Levenshaat ‘we zijn hier op aarde om rond te lummelen en laat niemand je iets anders wijsmaken’

Kurt Vonnegut kan niet worden beschuldigd van optimisme. ‘De vooruitgang is gestopt door hebzucht en domheid. En nobody cares.’ Een interview over de onwetendheid, levenshaat en de dood van de verbeelding. Maar hij heeft ook goede raad: ‘Bedrijf vaak de liefde en lees veel.’
NEW YORK - Kurt Vonnegut mag niet mopperen. Een nieuwe filmversie van zijn boek Mother Night, met Nick Nolte in de hoofdrol, draait momenteel in Amerikaanse bioscopen. Van zijn eerder verfilmde meesterwerk Slaughterhouse 5 loopt een theaterversie. Al zijn boeken zijn in herdruk en gaan nog steeds vlot over de toonbank.

Vonnegut is nu 74. Schrijven gaat niet meer zo gezwind, maar hij hoopt nog een goed boek te produceren. Een laatste salvo tegen de domheid en onverschilligheid in de wereld.
‘Mijn beste werk ligt achter mij’, zegt de auteur. 'Mijn beste boeken schreef ik voor ik vijfenvijftig werd. Ik hou niet zo erg van wat ik nu schrijf. Maar ik denk dat ik nog een goed boek in me heb. Ik probeer daarin rekenschap te geven van het feit dat de meeste mensen niet graag leven en dat dit veel van hun gedrag verklaart. Het kan ze niet schelen of het leven op deze planeet voortgaat of niet en daarom laat de vervuiling ze koud, laat het economisch onrecht ze koud, laat de heropstanding van het nationalisme ze koud. Ze vinden het leven ellendig. Ze zijn geen goede minnaars, ze zijn geen goede atleten, ze kunnen niet dansen, ze kunnen geen grappen vertellen, ze vinden zichzelf te klein, te dik… Slapen, dat doen ze graag. Als het morgen allemaal over is, vinden ze het best.
Mijn generatie - ik noem deze “de klas van 1922”: Norman Mailer, Gore Vidal, ikzelf, James Jones, Erwin Shaw en nog watschrijvers werden toen geboren - vormt de laatste generatie van Amerikaanse en misschien ook Europese schrijvers die geïnspireerd werden door andere schrijvers. De meeste romans worden nu geschreven door jonge mensen, met de verfilming van hun werk al in het achterhoofd. Als het boek niet verfilmd wordt, vinden ze dat hun werk half mislukt is.’
Schrijven ze daardoor anders?
'Natuurlijk. Als je boek wordt verfilmd, verdien je een enorme smak geld en wie vindt dat niet leuk? En een film levert je meer roem op dan een boek. Dus wordt het boek in feite de aanzet van een filmscript. Iedereen wordt nu gedreven door geld, omdat er zoveel is. Als er weinig geld verdiend kan worden, dan is je motivatie anders, dan maak je art for art’s sake.’
U schreef niet voor het geld?
'Ik wilde genoeg geld om van te kunnen leven, maar tot voor kort verdiende ik geen grote bedragen. Toen ik in Cape Cod woonde en mijn beste boeken geschreven had, verdiende ik ongeveer evenveel als een schoolhoofd en dat vond ik niet slecht.’
VINDT U DE wereld erg veranderd sedert u een jonge man was?
'Een belangrijke verandering waarover ik probeer te schrijven - maar het lukt me niet goed - is de dood van de verbeelding. Door de televisie hoef je die niet meer te ontwikkelen. Een mens wordt niet geboren met verbeelding, die ontwikkelen we als we daartoe aangemoedigd worden. Televisie heeft het blijkbaar overbodig gemaakt om verbeelding te hebben. Alles wat je moet doen, is op een knopje duwen en je ziet een prachtige show, met echte acteurs, en met muziek! En in kleuren!’
Waarom lukt u het niet om daarover te schrijven? Heeft televisie ook uw verbeelding gedood?
'Nee, ik heb dat nog wel, maar de televisie heeft de verbeelding van mijn publiek vermoord. Nou ja, zo voel ik het. Dat het schrijven me minder goed lukt, komt omdat ik nu minder kan dan vroeger. Wat me overkomt heet “oud worden”. Hoe ouder mijn vader werd, hoe dommer hij werd. Mij gebeurt hetzelfde en ik ben al twee jaar ouder dan hij werd. De critici begrijpen dat niet. Onze beste toneelschrijver was Tennessee Williams. Over de stukken die hij op het einde van zijn leven schreef, riepen de critici: wat is er met hem aan de hand? Het andwoord was simpel: hij werd oud.’
Wordt men niet wijzer naarmate men ouder wordt?
'Ja hoor. En jij profiteert daarvan op dit ogenblik.’
Maar wat verliest u dan met het ouder worden? Uw woordsmeedkunst?
'De scherpte van mijn ideeën. Mijn taalvaardigheid is nog okee maar ik wil helder zijn, ik wil boeien. Als ik nu lees wat ik geschreven heb, moet ik constateren dat het minder helder en boeiend is dan ik gehoopt had.’
Doet dat pijn?
'Wel… ja. Ik heb vrij goede boeken geschreven en ik wil mijn reputatie in mijn laatste jaren naturlijk niet verknoeien. Het komt me voor dat veel schrijvers, als ze eenmaal mijn leeftijd hebben bereikt, rotzooi produceren.’
Bent u altijd in staat om in uw eigen werk meteen te zien wat niet goed is?
'Wie dat niet kan, is een hopeloos geval. Ik heb mijn eigen goede smaak om op terug te vallen. Ik ben de eerste die ziet wat niet goed is. Misschien zie ik het pas de volgende dag, maar ik hoef iets wat ik geschreven heb niet een jaar in een la te laten liggen om er genoeg afstand van te hebben.’
Heeft u altijd graag geschreven?
'Nee. Ik ken geen enkele auteur die graag schrijft. Ik was ooit op een diner met andere schrijvers en iedereen rond de tafel was het erover eens dat schrijven iets extreem pijnlijks is. De enige uitzondering was iemand die kraaide dat hij dol was op schrijven, maar dat was de enige aanwezige die slecht schreef.’
U schrijft om geschreven te hebben?
'Ja, en om mijn brood te verdienen. Ik had een groot gezin, veel kinderen omdat we er veel adopteerden en ik moest ze onderhouden.’
Voor het geld hoeft u het nu niet meer te doen.
'Het geeft me iets te doen. Er zijn ook oude mannen die nog tennis spelen’
Heeft de nieuwe technologie uw manier van werken beïnvloed? Gebruikt u een computer?
'Ik werk thuis, en met een computer naast mijn bed zou ik er nooit uit hoeven komen. Maar ik gebruik een typemachine en daarna verbeter ik mijn werk met een potlood. Dan bel ik naar een vrouw die Carol heet en in Woodstock woont en ik zeg: “Doe jij nog typewerk?"Ja, zegt ze en ze vertelt over haar man, een ornitoloog, we babbelen wat heen en weer en dan zeg ik: "Okee, ik zend je het manuscript.” Dan ga ik naar beneden en mijn vrouw roept: “Waar ga je naar toe?” “Ik ga een omslag kopen”, antwoord ik dan en zij zegt: “Je bent niet arm. Waarom bestel je geen pak van duizend omslagen? Ze zullen die aan de deur afleveren en dan kan je ze in een kast leggen.” En ik zeg: “Ssttt.” En dan wandel ik naar de winkel waar ze tijdschrijften en loterijtickets en kantoorbenodigdheden verkopen. Ik moet in de rij staan, want er zijn mensen die snoep en dat soort dingen kopen en ik praat met ze. De vrouw achter de toonbank heeft een parel tussen haar ogen en ik babbel met haar als het mijn beurt is. Ik koop mijn omslag en stop er mijn pagina’s in en dan wandel ik naar het postkantoor op de hoek van de 47ste straat en Second Avenue. Ik ben heimelijk verliefd op de vrouw achter het loket, maar ik hou een pokergezicht; ik laat haar nooit merken wat ik voor haar voel. Ik werd eens bestolen toen ik daar in de rij stond en zo ontmoette ik een politieagent aan wie ik het mocht vertellen. Hoe dan ook, ik schrijf Carols adres op de omslag, plak er een postzegel op, schuif hem in de bus en ga weer naar huis. En ik heb veel plezier gehad. Geloof me: we zijn hier op aarde om rond te lummelen en laat niemand je iets anders wijsmaken.’
'WE LEVEN NOG altijd in de Donkere Tijden’, schreef u vijftien jaar geleden in 'Deadey Dick’. Vindt u dat nog steeds?
'Ik woon hier in Manhattan, in een welgesteld, vredig deel van de stad. Maar ik weet dat, niet ver van hier, miljoenen mensen leven in ellendige omstandigheden, vergelijkbaar met Londen of Amsterdam in de vijftiende eeuw.’
Gelooft u nog in vooruitgang, in een betere wereld?
'We geloofden dat de mensheid geleidelijk naar een rechtvaardige maatschappij evolueerde. In etappes: in de Engelssprekende wereld - er zijn ongetwijfeld Nederlandse equivalenten - hadden we eerst de Magna Charta, die het volk rechten gaf en de rechten van de koning beperkte, dan de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring en de grondwet, met de grondwettelijke vrijheden, toen de afschaffing van de slavernij en vervolgens, in 1919, stemrecht voor vrouwen. Dat was pas gisteren. Er was dus die dynamiek. Elke stap leek onmogelijk maar werd werkelijkheid. Waar mijn generatie naar uitkeek, was de volgende stap en we dachten dat die zou bestaan uit economische rechtvaardigheid. Maar dat is niet gebeurd, en lijkt zelfs in diskrediet geraakt - omdat de communisten er in geloofden en het communisme in diskrediet is geraakt. Het is nu mode om de armen armer te maken. “We zijn het beu om te zorgen voor mensen die te lui zijn om te werken. Waarom kunnen ze niet zijn zoals ik ben? Ik heb heel mijn leven gewerkt.”’
Ze moeten werken maar…
'Er is geen werk. En intussen worden de rijken rijker. Ze hoeven niet te werken; hun geld werkt voor hen. Ik heb een man ontmoet die meer dan drie miljard dollar bezit. Zijn inkomen is groter dan dat van vele landen en zijn macht ook. En hij wordt almaar rijker. Iedereen vindt dat hij verdient wat hij bezit, ook die miljardair. Dus vechten we om dat te beschermen. De vooruitgang is gestopt door hebzucht en pure domheid. Daar betalen we een zeer hoge prijs voor.’
DE TWEEDE Wereldoorlog speelt een grote rol in uw werk. Verrast het u dat we vandaag een heropleving zien van nationalisme en oorlogszucht, zoals in ex-Joegoslavië?
'Ik vind het afschuwelijk. Het is het ergste wat kon gebeuren. Ik had het geluk een krijgsgevangene te zijn op het einde van de oorlog. In Dresden leefde ik samen met krijgsgevangenen uit veel verschillende landen, Joegoslavië inbegrepen. We droomden allen, en verwachtten allen, dat de wereld beter en wijzer zou worden. Het probleem is haat. Haat geeft mensen een lekker gevoel. Het is een chemische reactie in onze klieren, een resultaat van het evolutieproces. Ik denk dat, in meer primitieve tijden, haat nuttig was om te overleven. Daarbij komt, wat ik al eerder zei, dat de meeste mensen het leven haten. Daarom kunnen de vreselijkste dingen zomaar gebeuren. Neem het bombardement van Dresden, de grootste slachting uit Europa’s geschiedenis, waar ik toevallig bij was. Er wordt gezegd dat dit een wraakactie was voor de bommen op Coventry en zo. Maar dat was de reden niet. Ik heb gepraat met mensen die toen voor de Royal Air Force werkten. Uit die gesprekken bleek dat de vuurzee in Dresden gewoon een produkt was van een doordraaiende bureaucratische machine. Zo van: wat zullen we vandaag eens doen.’
En die bureaucratische machine ontsnapt aan de controle van elk individu zodat niemand zich verantwoordelijk hoeft te voelen?
'Ja. En wederom: het gebeurt omdat de gevolgen de meeste mensen toch niet kunnen schelen. Het kan ze niet schelen als het allemaal naar de bliksem gaat. Ze zeggen dat niet, maar ik wel.’
HET GEBREK AAN hoop op een betere toekomst uit zich ook in een nostalgisch verlangen naar vroeger. Tijdens de laatste verkiezingen hier in Amerika had bijna elke politicus het over de noodzaak om terug te keren naar de traditionele morele waarden van de stichters van de natie…
'Daarmee bedoelen ze dat we terug naar de kerk moeten gaan. Maar de stichters van de natie - Washington, Franklin, Jefferson - waren agnostici. Zij waren niet religieus maar rationalisten, kinderen van de Verlichting. Jefferson verwezenlijkte nota bene de scheiding van kerk en staat. Dat is wel de grootste leugen in al die nonsens over de stichters van de natie. Wat de goeie oude tijden van die moraalridders betreft: toen hun vaders nog leefden, was het een goede oude tijd voor rijke, blanke mannen. Voor alle anderen was het minder leuk. Wat we nodig hebben, is niet een terugkeer naar de morele waarden van vroeger maar een stap van het formaat van de Magna Charta en de grondwettelijke vrijheden, om meer economische rechtvaardigheid te bereiken. Eten, kleren, en onderdak voor iedereen, in godsnaam.’
Maar in plaats daarvan lijken de stoottroepen van christelijk rechts veld te winnen. En voor hen betekent vooruitgang: het illegaal maken van abortus, gebed op school, afschaffing van seksuele voorlichting, meer gevangenissen en minder bijstand…
'Dat zijn de idealen van een onwetende minderheid. Zij vertegenwoordigen slechts een fractie van de bevolking.’
Hun invloed lijkt toe te nemen…
'Ze hebben invloed op andere onwetende mensen die het toch niet veel kan schelen wat er gebeurt.’
Betekent dat ook dat de onwetendheid toeneemt?
'Dat denk ik wel. Dat ervaar ik ook als schrijver. Vroeger kon ik verwijzen naar historische gebeurtenissen zonder verdere uitleg, maar nu gaat dat steeds minder. Dus als ik Cleopatra vermeld, moet ik er bij zeggen: dat was een koningin die leefde in een land dat Egypte heet, waar de piramiden zijn. Dan kan ik over haar liefdesperikelen vertellen als ik dat wil, maar ik moet te veel uitleggen! Een centraal gegeven in een boek waaraan ik ooit werkte, was de moord op Abraham Lincoln, op het einde van de burgeroorlog. Dat was vroeger een hartbrekend verhaal voor alle Amerikanen, maar nu wekt het geen enkele emotionele respons meer op.’
U KAN NIET beschuldigd worden van overdreven optimisme.
'Ik heb alle recht om pessimist te zijn. Ik ga veel om met wetenschappers en ik praat met hen over de overleving van de planeet die meer en meer bedreigd wordt. Het feit dat de meeste mensen daar zo weinig om geven, toont eens te meer aan dat het hen niet kan schelen of het leven voortgaat of niet.’
Maar ik stel me voor dat het moeilijk moet zijn om je laatste levensjaren in te gaan op zo'n tijdstip, eerder dan in een tijd als…
’… het einde van de Tweede Wereldoorlog?’
Bijvoorbeeld.
'Voor dat moment van optimisme en goede gevoelens werd een enorme prijs betaald. Ik betwijfel of het dat waard was. Maar het is waar dat, toen de oorlog voorbij was, iedereen, zelfs de Duitsers, geloofde in een betere toekomst.’
Zou het bevredigender zijn om op zo'n ogenblik afscheid te nemen van het leven?
'Ik neem aan van wel. De jazz-pianist Fats Waller had de gewoonte om, op ogenblikken waarop hij bijzonder geïnspireerd speelde, te roepen: “Schiet me dood, nu ik zo gelukkig ben!”(’
Bent u gelukkig?
'Ja.’
Hoe lukt u dat? Zonder in paniek te raken?
'Paniek heeft nog nooit iemand geholpen. Blijf kalm, in alle omstandigheden. Bedrijf vaak de liefde, dat is goed voor u. Het leven gaat voort. Op een of andere manier zullen we overleven. Sommigen van ons. Ik ben gelukkig omdat mijn eigen situatie niet onprettig is. Buitenlanders interviewen me. Dat is leuk. Ik heb veel geluk gehad in mijn leven en daar ben ik dankbaar voor. Ik vind het leven bijzonder interessant. Ik vind mensen zeer interessant, ondanks het feit dat we in enorme moeilijkheden zijn. Toen ik in het leger was, vond ik mijn lotgenoten interessant, hoewel we in enorme moeilijkheden waren.’
Waarom vinden zoveel mensen het leven oninteressant?
'Omdat ze niet genoeg lezen. Omdat ze onwetend zijn. Lees meer geschiedenis en je zult ontdekken hoe interessant alles is. Grappig, droevig, geweldig onderhoudend.’