Het gevecht illustreert hoe heftig de onrust in Syrië in het buurland wordt beleefd. Het is pas zes jaar geleden dat de Syrische bezetting werd beëindigd. Sindsdien leeft Libanon in een staat van verdeeldheid; de helft van de politiek is pro-Syrisch en vormt de zogenoemde 8 Maart-beweging, terwijl de andere helft, de 14 Maart-beweging, zich verzet tegen Syrische invloed. Die splitsing staat deze dagen extra op scherp. Na jaren in de oppositie staat het pro-Syrische kamp nu aan het roer, de oppositie schaart zich achter de Syrische demonstranten.
De diplomatieke koers bepalen is lastig. Zelfs binnen de regering staan de neuzen niet altijd dezelfde kant op. Toen Libanon bij de Arabische Liga tegen schorsing van Syrië stemde, had de pro-Syrische minister van Buitenlandse Zaken dat niet met Najib Miqati, de premier, overlegd. De oppositie deed de stem van Libanon als ‘schandalig’ van de hand; Libanon zou zich neutraal moeten opstellen.
Ook de Libanese bevolking is verdeeld. Elke zondag zijn er pro-Assad-demonstraties in West-Beiroet; een konvooi toeterende auto’s, afgeladen met jongens die met Syrië- en Hezbollah-vlaggen wapperen en leuzen voor de president roepen. Anti-Assad-demonstraties vinden ook plaats; eerder in het jaar liep er een bloedig af nadat er gevochten was met aanhangers van de Syrische president.
Over één ding zijn beide kampen het wél eens: het risico van de instabiliteit in Syrië voor Libanon. Zorgen over de groeiende mogelijkheid van een burgeroorlog naast de deur en angst voor overslaande instabiliteit. Wat is het alternatief voor Assad? vraagt men zich af. Libanons eigen burgeroorlog ligt nog vers in het geheugen en het straatbeeld in Beiroet is een dagelijkse geheugensteun.
‘Niet mijn stijl’, twitterde premier Najib Miqati laconiek over de aanvaring tussen de politici. Ondertussen hebben veel Libanezen er genoeg van dat een buitenlandse mogendheid hoger op de politieke agenda staat dan hun eigen problemen.