Economie

Liberaal

Wat is eigenlijk nog liberaal? Het zijn verwarrende tijden. Aan de andere kant van de oceaan zijn ‘liberals’ de paria’s ter linkerzijde van het politieke spectrum. In Nederland worden ‘liberalen’ tegenwoordig weggezet als rechtse idioten, vaak voorzien van het voorvoegsel ‘neo’. Uit deze semantische verwarring blijkt al dat het op z’n minst vreemd is om ‘liberaal’ direct met ‘rechts’ te associëren: rechts is vaak allesbehalve liberaal. Drie eenvoudige voorbeelden tonen aan dat het niet louter om taal gaat.

Eén: subsidies. Rechts Nederland verdedigt hartstochtelijk de (overdadige) fiscale subsidies op het eigen huis en de pensioenen. De fiscale behandeling van het eigen huis kost de Nederlandse belastingbetaler zo’n veertien miljard euro per jaar. Oftewel: zo’n tweeënhalf procent van het nationaal inkomen. Starters op de woningmarkt zijn er niet mee geholpen; dankzij de hypotheekrenteaftrek financieren zij slechts de overwaarde voor de huiseigenaar. Bij de pensioenen subsidieert de overheid veertig tot vijftig cent per ingelegde euro, ten opzichte van gewoon sparen. De subsidies op de opbouw van pensioenen kosten eveneens zo’n tweeënhalf procent van het nationaal inkomen. Nederland geeft net zoveel geld uit aan deze aftrekposten als aan het hele lager, middelbaar en hoger onderwijs.

Geen politicus ter rechterzijde keert zich tegen deze overvloedige staatssteun. Het leidt tot sterke prikkels om te dure huizen te kopen en te vroeg met pensioen te gaan. Het financiële draagvlak voor collectieve voorzieningen erodeert. Ook spreekt niemand ter rechterzijde schande van de hoge belastingdruk die nodig is om al die subsidies te financieren, waardoor de beloning voor hard werk daalt. Door verstoringen in financiële, huizen-, en arbeidsmarkten nemen werkgelegenheid en welvaart af. Maar kennelijk meent rechts dat het particuliere initiatief dusdanig tekortschiet dat zonder een paternalistische overheid met bijbehorende massieve staatssteun, individuen niet in staat zijn zelf een huis te kopen of een pensioen op te bouwen.

Twee: milieu. Rechts heeft de pest aan regulerende belastingen, vooral op milieu en autogebruik – denk aan de afwijzing van milieuheffingen, het njet tegen rekeningrijden en het pathetische verzet tegen de ‘slurptax’ op veelverbruikende auto’s. Het ene na het andere gezaghebbende rapport verschijnt met de boodschap dat milieu, natuur en leefomgeving naar de filistijnen worden geholpen. Oorzaak: de markt faalt; de milieuschade is niet in de marktprijzen verwerkt, en bij kunstmatig lage prijzen richten mensen te veel milieuschade aan.

Toch blijft rechts hardnekkig zijn hoofd in het steeds drassiger wordende zand steken. Rechtse mensen, die vaker dan linkse mensen de zegeningen van de markt bejubelen, verstommen als marktconforme instrumenten worden bepleit om het milieu te behouden: energiebelastingen, verhandelbare emissierechten, rekeningrijden en heffingen op vliegtickets, op kerosine, op grote auto’s en op andere vervuilende zaken. De welvaart, inclusief de waarde van het milieu, wordt door antiliberaal non-beleid grote schade toegebracht. Saillant detail is dat zelfs de volkomen antiliberale SP het prijsinstrument wil inzetten voor een beter milieu.

Drie: migratie. Door ongeveer alle rechtse partijen in Europa wordt in meer of minder extreme vorm een migratiestop bepleit. In geen enkel continentaal Europees land is werk een legitieme reden voor toelating van niet-EU-migranten. Dat is merkwaardig voor partijen die werk toch hoog in het vaandel hebben staan. EU-migranten uit het Oostblok worden stelselmatig getreiterd met bureaucratie en regelgeving. Rechtse elementen schreeuwen moord en brand over de toevloed van ‘economische vluchtelingen’. Maar waarom hebben werknemers niet de vrijheid om daar te werken waar ze zouden willen? Het sluiten van grenzen is allesbehalve liberaal en je reinste protectionisme. Verbieden van arbeidsmigratie is schadelijk voor de welvaart en de werkgelegenheid, maar ook voor de culturele en intellectuele ontwikkeling, als de meest kansrijke migranten de wijk nemen naar Amerika, Canada en Engeland. Het blokkeren van vrij verkeer van personen is bovendien hypocriet als tegelijkertijd wel vrij verkeer van kapitaal en vrijhandel worden bepleit. Natuurlijk is het niet de bedoeling dat welvaartsstaten magneten zijn voor kansloze arbeiders. Maar dat betekent niet het sluiten van grenzen, hoogstens het stellen van bepaalde eisen aan arbeidsmigratie.

De hypotheekrenteaftrek en pensioensubsidies pakken pervers uit voor de inkomensverdeling. Met de ruïnering van het milieu wordt de solidariteit tussen de generaties verder op scherp gezet. Migratieblokkades ontnemen mensen basale vrijheden. Dat is genoegzaam bekend. Antiliberaal rechts beleid is bovendien zeer schadelijk voor de welvaart. Daarin verschilt het niet veel van antiliberaal links beleid. Het is daarom een vergissing om liberalen zonder meer weg te zetten als rechtse idioten.