Levensgezel

Het stond in een krant en dan is het waar. Minister Sorgdrager heeft gezegd dat we in het vervolg moeten spreken en schrijven over ‘levensgezel’ als het gaat om mensen die een relatie hebben. Wonen ze ook echt samen, dan spreken we over ‘gemeenschappelijke huishouding’. Mag ik u even voorstellen? Dit is mijn gemeenschappelijke huishouding. Er wordt gecontroleerd of je gemeenschap hebt.

Maar levensgezel. Getverderrie. Ten eerste mag het tijdelijk zijn en niet voor het leven. Ten tweede doet gezel me erg denken aan gezellig. Ten derde: waarom mag je niet gewoon partner zeggen, of man of vrouw? Is het angst dat homoseksuelen de bezitterige vorm: dit is mijn man/vrouw, gaan gebruiken, net als hetero’s?
Het zal nog verder uitgewerkt worden naar alle vormen van relaties. Binnenkort moeten we het woord ouders vervangen door oergezellen, waarmee je het dus oergezellig hebt gehad. Iemand waarmee je naar het cafe gaat, wordt een bargezel. Een relatie die opgenomen wordt wegens psychisch leed wordt een dolgezel. Een slechte relatie wordt een kankergezel en als je partner veel groter is dan jij heet zij reuzegezel.
Je moet trouwens wel een knapgezel zijn om met een uitgestreken gezicht en droge ogen te durven zeggen dat onderzoek heeft uitgewezen dat jongeren minder gaan roken als de tabak duurder wordt. Je treft alleen ouderen die van een absoluut minimum moeten rondkomen. Het nieuwe cadeau van jonggezellen aan hun oergezellen wordt een pakje sigaretten.
Heeft u gelezen dat een kwart van de wereldbevolking dolgezel is? Als ik om me heen kijk ligt het percentage in Nederland hoger.