Lezen is chill, man!

Nodig John Flanagan uit voor een auteursbezoek en je winkel is ineens gevuld met zo'n driehonderd jongeren. Flanagan is hun held: dat was de verrassende ervaring van Daan van der Valk van H. de Vries Boeken in Haarlem, toen ze de succesauteur van de wereldwijd populaire fantasy-serie De grijze jager hadden uitgenodigd over te komen vanuit Australië.

De laatste maanden signaleert Van der Valk dat, in navolging van de Angelsaksische wereld, waar het genre booming business is, de vraag naar jongerenboeken - Y.A. (Young Adult) - snel toeneemt. ‘In Nederland zitten we nog maar aan het begin van de groei- en bloeifase, maar de trend is dat lezen onder jongeren hip aan het worden is. Auteurs, uitgeverijen en boekhandelaren spelen daarop in. Jongerenboeken hebben steeds vaker een eigentijds uiterlijk en steeds meer winkels zetten ze in aparte kasten.’

Vorige week is op initiatief van het Nederlands Letterenfonds en Stichting Lezen de eerste Grote Jongerenliteratuur Prijs uitgereikt op het grensoverschrijdende kunstfestival Crossing Border: vijfduizend euro voor een auteur van het beste Nederlandstalige boek en eenzelfde bedrag voor de auteur en vertaler van het beste buitenlandse boek. Toen de jury in oktober de zes nominaties bekendmaakte, ontstond direct verwarring in letterenland. Dat Dit is geen dagboek van Erna Sassen, het tragikomische verslag van een tegendraadse zestienjarige jongen die gevangen zit in rouw om zijn dode moeder, en John Greens Paper Towns, een humorvolle, filosofische highschool- en roadnovel over hoe de zoektocht van een achttienjarige naar zijn verdwenen, vermeende grote liefde gaandeweg verandert in een zoektocht naar de zin van literatuur en daarmee het leven, tot de kanshebbers behoorden, was niet verrassend. Maar op de nominaties van Zeitoun (Dave Eggers), Muleum (Erlend Loe), Trouw is de andere wang (Peter Bekkers) en Dagen van gras (Philip Huff) reageerde de boekenwereld verdeeld.

Uitgeefster Thille Dop van Moon, die een klein maar interessant Y.A.-fonds beheert, vond het 'jammer’ dat het merendeel van de genomineerde titels boeken voor volwassenen waren. Terwijl Jean Christophe Boele van Hensbroek van Lemniscaat - de uitgever die zichzelf met de In-Between-reeks en Made-in-the-USA als 'aanstichter van het Y.A.-virus in Nederland’ ziet - juist 'verheugd’ was dat de jury traditionele grenzen slechtte.

Is young-adult-literatuur eigenlijk wel een apart genre, of is het een slimme marketingvondst? Uitgeverijen, auteurs, boekhandelaren, docenten en lezers: geen van allen kunnen ze het met zekerheid zeggen. Dat de lezers niet veel jonger dan vijftien kunnen zijn, omdat de meeste Y.A.-boeken wel wat lees- en levenservaring vragen, daarover is iedereen het min of meer eens. De doelgroep hangt ergens tussen jeugd en volwassenheid in, zoekt naar eigen identiteit en leest liefst over thema’s die daarbij aansluiten. Over seks, drugs en rock-'n-roll, over romantiek en zielenstrijd, over de strijd tegen de hypocrisie van de wereld van volwassenen.

Daarmee blijft de leeftijd van de oudste lezers onduidelijk. Vmbo-docente Esther Metz van het Via Nova College in Utrecht denkt aan haar leerlingen en hun voorliefde voor bijvoorbeeld Khalid Boudou (Pizzamaffia) en Khaled Hosseini (De vliegeraar) die een brug slaan tussen jeugd- en volwassenenliteratuur en noemt een bovengrens van twintig. Boele van Hensbroek definieert de potentiële doelgroep als 'iedereen met een CJP-pas’ (dus tot zo'n dertig jaar) en Thille Dop wijst op het eeuwig-jong-willen-blijven-syndroom, waardoor ook dertigplussers naar het genre grijpen.

Maar het niet volwassen willen worden is geen afdoende verklaring voor de populariteit van Y.A.-literatuur. Verhalen over jonge rebellen als Holden Caulfield uit The Catcher in the Rye (volgens Boele van Hensbroek 'de stamvader’ van het genre), die in hun zoektocht naar eigenheid constant dwarsliggen, of verhalen over geboren twijfelaars en zoekende zielen als Thijssens Kees de Jongen spreken al sinds hun bestaan tot de verbeelding en werden vroeger gewoon voor volwassenen uitgebracht. Maar nu ze van een nieuw en hip etiket zijn voorzien, neemt het genre een vlucht. Zodanig dat twee jaar geleden in The New York Times naar Y.A. werd verwezen als 'the Garden of Eden of literature’. Met als gevolg dat gerenommeerde volwassenenauteurs als Joyce Carol Oates en Nick Hornby nu ook het genre beoefenen.

Bovendien merkt Martijn Koek, docent literatuur aan het Amstelveense Keizer Karel College, dat wat jongvolwassenen aanspreekt veel breder is dan het genre van de klassieke ontwikkelingsroman. 'Zeker houden mijn leerlingen van verhalen waarin de innerlijke groei van een jong hoofdpersonage centraal staat,’ legt Koek uit, 'maar liefst wel van moderne auteurs die fantasierijkere en geheimzinniger wegen bewandelen dan hun voorgangers. Haruki Murakami bijvoorbeeld en Yann Martel: Kafka op het strand en Het leven van Pi zijn topfavorieten in mijn klassen’.

Het duidt erop dat de grens tussen volwassenen- en jongerenliteratuur flinterdun is. Edward van de Vendel, vooral bekend als jeugdboekenauteur, ziet de opmars van en aandacht voor jongerenliteratuur dan ook als een kans: 'Geen huilerige schreeuw om emancipatie, maar erkenning van een sterk genre’. Dat uitgeverij Querido De gelukvinder, zijn meeslepende roman over een zeventienjarige Afghaanse asielzoeker, recentelijk ook voor volwassenen heeft uitgebracht is daarvan een direct gevolg.

Koek pleit voor meer boeken met dubbele omslagen: Edward van de Vendel en Floortje Zwigtman naast Harry Mulisch en Herman Koch in de kasten voor volwassenen en die voor jongeren. 'Want welke literaire schrijver schrijft voor een doelgroep?’ vraagt hij zich af.

Philip Huff zeker niet; zijn eerste roman, Dagen van gras, werd genomineerd voor de Grote Jongerenliteratuurprijs. 'Ik wilde schrijven,’ vertelt Huff, 'als het relaas van een wat onzekere jongen van een jaar of zeventien, achttien die in zijn eigen taal en direct van toon over zijn wederwaardigheden vertelt. Thematiek, stijl en inhoud maken dat je kunt spreken van jongerenliteratuur, oorlogsliteratuur, homoliteratuur et cetera. Maar als een boek echt goed is, als het ontroert en ontregelt, dan vervalt dat voorste woord onmiddellijk. Lord of The Flies gaat bijvoorbeeld over veel meer dan kinderen op een eiland. Literatuur dus. Daarom zette ik bij het herschrijven van mijn boek ook dertigers, vijftigers en tachtigers op mijn tribunes.’ Gevolg is dat Huff door alle generaties gelezen wordt: 'Van 5-vwo'ers uit Doetinchem tot mijn tante uit Groningen.’

Winnaars GJP: Peter Bekkers, Trouw is de andere wang, het beste Nederlandse boek; Erlend Loe en vertaalster Femmigje Andersen-Sijtsma, Muleum, het beste buitenlandse boek