Libisch moeras

Terwijl afgelopen weekend Britse, Franse en Amerikaanse vliegtuigen de aanval op de strijdkrachten van kolonel Kadhafi openden, bracht president Obama een staatsbezoek aan Brazilië.

CNN liet de reportages achter elkaar zien: de gebombardeerde tanks en vrachtwagens in de woestijn en daarna de leider van het vrije Westen die een zaal vol Braziliaanse notabelen toesprak. Was dat een stille demonstratie waardoor de president liet weten dat Amerika andere prioriteiten heeft? Of een blijk van diplomatieke behoedzaamheid? Ik denk de laatste mogelijkheid. Deze gelijktijdigheid kwam hem goed uit.
Door de operatie in Libië mengt het Westen zich opnieuw met geweld in de binnenlandse aangelegenheden van de Arabische wereld. Hoe we het ook wenden of keren, de vorige interventies, in Afghanistan en Irak, kostten veel meer dan honderdduizend burgers het leven, terwijl het beoogde doel - vestiging van een moderne democratie - niet is bereikt.
In plaats daarvan heeft Washington zich geleidelijk in een gordiaanse knoop gewerkt waaruit het zich tien jaar later nog moet bevrijden. Een van de oorzaken van deze ellende is dat Amerika, toen onder leiding van Bush en zijn neoconservatieven, zijn macht grenzeloos had overschat terwijl, zoals uit het verloop van de oorlogen is gebleken, er nauwelijks een beeld was van de tegenstander en van het chaotische gevechtsterrein. Het is dus geen wonder dat deze president, zonder de opstandelingen en de bondgenoten in de steek te laten, zich enigszins op een afstand houdt.
Bovendien speelt de burgeroorlog in Libië zich af tegen de achtergrond van een nog veel groter en ingewikkelder vraagstuk. Wat is de grote volksbeweging die we nu de Arabische lente noemen op den duur waard? In Tunesië en Egypte is het volk met het afzetten van de dictators binnen een paar maanden volkomen onverwacht geweldige stappen vooruit gegaan. Geen deskundige in het Westen had die revoluties zien aankomen; bij mijn weten heeft niemand zich nog zelfs een paar maanden geleden aan een voorspelling gewaagd. Intussen is ook het volk in andere Arabische landen in beweging gekomen. In het golfstaatje Bahrein, olieleverancier en basis voor de Amerikaanse vijfde vloot, is vorige week het begin van een opstand genadeloos neergeslagen, met hulp uit Saoedi-Arabië. En ook in dit land, traditionele bondgenoot van Amerika en belangrijkste olieleverancier, broeit het.
In de hoofdstad Ryad is het een paar weken geleden ook tot rellen gekomen. Zou het daar dezelfde kant op kunnen gaan? Dat weten we niet. In de Arabische wereld is tegenwoordig alles mogelijk. In Soedi-Arabië wonen 25 miljoen mensen. Daarvan is zeventig procent jonger dan dertig en van deze jongeren heeft veertig procent geen werk. Het staatshoofd is de 87-jarige koning Abdoellah. Met gulle giften aan het volk probeert hij de onrust te bedwingen. Mocht hem iets overkomen, dan wordt hij opgevolgd door zijn 83-jarige neef die Sultan heet en aan alzheimer lijdt. En daarna komt prins Najef, nu 77 en diabetespatiënt. Zo'n toestand noemen we hier prerevolutionair.
Bij het beoordelen van de situatie in het Midden-Oosten wordt in het Westen vaak over het hoofd gezien dat de onderlinge verhoudingen tussen de naties in deze regio ook niet altijd door religieuze solidariteit en hartelijke vriendschap worden bepaald. Om dat te beseffen hoeven we niet terug te gaan tot de oorlog tussen Irak en Iran die tussen 1980 en 1988 aan 1,5 miljoen mensen het leven heeft gekost. Het Perzische en streng sjiïtische Iran wordt in de hele Arabische wereld gewantrouwd, nu ook omdat het ervan wordt verdacht aan een kernwapen te werken. Twee jaar terug mislukte daar een volksrevolutie en de praktijk bewijst dat de godsdienstige en politieke leiders niet van plan zijn dit risico nog eens te lopen. Hoe binnen de regio de machtsverhoudingen zich de komende jaren ontwikkelen, kan geen mens ook maar bij benadering voorspellen. Alle verhoudingen, in elk binnenland en tussen de staten onderling zijn vloeibaar geworden.
Tegen deze achtergrond speelt op het ogenblik het Libische drama zich af. En daarna? Waar ligt het toneel van de volgende omwenteling? Ook de best geïnformeerde westerse inlichtingendienst waagt zich niet aan een prognose. En dan zijn er de praktische vraagstukken van morgen. Zal het vliegverbod boven Libië het gewenste effect hebben? Binnen welke termijn is ‘gewenst’? Laten we eerst het rooskleurige scenario nemen. Na een zekere, afzienbare tijd geven de getrouwen van Kadhafi de moed op. Ze capituleren. Wat doet dan de kolonel? Krijgt hij ergens asiel of is hij dood en wordt hij martelaar? Hoe dan ook, hij is niet meteen van het toneel verdwenen, maar zijn invloed taant en over een paar jaar heeft Libië zich in redelijke mate hervormd. In het slechtste geval mislukt wat we nu al eufemistisch het vliegverbod noemen. Kadhafi roept zichzelf iedere dag uit tot overwinnaar. Gaat het Westen dan de rebellen met landstrijdkrachten helpen? Een soort Irak in Noord-Afrika wil niemand.
De politiek van het vliegverbod komt misschien voort uit nobele motieven, maar het kan de weg openen naar een nieuw moeras.