgden opera’s van Mozart, Verdi, Puccini en Bizet. Maar onder de vele uitvoeringen namen twee opera’s een bijzondere plaats in. Brundibár van de Tsjechische componist Hans Krása en Der Kaiser von Atlantis oder der Tod dankt ab van Viktor Ullmann. Beide werken waren geschreven door componisten die in Theresienstad zaten en beide bevatten kritiek op het kwaad in de wereld.
Hans Krása had zijn innemende kinderopera Brundibár in 1938 geschreven. Onder zijn leiding beleefde de opera in Theresienstadt ruim vijftig opvoeringen. Krása had hier alleen het piano-uittreksel tot zijn beschikking. Hij schreef een nieuwe begeleiding voor fluit, klarinet, trompet, gitaar, accordeon, piano, slagwerk, vier violen, cello en contrabas. Instrumentaal ensemble en kinderkoor genereerden, geheel in stijl met het charmante libretto, met een mengeling van vrolijke liedjes en uitgelaten dansjes een betoverende klankschoonheid. Brundibár is een eerbetoon aan de kinderfantasie. De kinderen en de dieren die het Goede vertegenwoordigen zegevieren over de slechtheid van de volwassenenwereld.
Brundibár, een boosaardige orgeldraaier, staat in deze opera voor het Kwaad. Als de kinderen Aninka en Pepicek proberen geld in te zamelen voor hun zieke moeder door een lied te zingen, jaagt hij ze weg. De dieren verzinnen een list. Samen met het tweetal en de buurtkinderen zingen de hond, de kat en de mus een ontroerend wiegelied. Alle omstanders geven geld, maar de onverbeterlijke Brundibár steelt het geld en gaat ervandoor. Kinderen en dieren zetten de achtervolging in en vangen Brundibár en het geld. Er kan melk gekocht worden voor moeder. Tot slot klinkt een overwinningslied op de kwaadaardige orgeldraaier.
In wat overbleef van de eerder genoemde propagandafilm is de laatste uitvoering van Brundibár te zien. Hans Krása werd in oktober 1944 door de nazi’s vermoord.
Valt Brundibár nog te beluisteren als een betrekkelijk onschuldig werk over goed en kwaad, Ullmanns Der Kaiser von Atlantis oder der Tod dankt ab is een ondubbelzinnige verwijzing naar het naderend einde van het Derde Rijk. Dichter en schilder Petr Kien schreef het geniale libretto. Der Kaiser von Atlantis gaat over een verloren volk in een bedorven wereld. Kaiser Überall, corrupt heerser van Atlantis, verklaart de wereldoorlog. Maar de Dood doet een tegenzet. Hij breekt zijn zwaard en gaat in staking. Vanaf dat moment kan niemand meer sterven. Gedurende zijn hele leven heeft de keizer zich met dikke muren omringd. Menselijke contacten heeft hij niet, behalve via de telefoon. Een zwarte sluier over de spiegel heeft hem belet tot zelfkennis te komen. Wanneer hij de sluier van de spiegel rukt, kijkt de Dood hem aan. De keizer smeekt hem zijn werk te hervatten. De Dood is bereid hem rust te schenken, op voorwaarde dat de keizer zijn eerste slachtoffer zal zijn. De keizer stemt aarzelend toe. Het spijt hem dat hij er tevoren niet in is geslaagd de gehele mensheid uit te roeien.
Ullmanns schitterende muziek, die reminiscenties oproept aan Schönberg (zijn voormalige leermeester) en Strauss, maar die ook aan de stijl van Kurt Weill doet denken, bevat tal van citaten uit de Duitse muziekgeschiedenis, bijna altijd met een symbolische lading. Zo klinken verkapte verwijzingen naar Berg, Mendelssohn en Mahler. Sterk provocerend is de verbastering van het Deutschlandlied, dat op verschillende plaatsen in de opera opduikt. Het leidmotief - het klinkt direct aan het begin in het trompetsignaal - is het doodsthema uit Josef Suks Asrael Symfonie (Doodsengelsymfonie). Ieder Tsjech kon dat thema kennen en begrijpen. Ullmanns muziek en Kiens libret- to getuigen van een heldenmoed waarbij je alleen nog het hoofd kan buigen.
ln l944 werd Der Kaiser von Atlantis in Theresienstadt ingestudeerd, maar de première vond nooit plaats. De generale repetitie werd verstoord door een inval van de SS. Korte tijd later werden Ullmann en bijna alle medewerkers naar Auschwitz overgebracht.
VELE COMPOSlTIES uit Theresienstadt bevatten betekenisvolle verwijzingen en symbolische citaten. Het openingsdeel van Ullimann’s schitterende Derde Kwartet klinkt als een hommage aan Schönberg. Ook in andere werken verwijst hij naar de - door de nazi’s volstrekt verworpen - Tweede Weense School. Vaak zijn er Moravische of Boheemse volksmelodieën in verwerkt. zoals in Kleins laatste werk, het Strijktrio. Aan het slot van Ullmanns Zevende Pianosonate, geschreven kort voor zijn dood, klinkt een Hebreeuws lied, gevolgd door variaties op dat thema. Opeens vervormt een variatie tot een fuga op een Tsjechisch volkslied. Het gebruik van die melodie, die de vrijheid bejubelt, moet voor de luisteraars een bijzondere betekenis hebben gehad. Het slot van de sonate is krachtig en optimistisch. Het is alsof Ullmann door het citeren van zijn doodgezwegen collega’s, door het gebruik van Tsjechische volksmelodieën en de toepassing van de onverwoestbare fuga, de overtuiging wilde uitdragen dat sommige dingen niet kapot te maken zijn. Dat je componisten kunt vervloeken, hun werken kunt verbannen, de musici vermoorden, maar dat hun geest blijft voortbestaan. Ullmann kreeg gelijk.