Levensgrote risico’s

Bent u nog steeds onder behandeling? Zijn uw klachten verminderd? Hoe lang heeft u op de wachtlijst gestaan? Hoe tevreden bent u met de behandeling? Dit soort vragen krijgen verzekerden bij Menzis die behandeld zijn voor een angststoornis of een depressie in een van de achttien deelnemende ggz-instellingen vanaf 2019. De hoogte van de vergoeding aan de zorginstelling is vervolgens afhankelijk van de kwaliteit van de behandeling, waarbij de mening van de patiënt een belangrijke rol speelt. Een soortgelijke vergoedingssystematiek voerde Menzis ook al in bij hartzorg, staaroperaties en knie- en heupbehandelingen.

Betere én goedkopere zorg, dat is het doel. Daar kan niemand op tegen zijn. Bovendien gaat dit ‘waardegericht inkopen’ gepaard met verzachtende afspraken. Zo krijgen de instellingen die lager dan gemiddeld scoren – bijvoorbeeld omdat behandelingen langer duren of omdat mensen sneller vanwege een terugval bij de therapeut terugkeren – de kans een verbeterplan op te stellen voordat daadwerkelijk financieel wordt ingegrepen. En de besten van de klas krijgen een bonus die ze weer in de zorg moeten investeren.

Het is volgens Menzis nog te vroeg om te beoordelen of dit systeem al bij knieën, heupen, ogen en hart werkt. Maar er valt zeker wat voor te zeggen. Als iemand sneller wordt geholpen, weer sneller op de been is en er minder complicaties zijn, dan mag daar best een beloning tegenover staan. Zowel de patiënt als de maatschappij is daarbij gebaat.

Bij een knie of een hart is het vrij helder, maar psychisch welbevinden is vaak subjectief

Bovendien krijgt hiermee voor het eerst sinds de marktwerking in de zorg de patiënt daadwerkelijk invloed. Bij de introductie van het nieuwe zorgstelsel (2006) moesten de belangen van verzekeraars, behandelaars en patiënten elkaar in evenwicht houden, maar de macht van die laatste partij stelde nooit veel voor. De grote partijen in de zorg regelen alles onderling via contracten, naar patiëntenorganisaties wordt nauwelijks geluisterd. Door nu de evaluatie van de patiënten mee te laten tellen verschuift de macht in de spreekkamer. Een doorbraak die mogelijk grote consequenties heeft. Bovendien kunnen patiënten de gebundelde beoordeling van lotgenoten online raadplegen en daardoor bewuster voor een bepaalde zorgverlener kiezen – tenminste als er genoeg zorgaanbieders beschikbaar zijn.

Toch zijn vraagtekens bij dit waardegericht inkopen te zetten, zeker als het om angststoornissen en depressie gaat. Zo betwijfelen deskundigen of de gehanteerde vragenlijsten wel adequaat zijn. Want hoe meet je of iemand minder angstig of depressief is? Bij een knie of een hart is het vrij helder, maar psychisch welbevinden is vaak subjectief. Een bepaalde groep patiënten zal de eigen situatie te positief inschatten, een andere te negatief. Bij de eerste is het risico groot dat de behandeling te vroeg wordt gestopt en snel weer een nieuwe opname nodig is. Ook bestaat de angst dat ‘moeilijke gevallen’ op den duur minder gemakkelijk een plek in een instelling krijgen, want veel draaideurpatiënten die elk jaar wel een paar maanden moeten worden opgenomen, zouden wel eens slecht kunnen uitwerken in de financiële beoordeling. Op de loer ligt cherry picking.

Lang niet alle reorganisaties in de zorg hebben het gewenste effect. Vaak neemt de bureaucratie toe, maar blijft de efficiencywinst uit – ook als het basisidee wel goed is. Dat risico is ook bij deze Menzis-maatregel levensgroot. De zorgverleners worden straks geëvalueerd, maar levert dat een papierwinkel op of daadwerkelijke verbeteringen? Dat zou simultaan gemonitord moeten worden.