Levertraan

Twee prachtige Amerikaanse documentaires, samengesteld uit overheidsfilmpjes die in de bioscoop en via de televisie werden uitgezonden. De ene betreft boodschappen die de staat liet vervaardigen over de atoombom en haar effecten. De ander de propaganda die diezelfde overheid in de strijd gooide - eerst om vrouwen het produktieproces in te krijgen, toen de mannen naar de fronten van de Tweede Wereldoorlog moesten; later als die oorlog een gewonnen zaak is, de opwekking om de draaibank weer in te ruilen voor keuken en kinderen.

Je kijkt je ogen uit over de combinatie van naiviteit, bedrog, demagogie, propaganda en (waarschijnlijk terechte) inschatting van de naiviteit van de bioscoopbezoeker. Met regelmaat lig je in een deuk, en tegelijk realiseer je je hoe vergaand er geindoctrineerd werd in zaken van groot gewicht. Je verwacht dat eerder in een totalitaire staat dan in een parlementaire democratie, want Postbus 51 is er niks bij. Deels verklaarde ik de doorzichtigheid van de boodschappen uit een als simplistisch en kinderlijk beschreven Amerikaanse publieke opinie. Maar de eerste aflevering van Na de oorlog, de twintigdelige NPS-reeks over de Nederlandse pre-welvaartstaat, beschaamde me in die benadering. Dan heb ik het niet over het grandioze filmpje waarin Teddy Scholten haar Henk als een pasja bejegent omdat die haar bij hun huwelijk niet alleen een bruidsboeket schonk maar ook een Sola-cassette - het waspoeder- en maandverbandgeluk van vandaag in de omstandigheden van 1950. Fraai voorbeeld van de werking van het patriarchaat anno toen, dat zeker, maar reclame = reclame = reclame.
Openbarender vond ik de wijze waarop in het bioscoopjournaal het eerste naoorlogse uitvaren van de Willem Barentsz naar Antarctica werd behandeld. Afgezien van de obligate en vanzelfsprekende heroiek uit die periode (‘waarin een klein volk groot kan zijn’) - heroiek die des te pijnlijker was en des te noodzakelijker werd geacht door het verlies van de Gordel van Smaragd - was de nadruk op het economische belang van de onderneming voor ons allen opvallend. De dappere Nederlandse jagers zorgden niet alleen voor vaderlands prestige, bovenal, zo galmde het commentaar, haalden ze de broodnodige vetten uit de zee waarvan de aankoop een zware belasting betekende voor de deviezenvoorraad. Dat was zonder twijfel waar, maar ik besefte hoe vergaand de overheid via de bioscoop deed aan natievorming, aan steun voor de buikriem- en geleide- loonpolitiek, aan de ideologie van nette armoe. Recent beschreef ik hier hoe mijn moeder de impulsieve aankoop van zes theedoeken de moeite van het vermelden waard vond omdat ze zich de lege linnenkast van 1948 herinnerde. Die gevulde linnenkast van nu zagen we letterlijk in aflevering 1 van Na de oorlog - een locatie die een mannelijke programmamaker niet snel zou kiezen. Netty van Hoorn deed dat terecht wel. Zoals ze ook haar talent toonde voor het vinden en zich uit laten spreken van 'gewone mensen’, vrouwen vooral. Volg die reeks. Ik proefde weer de smaak van levertraan. En natuurlijk: save the wale.