Lichtdrager

Zijn Club van Schiermonnikoog moet een mentaliteitsrevolutie op gang brengen en zijn blad Ode wil het geluid van de culturele en politieke onderstroom in de journalistiek laten horen. Een gesprek met Jurriaan Kamp, Neerlands opper-positivo.

HOTEL NEW YORK, rustiek gelegen aan de Maas in Rotterdam, deed vroeger dienst als vertrekhal voor de Holland-Amerikalijn. Hiervandaan vertrokken tienduizenden Nederlanders naar de Nieuwe Wereld, vervuld van hoop en angst. Hier droomt Jurriaan Kamp nu dagelijks van een nieuwe wereld: niet aan de andere kant van de oceaan, maar hier en nu te verwezenlijken, als het cynische en verzuurde Nederland tenminste naar hem wil luisteren. Het hotel biedt onderdak aan de redactie van Ode, het nieuwe initiatief van de gewezen chef economie van NRC Handelsblad. Kamp deed eerder van zich horen als initiator van een van de opmerkelijkste semi-politieke bewegingen in het hedendaagse Nederland, de Club van Schiermonnikoog, zoals de denktank van verlichte computerondernemers, New-Age-types en journalisten zich noemde. Niet dat deze club getalsmatig veel voorstelde, integendeel. Maar op een of andere manier sloot de cocktail die de club serveerde - met als voornaamste ingredienten een felle antiverzorgingsstaatretoriek (‘kil en onpersoonlijk’) en een rotsvast geloof in de nog sluimerende vermogens van de Nieuwe Mens - naadloos aan op de geest van de nineties. Criticasters als Felix Rottenberg zagen er niet meer in dan een neoconservatieve bende uit het ondernemerswezen, maar Kamp en de zijnen bleven erop hameren dat hun boodschap (tegen het cynisme, tegen regelzucht, tegen het materialisme, voor de invloed van de oprechte amateur in het politieke denken) in feite het meest progressieve gedachtengoed van tegenwoordig is.
Een jaar lang was Kamp, die zijn journalistieke loopbaan begon als correspondent in India, in loondienst van de Club van Schiermonnikoog. Die periode is nu afgesloten. De aanvankelijke daadkracht van de Club is wat ingedommeld, al zijn de circa vijftienhonderd leden van het 'netwerk’ druk in de weer met allerhande gedachtenuitwisselingen (binnenkort ook via Internet). Kamp heeft zich nu aan een nieuw levenswerk gezet: onlangs rolde in een oplage van vijfenveertigduizend exemplaren zijn geesteskind Ode van de persen. Het tweemaandelijkse tijdschrift, gepresenteerd als 'een kroniek van de onderstroom’, is bedoeld om de vernieuwingsdrift die de Schier-groep ontwaarde een journalistieke vorm te geven. Zoals Kamp schrijft in zijn hoofdredactionele voorwoord bij het eerste nummer: 'Soms lijkt er nog maar weinig plaats voor optimisme. Er zijn vandaag veel lijnen richting doem en ellende te trekken. Ode wil een andere werkelijkheid in zicht brengen. Vaak buiten het bereik van de gevestigde media komen steeds meer publikaties op die een andere realiteit schilderen.’
Uit dergelijke bladen, zoals het New Age-journal, Onkruid, The Ecologist, de New Internationalist en de Grauer Panther, wordt in het eerste nummer van Ode rijkelijk geplukt. Het resultaat is een blad zich doet kennen als een bestrijder van de uitwassen van de consumptiemaatschappij, veel doet aan opvoedende journalistiek in de gezinssfeer, en daarnaast veel cultuurkritiek bedrijft als het gaat om zaken als het arbeidsethos ('Schrap de loonslavernij!’) en de moderne medische wetenschap.
Moeten we u nu zien als een New Age-profeet?
'Nee, zo zie ik mezelf in ieder geval niet. Wel moet gezegd dat ik alles wat uit de New Age-hoek komt welwillend gadesla en niet gelijk wil verwerpen. New Age heeft alles te maken met religieuze beleving, en omdat ik deze tijd zie als een periode waarin het evenwicht tussen materie en geest verloren is geraakt, zie ik de New Age als een sector die mogelijk uitkomst biedt. Peter Russell, auteur van The White Hall in Time, heeft de New Age weleens vergeleken met het begin van de industriele revolutie. In die periode is er enorm veel gedaan in allerlei kleine laboratoriumpjes. Daar zijn allemaal dingen uitgevonden, waaronder veel rotzooi, maar een paar van die uitvindingen van toen hebben het leven van nu radicaal veranderd. Ik zie de New Age nu als een zelfde soort reeks laboratoria, waar natuurlijk heel veel rare en zelfs belachelijke dingen worden uitgebroed, maar een aantal van die vindingen zal van groot belang zijn voor de wereld van morgen.
Toch zijn er veel dingen bij waarvan ik zeg: nee, dat is niets voor mij. Tarotkaarten bijvoorbeeld. Maar met mediteren heb ik zonder meer gunstige ervaringen. Dat geeft je toch een rustpunt in een steeds hectischer wereld, zoals andere mensen in een roeiboot stappen of klassieke muziek opzetten.’
Komt u wel eens in Oibibio, de grote New Age-supermarkt in Amsterdam?
'Oibibio volg ik van een afstand. Een cursus heb ik er nooit gevolgd. Maar gezien het enorme succes was dat toch heel goed van Ronald Jan. De enorme weerklank geeft maar weer eens aan dat er in dit land behoeftes leven die noch door de gevestigde politiek noch door de reguliere journalistiek worden opgepikt.’
Bent u indertijd bij NRC Handelsblad vertrokken uit onvrede met de journalistiek?
'Dat had er zijdelings misschien wel wat mee te maken. Kijk, mijn belangstelling ligt nu eenmaal voorbij de zaken van vandaag. Ik geloof in Utopia, in mensen die nog durven te dromen, en de redactie van een dagblad is natuurlijk niet de meest aangewezen plek voor zo'n mentaliteit. Ik kan me nog goed herinneren hoe ik als chef van de economieredactie probeerde een groot congres over Art Meets Science in a Period of Economic Change of iets dergelijks - zo'n typisch New Age-congres met allerlei zakenlieden en de Dalai Lama - in de krant behandeld te krijgen. Ik kreeg toen van mijn collega’s te horen dat dat toch allemaal onzin was. Het werd uiteindelijk dan ook een heel afbrekend, cynisch stukje. Maar ik vind dat er toch wat aan de hand is als de top van de Nederlandse ondernemingen en masse naar zo'n congres uitrukt. Dat zegt iets over de veranderende mentaliteit in het zakenleven. Het krantenbedrijf is daar vandaag de dag misschien toch te cynisch over.
Dat wil niet zeggen dat ik het bij de krant niet uitstekend naar mijn zin had. Het was moeilijk om te vertrekken, maar met de Club van Schiermonnikoog kreeg ik naar mijn idee toch de kans van mijn leven. Bij de krant heb ik dierbare vrienden gevonden, zoals Ben Knapen. Met hem heb ik vele gesprekken gehad over die wilde idealen en plannen van mij, waar hij vrolijk over kon lachen. Ben Knapen is een stuk bedaarder dan ik ben. Mij kan je een bepaalde mate van bevlogenheid toeschrijven. Aan Ben ook wel, maar ik ga wat verder.
Mijn uitgangspunt is dat er een evenwicht moet zijn tussen materie en geest, en in deze samenleving zitten we collectief veel te veel op de kant van de materie vastgepind. Ik denk dat veel problemen waarmee we te kampen hebben voortkomen uit onze gebondenheid aan het materiele. Ik heb vier jaar in India gezeten en natuurlijk valt er op het leven van de mensen daar ook wel wat af te dingen, maar het zal me benieuwen wie er hoger scoort op de geluksladder, zij of wij. Al hebben de mensen daar helemaal niets op het materiele vlak, ze bezitten toch iets wat wij hebben verloren: de onderlinge band, de solidariteit, de levensvreugde ook.’
WEDDEN DAT AL die Indiers zitten te dromen van de verzorgingsstaat die de Club van Schiermonnikoog als “te kil en onpersoonlijk” wil afschaffen?
'Dat zou kunnen natuurlijk. In India heeft men altijd erg veel fascinatie gehad voor het Zweedse model, maar men heeft inmiddels ook wel ontdekt dat dat geen oplossing voor alles biedt. Mijn grote bezwaar tegen de verzorgingsstaat zoals we die hier kennen, is dat het de creativiteit doodt. Uiteindelijk wil ieder mens iets creeren, iets maken. Op zich was die verzorgingsstaat een prachtig bouwwerk, maar het lost niet alle problemen op. Integendeel, het werkt toch verlammend. Veel dingen in deze samenleving zijn uitgevonden om alle ellende uit te bannen. Nu zijn we er achtergekomen dat dat zo niet werkt. Er zal altijd ellende blijven, en het is bedrog om te suggereren dat je dat kunt uitbannen met allerlei sociale systemen. De sociale zekerheid is opgebouwd vanuit de gedachte: zelfs als je geen werk hebt, gaat het leven door. Maar dat blijkt dus niet zo te zijn. Wat blijkt is dat die sociale zekerheid zodanig demotiverend werkt dat de mensen helemaal niet meer aan werken toekomen en ze hun persoonlijke problemen door de anonieme staat opgelost willen zien. We moeten accepteren dat er zowel geluk als ongeluk bestaat in het leven. Dat betekent dat je ieder probleem dat je tegenkomt, zelf zal moeten overwinnen. Het heeft geen zin om daar een overheid op aan te spreken.
Maar een heleboel mensen staan niet zo in de samenleving. Die blijven boos naar anderen wijzen. Uiteindelijk is dat de boodschap van de sociale zekerheid: wij knappen het voor je op. Loop maar eens door de oude wijken: een en al gekanker, op de staat, op de buitenlanders, noem maar op. Als ons eens iets naars overkomt zeggen we gelijk: verdomme, het is niet goed geregeld. Dat is een mentaliteit die uiteindelijk nergens toe leidt. Het gaat om eigen verantwoordelijkheid. Zelfs als je bij een ongeluk beide benen kwijtraakt, zul je daar uiteindelijk zelf overheen moeten komen. Het is de enige manier.’
Door het wegnemen van de sociale zekerheid maak je mensen toch niet creatiever, alleen maar armer?
'Nee, de sociale zekerheid zoals we die hier kennen houdt de mensen juist werkeloos. Kijk, ik sta ook niet te springen om de toestand zoals die vroeger was, toen arme mensen hun hand moesten ophouden in de kerk. Natuurlijk moet er altijd iets worden gedaan voor mensen in moeilijkheden. Maar zo'n anoniem systeem, dat werkt dus niet. Dat is akelig en vreselijk. Ook de visie op wat werk is, verandert. Er is meer dan genoeg werk in dit land. Er is alleen geen geld om het werk te betalen. Daarom moeten ook alle structuren op dat gebied overboord. Daarom hebben we als Club van Schiermonnikoog voorgesteld om alle vormen van arbeid te legaliseren. Op die manier zet je de dynamiek in gang. Je kan de crisis niet doorbreken door rustig te blijven zitten, je moet een actie maken, om in voetbaltermen te spreken. Ik wil de mensen stimuleren om hun eigen acties te maken. Het lijkt er soms op dat de mensen datgene wat ze nog aan creativiteit hebben, alleen nog maar willen aanwenden voor een pergola in de tuin.
Misschien is de verandering die ik bepleit alleen maar mogelijk in crisissituaties. Kijk naar wat Timmer heeft gedaan bij Philips. Die heeft het hele bedrijf uiteindelijk meegekregen omdat het overleven van Philips op het spel stond. Het gaat erom dat er op dat moment, onder extreme omstandigheden, een bereidheid ontstaat om radicale stappen te zetten. De BV Nederland is daar nog niet aan toe, al zijn er de afgelopen jaren natuurlijk wel radicale ingrepen gedaan.
Het grote verschil is natuurlijk dat Nederland anders dan Philips niet zo makkelijk failliet kan gaan. Zolang die pensioenfondsen leningen van de staat blijven kopen, gaat het nog wel even goed. Er gebeurt pas wat als we met elkaar zien dat we even voorbij het onmiddellijke probleem moeten kijken. Maar het zou mij verbazen als Nederland over honderd jaar nog geregeerd wordt door CDA, VVD, PvdA en D66.’
Uw pleidooi tegen de verzorgingsstaat is anders wel antivaderlands. Nederland is de bakermat van het verzekeringswezen, de dammenbouwers van Europa.
Lachend: 'Maar ik ben niet de rat die aan onze dijken zit te vreten! Natuurlijk heeft die wil om alles te regelen zo zijn positieve kanten. Het enige wat ik zeg, is dat er een grens is aan wat je kan regelen. De maakbaarheid van de samenleving is een illusie uit de negentiende eeuw, de tijd van het geloof in allerlei sociale mechanica. En die tijd is nu eenmaal voorbij. Vaak werkt die aanpak ook precies averechts. Neem nu zo'n wet op het verplicht aannemen van allochtonen in bedrijven. Iedereen weet dat dat zo niet lukt. Integendeel: je kweekt er alleen maar meer vreemdelingenhaat mee. Ik ga ervan uit dat de mens ook uit zichzelf voor anderen zorgt. Ik denk dat je, als je ophoudt met aan de knoppen te draaien, plaats maakt voor een natuurlijke ordening, een spontaan proces. Door wetten te maken, dood je die creativiteit. Neem de wet gelijke behandeling die een jaar geleden de Eerste en Tweede Kamer een week lang in zijn ban hield. Dat was ook weer zo'n overbodige wet. Niemand heeft mij kunnen uitleggen waarom die wet er moest komen, want volgens mij staat in artikel twee van de grondwet dat wij allemaal gelijk zijn.’
IS DIE SPONTANE ordening van u niet gewoon survival of the fittest?
'O, daarop valt veel af te dingen, op dat darwiniaanse model. Er zijn veel andere waarnemingen, waaruit blijkt dat er in de dierenwereld juist heel veel samenwerking is in plaats van competitie. De tijger pakt de zwakste antilope en niet de sterkste. Het is alsof die tijger weet dat hij er belang bij heeft dat de sterkste antilope weer een nieuwe antilope maakt die hij over een jaar kan opeten. Op allerlei manieren houden de systemen elkaar in stand. Dus is het onzin om de hele ontwikkeling in de natuuur te zien als een survival of the fittest.
Kijk, we streven niet naar een free for all kapitalisme. En als de huidige verzorgingsstaat iedereen zo gelukkig maakt, dan ben ik de laatste om mijn koevoet in dit bouwwerk te steken. Maar de anonimiteit van vandaag maakt de mensen kapot. De mens is in principe een sociaal wezen, dus ik zoek naar middelen die de anonimiteit doorbreken, die het systeem persoonlijker maken, waardoor je het gevoel kan hebben dat je erbij hoort. Alleen dan ontstaat er een wisselwerking, zonder dat er een situatie ontstaat waarin alleen de sterksten overblijven. Waar ik het niet mee eens ben, is dat afschaffing van die verzorgingsstaat automatisch zal leiden tot de misstanden van vroeger. Dat is gewoon te simpel geredeneerd. Waar ik een lans voor wil breken, is de naiviteit, de mentaliteit van: laten we het gewoon eens proberen. Je moet zelf proberen bij te dragen aan de verbetering van omstandigheden met een frisse en open en vaak naieve blik. Als je dat niet doet, sterf je in cynisme. Ik geloof in de vooruitgang. Ik hoop dat dat virus jou ook nog eens aansteekt.
Wat we ons moeten realiseren, is dat veel instituten die voorheen belangrijk waren, nu alleen maar in de weg zitten. Het idee dat de geschiedenis zich herhaalt, dat zie ik niet. Natuurlijk, er zal zich weer nieuwe ellende aandienen, maar dat is geen reden om verkrampt vast te houden aan de regulering van vroeger. We zouden meer een laat-maar-waaienmentaliteit moeten ontwikkelen, iets zorgelozer worden, dan dienen zich vanzelf wel nieuwe oplossingen aan voor die nieuwe problemen. We moeten af van dat vreselijke idee van de haalbaarheid - een doodeng woord, daar strijd ik tegen. Of iets al dan niet haalbaar is, wordt straks wel bepaald, laten we het eerst maar proberen. Op het moment dat het niet loopt, als de ploeg in een dal zit, moeten we experimenteren.
Zo moeten de drugs absoluut gelegaliseerd worden. Dan roept iedereen: maar dat is niet haalbaar, want de rest van Europa gaat toch niet mee en dan zitten we hier binnen de kortste keren met een geweldige klerezooi. Toch moeten we dat doen, vind ik. Gewoon proberen en maar zien waar het schip strandt. We moeten lef hebben. Misschien ben ik een dromer, maar ik denk dat de werkelijkheid voor een groot deel uit dromen voortkomt. Robert Kennedy en Martin Luther King waren ook dromers. Die droegen een licht in hun handen. In alle bescheidenheid: ik voel een zekere verplichting om een heel klein kaarsje van datzelfde licht te dragen.’