Toneel: Het lijden van de jonge Werther

Levensonlust

En wat als het vertrouwde een kwelling wordt? Hoe moet je leven als ieder houvast je gaat tegenstaan? Er zijn mensen, schreef Goethe in Dichtung und Wahrheit, die ervan walgen dat iedere ochtend de zon opgaat en dat zij zich elke dag moeten aan- en uitkleden. En die zich daarom ophangen. De levensonlust van de jongeman Werther, hoofdpersoon uit de beroemde brievenroman uit 1774, verhindert hem een gepaste ingang tot een ‘gewoon’ leven. Goethe’s Werther-roman, die hij schreef toen hij 25 was, is omgeven door aannames. Hij zou over een ongelukkige liefde handelen – niet onwaar, maar je doet het boek wel te kort. Hij zou een golf zelfmoorden onder Europese jongemannen hebben veroorzaakt – aantoonbare nonsens. Het boek was wel een revolutie in de romankunst omdat het zo schaamteloos mooi subjectief was opgeschreven. De van oorsprong Noorse regisseur Eline Arbo heeft van Thérèse Cornips’ vertaling een toneelbewerking gemaakt.

Op het toneel overheerst de onbeschrijflijke bende van een uit de hand gelopen kinderfeestje met iets te veel kinderen in een iets te krappe ruimte. Na enkele eenvoudige toneelhandelingen verandert die bende in een surrealistisch landschap van zuurtjeskleuren en waterpistolen. Het eerste kwartier van de vertelling is vrijwel geheel voor Werther, die vertelt dat hij van de stad naar het platteland is gevlucht. Hij leert daar anders kijken naar de natuur, naar de mensen, en vooral naar de kinderen. En hij wil geen boeken meer lezen. ‘Ik wil niet meer worden geleid, aangevuurd en meegesleept, dit hart barst al genoeg uit zichzelf’, zo vat hij samen wat zijn levenslot wordt.

Medium toneel
Victor IJdens, Dieuwertje Dir en Sander Plukaard in Het lijden van de jonge Werther. Regie Eline Arbo © Sanne Peper

Met een aanstekelijk en vlammend speelplezier dartelt de blonde, tengere Victor IJdens over het toneel. Hij steelt onze sympathie en gaat ermee aan de haal, zuchtjes en pufjes van jongehonderige twijfels ontsnappen hem, terwijl hij moeiteloos in de val loopt van zijn liefde voor Lotte (Diewertje Dir), een vitale jonge vrouw, met in haar ogen een levenslust die zich kan meten met die van Werther. Ze is echter ‘zo goed als verloofd’ met Albert (Sander Plukaard), een oudere jongere met een onverdraaglijk onverwoestbaar humeur. En een uitgestippeld levenspad. Vanaf dat moment wordt de voorstelling een spannende battle tussen ‘grenzeloos leven’, wat Werther wil, en ‘je inhouden’ wat Albert nastreeft, ‘omdat we anders als egoïstische kinderen ronddwalen met als enig doel onze primaire behoeftes, en we zijn verder gekomen dan dat, toch?’ Des Pudels Kern. Waarop Werther riposteert: ‘Ja, we zijn veel te ver gekomen. Passie in elke vorm wordt gezien als infantiel! Idealisme is naïef, liefde is kinderachtig en opgewondenheid is flauw.’

Het loopt slecht af met Werther. Hoewel – die levensonlust, dat is ook geen doen voor zo’n joch. En het slot is mooi stil gespeeld en geregisseerd. Door het uit de band springerige van die drie heerlijk muzikale spelers, door de uitbundigheid van de vorm en door de overduidelijke liefde van de regisseur voor haar materiaal is deze Goethe-toneelavond herzerwärmend.


Het lijden van de jonge Werther door Toneelschuurproducties, nog te zien in Utrecht, Den Haag en Amsterdam