Libanons politiek plaagt nationaal orkest

Beiroet - Elke vrijdagavond kunnen Libanezen gratis genieten van een concert van het Libanees Filharmonisch Orkest. Meer dan zeven­honderd mensen luisteren aandachtig vanaf harde houten banken in de kerk van de Franse Universiteit. Maar hoewel het orkest zuiver speelt, vormen de 103 musici geen geheel. De reden? Salarissen en politiek gesteggel.

Zestig procent van het nationale orkest is buitenlander. Reden is dat voor sommige instrumenten niet genoeg lokale musici beschikbaar zijn. Het land heeft bijvoorbeeld geen enkele professionele harpist. Dat probeert men te veranderen; alle leden van het orkest geven verplicht ook les. Maar een opleiding aan het conservatorium in Libanon duurt acht jaar; veel studenten stoppen na één, hooguit twee jaar, tot grote frustratie van hun leraren.

Mounir Makhoul, viool, is een van de weinigen die het volhield en ervoor koos in Libanon te blijven spelen. ‘Ik houd van mijn baan’, zegt hij. Maar rijk wordt hij er niet van. Na jaren studeren is zijn salaris iets meer dan zevenhonderd dollar per maand. Niet genoeg om buitenlandse muzikanten te lokken. Maar de Roemeen met wie hij zijn muziekstandaard deelt, verdient drie keer zo veel, net als alle buitenlanders in het orkest.

‘Ik heb geluk gehad’, zegt Rudolf Krala. De 27-jarige fagotspeler kwam twee jaar geleden naar Libanon, waar hij ruim tweeduizend dollar per maand verdient. Dat is meer dan twee keer zo veel als hij in zijn thuisland Tsjechië zou krijgen.

Dit verschil in inkomsten zorgt voor ­spanningen. Etienne Kupelian, een hoboïst, probeerde de situatie vorig jaar aan de kaak te stellen en riep op om de salarissen gelijk te stellen. Op deze manier verdrijf je Libanese musici naar het buitenland, was zijn argument. Bovendien voedt het een zij-tegen-wij-mentaliteit, terwijl een orkest juist een eenheid moet vormen.

Die eenheid is moeilijk te vinden sinds het overlijden van Walid Gholmieh, die het orkest in 2000 oprichtte. Al meer dan anderhalf jaar zit het orkest zonder directeur en chef-­dirigent. ‘Hij was de kracht die ons bijeenhield’, zegt de Roemeense violist Ondin ­Brezeaneau. Maar de benoeming van een opvolger is lastig, een ­verwachte aankondiging vorige maand bleef uit. ‘Het is gepolitiseerd. Iedereen wil zijn mannetje op de post hebben. Iedereen wil directeur worden maar niemand weet iets van muziek’, klaagt een orkestlid. Libanons ­sektarische quota’s zijn zelfs op deze muzikale post van toepassing. En dus dient de directeur, net als Gholmieh, orthodox-christelijk te zijn.

De musici proberen zich intussen te ­concentreren op hun werk. Ze repeteren de stukken voor het concert aanstaande vrijdag met Brahms en Tsjaikovski op het programma. ‘We praten niet over religie. We maken muziek’, aldus hoornspeler Gabriel Raileanu.