MENNO HURENKAMP

Lezen

Sinds een week lees ik ’s morgens geen kranten meer. Ze worden alvast op een ander adres bezorgd. Het zijn onthande ochtenden, waarop ik overgeleverd ben aan eigen gedachten. Meestal zijn dat er niet veel. Vooral het gebrek aan overwegingen geeft reden tot overpeinzing, al met al een tamelijk luchtledige bezigheid. ’s Avonds vallen er trouwens ook geen kranten en tijdschriften meer binnen. Zo blijven televisie, radio en internet over als bron van informatie. Daar is niks mis mee, behalve dan dat nieuws dat niet gedrukt staat minder waar is.
Wat van televisie- of computerschermpjes komt of uit een luidspreker klinkt, blijft een bericht wachtend op goedkeuring. Upspeak heet dat in het Engels, of beter gezegd het Amerikaans. Elke mededeling, zo niet elke zin, eindigt in upspeak met een meer of minder expliciet vraagteken vanwege de angst dat de kijker of luisteraar of surfer zijn aandacht verliest en de andere kant op kijkt. Dat upspeak verwijst naar de neiging van de jeugd om de stijl van sitcoms als Sex and the City over te nemen. Daarin verheffen de acteurs bij de constante bespiegelingen op hun eigen leven het variëren op ‘you know?’ tot een kunstvorm. Op elk willekeurig moment gaan hun stemmen even omhoog, om de luisterende ander te dwingen wat terug te zeggen, te knikken – enfin, over dat upspeak kun je spectaculair cultuurpessimistische beschouwingen ophangen. Neem de volgende twee alinea’s.
De televisiemakers, internetbloggers en radiomakers die mij van nieuws voorzien – ze hebben allemaal die ochtend in de krant gekeken om te weten waarover ze moeten beginnen en om te zien of wat ze gisteren gezegd hebben inmiddels tot solide, echt nieuws is verheven. Dat geven ze nog niet toe wanneer je ze flink martelt, maar het is wel zo. De krant, als dagelijks of wekelijks of maandelijks medium, is al minstens een eeuw afgeschreven. Maar het blijft zaak dat je erin komt met je nieuws – en totdat dit weer zo ver is, gaan de wenkbrauwen van de nieuwslezers telkens omhoog, stijgen de stemmen van de radiopresentatoren onverwacht en slingeren de bloggers hun scheldwoorden hoger het net op. Upspeak tot de krant de status van het gezegde bevestigt. Dat gezag van de drukpers wortelt in de geschiedenis. Het Haarlems Dagblad stamt uit 1656. Toen de dood van de krant voor het eerst werd aangekondigd moest de televisie nog worden uitgevonden.
Dat het geschreven woord autoriteit heeft, komt ook doordat lezen een handeling is. Je leest of je leest niet. Aan een krant geef je je over, anders verknoei je je tijd. Lezen is serieus nemen. Luisteren kan half. Kijken kan zonder iets te zien. Lezen vergt dat je de woorden in je hoofd ordent – en nee, internet is niet lezen. Pak de handboeken ‘schrijven voor internet’ erbij. Achter de suggesties om korte zinnen te maken, korte alinea’s en veel verwijzingen, schuilt de opdracht om tekst te vermijden en om schilderijtjes van woorden te maken die de surfer niet intimideren maar constant verleiden. Surfen is gewiegd worden. Lezen is een daad, kijken of luisteren een handigheid die ook lagere diersoorten goed beheersen. Lezers hebben een mening, kijkers een gevoel. Lezers denken na, kijkers en luisteraars zijn consumenten die bij de les gehouden worden met onzekere aandachttrekkerij.
Nou, dat is weer cultuurkritiek om vrolijk van te worden, niet? Lees het liever als dank voor jaren aandacht. Ik stop op deze plek. Ik verhuis naar het buitenland en het is even genoeg geweest. Spelt u vooral verder.