Liberals en conservatieven spreken elkaars taal niet

New York - Paus Benedictus XVI schreef een brief aan het Amerikaanse Supreme Court, oud-president Jimmy Carter en de Zuid-Afrikaanse bisschop Desmond Tutu tekenden petities. Maar het mocht allemaal niet baten. Na vier hoger beroepen, en het zoveelste verzoek tot herziening, en dus om uitstel, werd Troy Davis afgelopen woensdagavond, om 23:08 uur om precies te wezen, geëxecuteerd in de staat Georgia.

Voor wie ‘s mans geval niet kent: Troy Davis werd in 1989 veroordeeld voor de moord op de buiten diensttijd zijnde politieagent Mark MacPhail. Zijn veroordeling was gebaseerd op negen ooggetuigenissen, waarvan er zeven later werden teruggetrokken of gewijzigd. Er is nooit enig fysiek bewijs tegen Troy Davis gevonden, bijvoorbeeld in de vorm van vingerafdrukken, een moordwapen of DNA-sporen.

Uit peilingen blijkt steevast dat een meerderheid van de Amerikanen voor de doodstraf is. Maar, zo redeneerde Alex Pareene op Salon.com de dag na de executie, als het land per se wil vasthouden aan de doodstraf, is het dan niet redelijk om in ieder geval te proberen het aantal executies terug te dringen? Een idee zou bijvoorbeeld zijn om de doodstraf te verbieden bij afwezigheid van fysiek bewijs tegen de verdachte. 'Een beroep op redelijkheid’, zo verzuchtte Pareene, ‘is echter onmogelijk wanneer de ene kant redeneert vanuit een positie van twijfel en scepsis, terwijl de andere kant simpelweg niet geïnteresseerd is.’
De executie leidde in ieder geval nauwelijks tot debat. Ter linkerzijde werd nogmaals - en in diepe frustratie - het principe aangehaald dat in geval van twijfel nooit de doodstraf mag worden uitgevoerd. Ter rechterzijde bleef het voornamelijk stil. (Zeloten als de commentator Ann Coultner, die vlak voor Davis’ executie ‘één geroosterde Davis, graag’ twitterde, laten we even buiten beschouwing.) Zo zal de executie van Davis vermoedelijk niet leiden tot een nationale conversatie over de doodstraf, zoals ook de massale schietpartij in Tucson in januari van dit jaar niet leidde tot een zinnige discussie over wapenregulering. De twee stammen - liberals en conservatieven - spreken domweg elkaars taal niet.

Zo komt ook niet meer aan de orde of de veroordeling en executie van Davis een raciale kwestie was (Davis was zwart, de vermoorde politieman blank).‘We zullen het nooit weten’, schreef een verbouwereerde Mark Anthony Green van The New Yorker. ‘En daar gaat het om. Niet om onschuld of schuld, zwart of wit, rijk of arm. Het gaat om twijfel en de vraag wat twijfel is. (…) En toch was er geen twijfel dat hij geëxecuteerd moest worden.’