Licht vol gloed

Zoals toneelspelers in het volle licht van een schijnwerper staan, zo laat Rembrandt het joodse bruidje en haar man met penseel naar voren treden.

CONSTANTIJN HUYGENS was secretaris van stadhouder Frederik Hendrik, die in 1633 bij Rembrandt in Amsterdam een serie kleine schilderijen had besteld met taferelen uit de Passie, van kruisoprichting tot hemelvaart, vijf in totaal. Het schilderen ervan verliep moeizaam, ik denk omdat het werk eraan regelmatig moet zijn onderbroken door vooral opdrachten voor portretten die de schilder waarschijnlijk meer geld opleverden. De laatste twee werken, de Graflegging en de Opstanding, waren pas in 1639 af. Maar daarover wil ik het niet hebben.
Van de summiere briefwisseling tussen Rembrandt en secretaris Huygens, over de levering van de werken, zijn zeven brieven van de kunstenaar overgeleverd. Daarin maakte hij twee keer opmerkingen over een starck licht waarin de schilderijen zijns inziens het best tot hun recht zouden komen. Hij schrijft over de Hemelvaart in 1636: salt best te toonenen sijn als daer een starck licht is. Over het schilderij dat hij na voltooiing van het project in 1639 aan Huygens als geschenk stuurde (de wilde, barokke Blindmaking van Simson) liet hij weten: hangt dit stuck op een starck licht en dat men daer wijt ken afstaen soo salt best vouchen. Dit laatste woord is in vroege transcripties van het handschrift ook wel gelezen als voncken. Eigenlijk is dat mooier omdat het nog pregnanter duidelijk maakt hoezeer het Rembrandt bezighield hoe zijn werken kwamen te hangen - om het modern te zeggen: hoe ze geïnstalleerd zouden worden. Het ging hem dus zeker om de effecten van zijn kunst - iets waaraan misschien niet zo gemakkelijk wordt gedacht bij een kunstenaar die lange tijd is gezien als de meester die, zoals dat dan heet, vooral de wonderbaarlijke diepgang der dingen wist te beroeren en in het menselijk gezicht de ware ziel wist te treffen (niet het uiterlijk maar de innerlijke roerselen). Misschien is dit een sterk gekleurde en romantische voorstelling van Rembrandts kunst en karakter, maar dat neemt niet weg dat zijn werk, ook vanwege allerlei bijzondere effecten, absoluut anders is dan dat van alle andere schilders uit zijn tijd. De manier bijvoorbeeld waarop hij, in Het joodse bruidje, een ingehouden zacht clair-obscur zodanig effectvol inzet om te suggereren dat het echtpaar opdoemt uit een schemerige donkerbruine ruimte, is nogal uniek. Opdoemen wil zeggen: in het licht treden. Of zouden ze juist uit het licht treden? Ik geloof dat niet. Het licht komt frontaal van voren - en die belichting maakt dat het paar erdoor wordt vastgehouden zoals toneelspelers in het volle strakke licht van een statische schijnwerper. Het paar staat daar nu geheimzinnig roerloos te poseren.
Maar het ware wonder van Het joodse bruidje is dat het licht zo vol gloed zit. Die heeft Rembrandt erin geschilderd. Kijk naar de volle, goudgele mouw van de man. Met zwaar impasto is de kleur daar aangebracht zodat de mouw intens glanst. Verder is die geverfde glans opgewerkt door er kleine kloddertjes verf overheen te sprenkelen waardoor er, in die glans, nog meer schittering ontstaat. Ook in de bolle geplooide mouw van de vrouw zien we zulke effecten, en natuurlijk ook in haar juwelen. Behalve die gouden straling van de mouwen is er ook nog het prachtige rood van de rokken van de vrouw - zo pasteus met krachtige streken van penseel en paletmes opgebracht en afgezet tegen een donkere achtergrond dat die compacte massa rood begint te werken als een zware sokkel die het paar stil op zijn plaats houdt.
Ik heb het even niet over die andere dingen die dit dubbelportret zo ontroerend maken: de hand van de man op de schouder van de vrouw, de hand van de vrouw die zo teder en bedeesd die van de man streelt en natuurlijk de liefdevolle manier waarop de hoofden naar elkaar toe neigen, met daartussen de donkere schaduw. Dat is mooi maar ook repertoire. De diepe gloed in dit meesterwerk komt van de onnavolgbare optische menging van de twee dominante kleuren: goudgeel en rood. Die stralen door elkaar heen zoals de klanken van een orgel door elkaar vloeien. Het licht hierin is niet alleen beschrijvend licht, het is gekleurd geworden. Rembrandt heeft het schilderij een eigen licht gegeven, anders dan gewoon licht - en daarom heeft Het joodse bruidje die onbeschrijflijke aura. Daardoor lijkt het beeld wat te zweven.
De schilderijen van Clyfford Still, een tijdgenoot van Jackson Pollock, laten meestal donker gekleurde velden zien waar dan enkele smalle, lichtere, gekartelde kleurflitsen verticaal doorheen schieten die het hele vlak doen oplichten - als witte bliksems in de nacht. Naar verluidt had Still een pesthekel aan elektrisch licht. Dat had hij ook niet nodig want, zei hij, mijn schilderijen maken hun eigen licht - van binnen uit, met verf en kleur. Het kan dus best waar zijn.

PS Het joodse bruidje is elke dag te zien in het Rijksmuseum