Anton Quintana

Levenslessen

Anton Quintana, De hemelruiter.Uitg. Querido, 366 blz., ƒ35,-

In het jeugdliteraire landschap is Anton Quintana een weinig opvallende verschijning. Met lange tussenpozen publiceert hij een jeugdroman: Padjelanta (1973), De bavianenkoning (1982), De vuurman (1987), Het boek van Bod Pa (1995). Die boeken zijn omvangrijk en gaan steeds over een onzeker jongmens dat leert het leven recht in de ogen te kijken met hulp van een door de wol geverfde zonderling. De levenslessen worden met harde hand gegeven.
Quintana’s werk blijft zeker niet onopgemerkt. De bavianenkoning kreeg een Gouden Griffel en Bod Pa werd bekroond met de Woutertje Pieterse-prijs en de Gouden Uil. Maar na de beroering rondom zo’n prijs wordt de schrijver weer geheel onzichtbaar en laat hij zijn lezers geduld oefenen. Eigen lijk heeft hij iets van Bod Pa, uit Quintana’s gelijknamige en in mijn ogen belangrijkste roman. Op de wijde stofkleurige steppen van Mongolië, waar het verhaal is gesitueerd, wordt de kleine man een steen naast de stenen, onbeweeglijk weggedoken in zijn kleurloze jas. Maar wanneer nodig trekt hij zijn zwaard voor een elegant gevecht, waarin hij zijn tegenstander steevast de baas is.
In De hemelruiter is de fameuze zwaardvechter Bod Pa opnieuw de centrale figuur. Hij is een blinde, mismaakte dwerg met bovennatuurlijke gaven. Gehuld in alcoholdampen en vergezeld door een gehavende wolf en een waakse raaf trekt hij schijnbaar doelloos rond, terwijl hij onaangename grappen en wijsheden om zich heen strooit. In het eerste boek wordt Bod Pa de wegbereider voor de jonge Perregrin, de gehandicapte zoon van een bevriend stamhoofd. Deze verwacht wonderen van zijn raadgever, maar leert uiteindelijk dat hij het lef moet hebben om op weg te gaan. Leven leer je vooral door het te doen.
Ook in De hemelruiter is het een zestienjarige die bij Bod Pa de levenskunst afkijkt. Joakim hoort tot een van de vele herdersvolken in de Gobiwoestijn die voortdurend met elkaar in oorlog zijn. Joakims vader is een uitgerangeerde aanvoerder met een heldhaftige reputatie. Zijn moeder is een ongewoon mooie en weinig onderdanige vrouw. In deze herdersgemeenschap duikt Bod Pa op, nadat hij op raadselachtige wijze alle beruchte waakhonden van de stam is gepasseerd. Hij veroorzaakt er beroering en geklets. Joakim twijfelt of hij een held wil worden zoals zijn vader of een denker zoals zijn moeder. Wanneer hij bij Bod Pa te rade gaat, wacht hem geen enkel pasklaar ant woord. Hij moet het doen met «wijsheden die geen troost geven, maar dwingen om een ondraaglijke waarheid onder ogen te zien».
Joakim leert te accepteren dat zijn vader uit jaloezie over de genegenheid tussen Bod Pa en zijn vrouw een duel is aangegaan dat hij met zijn leven heeft moeten bekopen. Hij leert dat de ingewikkelde vriendschapsgevoelens voor de oude sjamaan belangrijker zijn dan de drang om zijn vader te wreken. En hij ziet in dat voor hem het gevecht niet in de eerste plaats komt. Hij keert op de laatste bladzijde terug naar zijn volk, «een reiziger die zijn zwaard meedroeg als een nuttig voorwerp tussen andere nuttige voorwerpen. (…) En hij dacht, een beetje verbaasd over zichzelf: die man wil ik wel zijn.»
Ook in dit tweede Bod Pa-boek blijft de figuur van de onaangepaste zwaardvechter intrigeren. Waar hij verschijnt leeft het verhaal. Toch is de totaalindruk van De hemelruiter er een van nog eens dunnetjes overdoen wat in het eerste boek al was geschreven. De narrige wisecracks en de toon tussen spot en ernst klinken enigszins sleets. De verhouding tussen de oude en de jonge man is minder interessant, omdat het probleem van Joakim minder dwingend aanwezig is dan dat van de mankebeen Perregrin. De structuur is minder hecht, wat vooral het gevolg is van de oeverloze, mythisch getinte bespiegelingen waarin Quintana zich verliest. Deze gaan nauwelijks een verbinding aan met het menselijke verhaal en maken het de lezer daardoor vaak ook moeilijk om dat te doen.