Profiel: Alain Delon

Lichtgeraakte man van rechts

De man die een paar jaar geleden nog beweerde dat hij nooit meer zou spelen, dat hij een oude wolf was die je met rust moet laten, is alweer op weg naar een nieuwe carrière. In het Achtuur Journaal vertelde Alain Delon onlangs te werken aan een nieuwe serie bij de commerciële omroep France 2.

Het had weinig gescheeld of Delon was slager geworden in plaats van Frankrijks bekendste filmacteur. Hij had lang geaarzeld voor hij in 1957 op aandringen van regisseur Marc Allégret een rolletje accepteerde in Quand la femme s’en mêle. Het geld kon hij gebruiken, maar hij was onzeker over zijn eventuele acteertalent. Tot zijn verbazing voelde Delon zich op de filmset meteen in z’n element, en zijn onwaarschijnlijk mooie kop bleef niet onopgemerkt. Bijna een halve eeuw later heeft Delon in meer dan tachtig films gespeeld, waaronder een aantal Franse en Italiaanse klassiekers. Als vertolker van onvergetelijke rollen in Plein soleil van René Clément, Rocco e I suoi fratelli en Il Gattopardo van Visconti, L’Eclisse van Antonioni, M. Klein van Losey, La piscine en Flic Story van Jacques Deray, Le samouraï, Le cercle rouge en Un flic van Melville, werd hij een haast mythische figuur van de Franse cinema.

Alain Delons jeugd speelt zich af in een van die grauwe kleinburgerlijke milieus die bekend zijn geworden door de boeken van Simenon en de Franse film noir van de jaren dertig. Hij wordt op 8 november 1935 in Sceaux geboren en hij groeit op in Bourg-la-Reine, een dorps plaatsje in de Parijse banlieue. Zijn ouders zijn niet getrouwd en zijn vader laat het gezin in de steek als Alain vier is. Dan trouwt zijn moeder Edith met de plaatselijke charcutier en zijn vader met een meisje uit het dorp, en moet het jongetje tussen de twee gezinnen pendelen. Als hij al te rebels wordt, brengt zijn moeder hem bij de nonnen, die Alain al na twee weken naar huis terugsturen omdat zij zich met hem geen raad weten. Vervolgens wordt hij van zes verschillende internaten getrapt wegens slecht gedrag. Benedictijnen, franciscanen noch jezuïeten slagen erin hem manieren bij te brengen.

Op vijftienjarige leeftijd loopt Alain van huis weg. Hij zwerft een tijdje maar wordt door de politie opgepakt en in de cel gegooid. Dan besluit Edith dat hij zijn stiefvader in de zaak zal opvolgen en krijgt hij een beroepsopleiding aan de Ecole du Jambon Français. Hij houdt van muziek en droomt van een carrière als concert pianist, maar wordt gedwongen zijn energie te steken in het roken van hammen en het maken van bloedworst en andouillettes.

Als hij zeventien is, neemt Alain dienst bij de marine, tot vreugde van zijn ouders die eindelijk van de lastpak af zijn. In 1954 vertrekt hij naar Indochina, waar de onafhankelijkheidsoorlog tegen de Franse overheersing in de finale fase is beland. Bij zijn aankomst in Saigon hebben de Franse troepen zich bij Diên Biên Phu overgegeven. Delon maakt kennis met het roemrijke soldatenleven via de bloedige straatgevechten in Saigon, het cachot waar hij na het stelen van een legerjeep belandt, en met de hoertjes die bij de haven rondhangen. Aan die tijd houdt hij een paar dunne littekens op zijn geroemde gezicht en een onvoorwaardelijke verbondenheid met het leger over. Delon heeft weleens gezegd dat hij in Indochina heeft geleerd wat discipline, eer, moed, respect voor de leider en liefde voor het vaderland betekenen. Dergelijke uitlatingen verklaren ongetwijfeld zijn latere bewondering voor Jean-Marie Le Pen.

In 1956 worden de troepen naar Frankrijk teruggestuurd terwijl de eerste Amerikaanse «adviseurs» in Saigon verschijnen. In Marseille aangekomen verdwijnt Delon opnieuw in de gevangenis: voor hij Indochina verliet had hij een pistool gekocht van een wapenhandelaar die hem vervolgens bij de politie aangaf. Als hij vrij komt vertrekt hij naar Parijs, waar hij baantjes heeft als ober en sjouwer bij de Hallen. Tijdens nachtelijke tochten door Pigalle maakt hij kennis met het criminele milieu van pooiers en dealers, tot hij de rosse buurten voor het hippe Saint-Germain-des-Prés verruilt. Daar ontmoet hij jonge acteurs als Jean-Claude Brialy en starlet Brigitte Auber, die hem in de wereld van de film introduceren. In 1957 vertrekt hij met Brialy naar het filmfestival van Cannes, waar hij onmiddellijk de aandacht trekt van talentenjagers, regisseurs en filmagenten. Na een screentest biedt de grote David O. Selznick hem een contract aan: Hollywood ziet in hem een nieuwe James Dean. Beide acteurs hebben overigens afgezien van hun rebelse image en ambigue seksuele uitstraling weinig met elkaar gemeen. Tegenover Deans hysterische opvatting van method acting staat Delons onderkoelde, naar binnen gekeerde spel. Waar Dean een twintig minuten durende scène nodig heeft om zijn pijn uit te schreeuwen, hoeft Delon slechts met zijn ogen te knipperen.

De internationale doorbraak komt met René Cléments Plein soleil (1960), naar de roman The Amazing Mr. Ripley van Patricia Highsmith. Delon is Ripley met zijn onweerstaanbare charme en dubieuze persoonlijkheid, zijn vermogen om beurtelings aardige jongen en sociopaat te zijn. Rond hem hangt een onduidelijke dreiging, die nog eens wordt versterkt door de onheilspellende muziek van Nino Rota. Terwijl de camera om hem heen cirkelt tegen de sprookjesachtige achtergrond van de Amalfi-kust, staart Delon met blauwe laserogen naar de zee die hij het lijk van zijn vriend heeft toevertrouwd. De felle zon symboliseert onuitspreekbare hartstochten en het hardblauwe oppervlakte van het water fungeert als een spiegel waarin zinderende emoties worden weerkaatst. Delons lenige lichaam beweegt traag, zijn gevoelens lijken niet tot de buitenkant door te dringen. Ripley begeert de vrouw en het fortuin van de rijke playboy, maar de gespannen relatie tussen de twee mannen staat centraal. Wat Ripley in de eerste plaats verlangt is de ander te zijn en zijn eigen identiteit kwijt te raken. Dankzij de combinatie van fysieke schoonheid en volstrekt immoreel gedrag verpersoonlijkt Delon de eeuwige aantrekkingskracht van het kwaad.

Deze film deed voor Delon wat Roger Vadims Et Dieu créa la femme voor Brigitte Bardot had gedaan. Zelden was mannelijke schoonheid in een film zo schaamteloos verheerlijkt, en boze tongen beweerden snel dat de homoseksuele regisseur en de homme fatal uit zijn film een verhouding hadden. Van Plein soleil bracht Joe Minghella in 1999 een remake uit, The Talented Mr. Ripley, met Matt Damon en Jude Law in de hoofdrollen. Het verschil tussen Cléments indringend broeierige kunstwerk en dit onbenullige Hollywood-product is in de eerste plaats te danken aan Delons uitstraling en dubbelzinnige persoonlijkheid. Matt Damon kan onmogelijk de sfinxachtige perfectie evenaren van de man die in Amerika the ice-cold angel wordt genoemd. In 1996 werd Plein soleil dankzij Martin Scorcese gerestaureerd en door hem in de Verenigde Staten gere-released onder de titel Purple Moon. Wie de moeite neemt Plein soleil met Minghella’s remake te vergelijken, merkt snel dat Delon nog altijd groot is; het zijn de films die klein zijn geworden.

In die tijd heeft Delon een tumultueuze relatie met Romy Schneider, die hij helpt om zich van haar snoeperige Sissy-image te bevrijden. Dat weerhoudt hem er niet van een kortstondige verhouding met de immer gedrogeerde Duitse zangeres Nico te hebben; er wordt een jongetje geboren die Delons schoonheid en Nico’s drugsfixatie heeft geërfd, en die hij nooit heeft willen ontmoeten. Van onwettige kinderen moet de ster niets hebben.

Delons Italiaanse periode vangt aan, met in 1961 Rocco e I suoi fratelli van Visconti, gevolgd door L’Eclisse van Antonioni en Visconti’s Il Gattopardo met Burt Lancaster en Claudia Cardinale in 1962. Met Le samouraï, een van zijn mooiste films, wordt een nieuwe Delon geboren: de eenzame, kille emotieloze huurmoordenaar, een rol die hij met evenveel succes zal blijven vertolken als die van de eenzame, kille emotieloze flic. Na Le samouraï blijft Delon personages met een gekweld innerlijk leven vertolken, in films waar dialogen aan blikken ondergeschikt zijn gemaakt.

In 1968, terwijl Frankrijk ontregeld raakt door rellen die het einde van het De Gaulle-tijdperk inluiden, speelt hij met zijn oude liefde Romy Schneider een van zijn beste rollen in La piscine van Jacques Deray. Daarin vermoordt hij zijn vriend Maurice Ronet, die al zijn slachtoffer was geweest in Plein soleil. Weer gaat het om de troebele vermenging van gevoelens van vriendschap, jaloezie en liefde voor een vrouw, en om de homo-erotische geladenheid tussen de twee hoofdrolspelers. Delon speelt de loser Jean-Paul, een personage dat lijkt te zijn weggelopen uit een roman van Albert Camus. De moord is een acte gratuit waar hij niets mee bereikt en die net zo goed niet had kunnen plaatsvinden. Wanneer Jean-Paul zijn dronken vriend in het zwembad keer op keer onderduwt, is zijn blik even gevoelloos en onbewogen als die van een kat die een muis langzaam dood drukt.

In hetzelfde jaar raakt Delon betrokken in een schandaal dat bekend is geworden als l’affaire Markovic. De werkelijkheid heeft de fictie ingehaald: de samoeraï belandt in een sordide geschiedenis waarin seks, drugs en Corsicaanse criminelen een hoofdrol spelen.

Het scenario begint wanneer het in vuilniszakken verpakte lijk van Delons Joegoslavische bodyguard en stand-in Stephan Markovic langs de weg wordt gevonden. Er wordt gefluisterd dat Delon een van zijn Corsicaanse vriendjes heeft ingeschakeld om zich van Markovic te ontdoen: deze zou hem gechanteerd hebben en de minnaar van zijn vrouw Nathalie zijn geweest. Delons contacten met de penose van Parijs en Marseille worden weer opgerakeld. De zaak krijgt nationale repercussies wanneer hooggeplaatste dames en heren, waaronder de latere president Georges Pompidou en zijn vrouw, ervan worden verdacht aan wilde orgiën te hebben deelgenomen die door Markovic in het huis van Delon werden georganiseerd. Zeven jaar lang woedt een lastercampagne tegen de acteur, maar het ultieme doel is het neerhalen van een aantal politieke figuren. De affaire verwordt tot een burleske parodie op een slechte gangsterfilm. De moordenaar van Markovic is nooit gevonden.

De zaak Markovic heeft ertoe bijgedragen dat Delon steeds meer met zijn gangsterpersonages werd geassimileerd: de eenzame, introverte held die aan de marge van een vijandige samenleving opereert. Daarmee werd hij Frankrijks favoriete acteur, de man waar alle vrouwen op vallen en die alle mannen zouden willen zijn. Keer op keer probeert hij dit stereotiepe beeld te ontvluchten; zo heeft hij in 1983 de homoseksuele baron Charlus uit Prousts onverfilmbare Un amour de Swann met zichtbaar genoegen neergezet.

In de jaren zeventig draait Delon zijn mooiste flic-films met Deray en vooral Melville. Maar zijn inbreng wordt steeds groter, hij wil niet alleen de hoofdrol spelen maar treedt ook naar voren als producer, scenarioschrijver en regisseur. Melvilles subtiele techniek maakt plaats voor films waarin de psychologische dimensie door harde actie wordt verdrongen.

Alain Delon wordt in die tijd een succesvolle entrepreneur. Vanaf 1969 produceert hij regelmatig zijn eigen films, bouwt een indrukwekkende kunstverzameling op en maakt naam als fokker van raspaarden. Hij lanceert naar hem genoemde producten voor echte mannen: after shave, cognac, sigaretten en ondergoed. De man die ooit bij vrienden om een slaapplaats moest bedelen, bezit nu kasteeltjes in Frankrijk en in de buurt van Genève, waar het hoofdkantoor van zijn firma staat. Hij scheidde onlangs van zijn Nederlandse vrouw Rosalie van Breemen, ooit Miss Harderwijk en nu langzaam op weg naar BN-status.

Het symbool van de Franse cinéma werd geleidelijk aan het gezicht van het Franse rechtse nationalisme. Delons identiteit is geconstrueerd uit zijn kleinburgerlijke achtergrond, zijn ervaringen in het leger en in de onderwereld, zijn rollen als marginale rebel die het tegen het establishment opneemt als gangster of als flic, het ressentiment dat gevoed werd door de dieptepunten in zijn filmcarrière, de tegenstand die hij ondervond tijdens de affaire Markovic, zijn opkomst als self made man en de daaruit voortvloeiende haat voor het linkse gedachtegoed. Hij staat bekend als een arrogante, lichtgeraakte, een tikkeltje paranoïde man die zijn villa’s omringt met prikkeldraad en blaffende honden en graag over zichzelf in de derde persoon spreekt. Zijn vriendschap met Jean-Marie Le Pen en de korte flirt met diens Front National hebben hem getypeerd als rechts-conservatieve supernationalist. In een interview met de Franse talkshowmegaster Christine Ockrent liet hij weten dat hij altijd «een man van rechts» was geweest, en dat extreem rechts voor hem net zo goed rechts is. Volgens Delon zegt Le Pen hardop wat iedereen denkt, en steekt hij prettig af tegen de kleurloze eentonigheid van de andere politici. Le Pen van zijn kant heeft altijd gehoopt dat de acteur zich verkiesbaar zou stellen voor het Front National. In Nederland zou Delon uitstekend in het profiel van de LPF passen.

Delons politieke opvattingen leverden hem vorig jaar weer forse kritiek op. Hij speelde in een miniserie die door de publieke omroep TF1 was geproduceerd de rol van Fabio Montale, de ster uit de politieromans van de schrijver Jean-Claude Izzo. Voor veel Fransen is Montale, een depressieve en eenzame ex-politieagent uit Marseille die van lekker eten houdt en met extreem links sympathiseert, een cultfiguur. De fans roerden zich stevig toen de rechtse Delon voor de rol was aangezocht. Delon merkte met zijn gebruikelijke arrogantie op dat Izzo, die kort daarvoor was gestorven, zo blij was geweest dat Delon de rol zou spelen dat hij zijn dood gemakkelijker had kunnen aanvaarden.

Delons nieuwste rol is, hoe kan het anders, die van een flic. Toen hij onlangs zijn plannen ontvouwde voor de nieuwe serie bij France 2 riep hij uit: «Een prachtige naam, en zeer geschikt voor mij, want Alain Delon, c’est la France!»