Libera me

Josef Bor
Requiem Theresienstadt
Wereldbibliotheek, 127 blz., 12,50

« Muziek verheft zelfs de gruwelijkste situaties in een ideale sfeer», aldus Richard Wagner. Zelfs hij kon niet vermoeden hoe cynisch de nazi’s, in hun poging om alle joden uit te moorden, misbruik maakten van musici voor hun «definitieve oplossing». In tal van concentratiekampen vormden ze koren en orkesten bestaande uit joodse muzikanten. Die moesten het leven van de joden in de doorgangskampen verlichten en de aangevoerde joden in de vernietigingskampen geruststellen op weg naar de gaskamer. Alleen in Auschwitz-Birkenau waren er zes verschillende orkesten waarvan sommige met meer dan honderd leden. Er bestaat een fascinerende foto van een ontsnapte gevangene uit Mauthausen die opnieuw gesnapt werd en naar de galg gereden werd in een karretje, getrokken door medegevangenen, daarbij begeleid door het kamporkest. In haar boek Arthuro d’Alberti verhaalt Jessica Durlacher over de muzikale activiteiten van haar grootvader in het doorgangskamp van Westerbork. En zo bestaan er tal van getuigenissen, onder meer over het orkest in het kamp Janowska in Polen, het «huislied» in Buchenwald, de talentrijke violist Louis Bannet in Birkenau, de dirigente Alma Rosé in het vrouwenorkest van Auschwitz, de vermaarde pianist Wladyslaw Szpilman in het getto van Warschau, en de joodse componist Victor Ullmann, die enkele uitzonderlijke muziekstukken schreef in Theresienstadt.

Onlangs verscheen de Nederlandstalige versie van Requiem Theresienstadt van de Tsjech Josef Bor, geschreven in 1963. Bor werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gedeporteerd naar het concentratiekamp van Theresienstadt, het getto dat door de propaganda van de nazi’s aan de buitenwereld werd gepresenteerd als een modelkamp. Daar was hij getuige van de manier waarop de dirigent Rafael Schächter, die van november 1941 tot oktober 1944 in het kamp verbleef, uit musici onder de joodse kampgevangenen een orkest samenstelde dat regelmatig uitvoeringen gaf. Beiden werden in 1944 op transport gesteld naar Auschwitz, waar Schächter werd vermoord. Josef Bor overleefde en vestigde zich na de bevrijding in Praag, waar hij in 1979 overleed. In Requiem Theresienstadt vertelt Bor over de manier waarop Rafael (Raffi) Schächter met vallen en opstaan een koor en orkest samenstelde waarmee hij Verdi’s Requiem instudeerde. Het is een ontroerend getuigenis met de dirigent in de hoofdrol. Al leefden de joodse gevangenen in barre omstandigheden en in de wetenschap dat ze op een dag vermoord zouden worden, toch stelde Schächter enorm hoge eisen aan zijn orkestleden. Hij wou de muziek van Verdi immers gebruiken als een moreel breekijzer.

Volgens Arthur Schopenhauer kan alleen de kunst ons gedurende momenten bevrijden van onze gevangenschap in de donkere kerker van deze wereld. Door muziek verdwijnen de kwellingen van de wil waar we ons leven lang aan zijn blootgesteld en worden we ineens bevrijd van de folteringen van ons bestaan. Zoals blijkt uit het boek van Bor lukt dit maar gedeeltelijk. Hooguit vormt het een tijdelijke overwinning op de barbarij. Het requiem van Verdi in een concentratiekamp was in feite een geniaal idee van Schächter. Hij wilde de idiotie over rein en onrein bloed, over superieure en inferieure rassen aan de kaak stellen. De keuze voor de katholieke Giuseppe Verdi was inderdaad ongewoon, maar daarmee sloeg de dirigent een dubbele slag. Niet alleen wilde hij de verhevenheid van de muziek aantonen boven de moorddadigheid van de nazi’s, maar ook uitdrukking geven aan zijn oprecht geloof in de rechtvaardigheid in deze wereld, en niet zozeer in het hiernamaals.

Bor beschrijft hoe de dirigent op zoek gaat naar de juiste personen met de juiste stemmen om het requiem tot in de perfectie te kunnen uitvoeren. Schächter begrijpt beter dan wie ook de bedoelingen van Verdi en maakt gebruik van de talloze dubbele bodems in zijn teksten. Hij smokkelt verschillende muziekinstrumenten in het getto en selecteert persoonlijk de nieuwe transporten waaruit hij de beste kunstenaars voor zijn groep kiest. Een ogenschijnlijk wreed proces, maar dan volgt de verantwoording door Bor: «Elk transport uit het getto nam hem kunstenaars af, elk transport naar het getto bracht hem nieuwe.» Verschillende keren moest Schächter immers solisten vervangen omdat ze de dag voordien werden gedeporteerd, en dat ondanks de belofte van de kampleiding dat men niet zou raken aan zijn groep kunstenaars. Maar geconfronteerd met het feit dat hun vrouwen, kinderen en familieleden op transport werden gezet, kozen velen onder hen ervoor om «vrijwillig» mee te gaan. Hoezeer het kamp morele normen kon vervormen, blijkt uit het feit dat de dirigent dit als een vorm van verraad beschouwde. Hij moest nieuwe zangers vinden, hen opnieuw opleiden en inwijden in de betekenis van het requiem.

Hoewel Verdi antiklerikaal was, hield de dood hem bezig. Zijn requiem was niet zozeer bedoeld ter nagedachtenis van een bijzondere persoon, maar als een weeklacht over het verval van de bestaande cultuur. Nergens anders dan in een concentratiekamp zou de grondgedachte van dit werk beter vertolkt kunnen worden. Tremens factus, de mens zal sidderen en bang zijn voor de komst van God en zijn toorn, gevolgd door het Confutatis maledictis, de dag waarop de misdadigers voor de rechtvaardige rechter van de gehele mensheid zullen staan, en eindigend in het indrukwekkende Libera me, Domine, de morte aeterna, bevrijd me Heer van de eeuwige dood. Het imponeerde de gevangenen van het kamp tijdens de eerste voorstelling. Bor beschrijft indringend hoezeer ze hopeloos, compleet in de war en hongerig naar de muziek zaten te luisteren. Hier ligt het antwoord op de vraag waarom alleen kunst de wereld nog kan redden.

Enkele dagen later krijgt de dirigent te horen dat hij die avond een opvoering moet geven voor een aantal hoge SS-leden, waaronder Adolf Eichmann. Hij krijgt één uur de tijd, waardoor hij het requiem nillens willens moet inkorten. Om de hoge gasten te ontvangen wordt een ziekenzaal ontruimd en omgebouwd tot een geïmproviseerde schouwburg met een zwart doek dat dient als fysieke scheiding tussen het meerwaardige publiek en het minderwaardige orkest. Eichmann moest lachen. «Die joden luidden hun eigen doodsklok», zo verklaarde hij. Maar in werkelijkheid klonk het requiem als één lange aanklacht tegen de immoraliteit van de moordenaars. Bor beschrijft met verve hoe Schächter tijdens de voorstelling zijn greep verloor op het orkest en de koorleden, die in hun stemmen hun diepe haat vertolkten. En het publiek van SS’ers luisterde als «opgetuigde waanzinnigen die dachten dat ze helden waren». Libera me, zo zongen de kunstenaars in de finale. Daarop volgde een beleefd applaus.

Enkele weken later begonnen de transporten opnieuw en werd de ganse groep kunstenaars afgevoerd naar Auschwitz. Schächter werd er vermoord. Dankzij het boek van Josef Bor zal hij in de herinnering blijven leven als een geniale verzetsman. Iemand die het Requiem van Verdi gebruikte om zijn moordenaars te confronteren met hun krankzinnige gedrag.