Lichtheid

De schilderijen van Damien Hirst zijn vertellingen als stillevens. Ze gaan, zoals altijd bij Hirst, over schoonheid en dood. En over papegaaien.

Eerst heeft Damien Hirst, zo te zien, in Two Parrots with Grotesque Baby een afgemeten ruimte geconstrueerd zoals hij dat altijd ook doet in bijvoorbeeld de grote vitrines. Dat zijn een soort glazen huisjes waarin geselecteerde voorwerpen zo worden gearrangeerd dat ze daar een figuurlijke vertelling kunnen vertonen. Altijd eigenlijk wordt bij het ontwerpen van een mise-en-scène eerst de ruimtelijke begrenzing, die van de speelruimte, ervan bepaald. In dit schilderij geeft een schuin, perspectivisch tafelblad om te beginnen een ondiepe ruimte aan. Het schuift van links, ter hoogte van het midden, het beeldvlak in. Half daaronder, rechts in de hoek, zien we een donkere, vlakke rechthoek – bijna alsof het de schaduw, op de vloer, is van het tafelblad. Dat is natuurlijk niet zo, want dan zouden die vlakken parallel met elkaar moeten rijmen. Nu wijken ze in positie van elkaar af waardoor hun ruimtelijke werking zo dubbelzinnig is als in de kubistische stillevens van Picasso, toen die ontdekte dat een compositie vreemder en verrassender werd als je het perspectief uit zijn voegen liet raken.

In zijn schilderij heeft Damien Hirst de ruimte opmerkelijk overzichtelijk gehouden. Vanwege de strakke matrix van witte punten krijg je de indruk dat die ruimte, of het vlak waarin die zich ophoudt, is geschematiseerd. Dit effect wordt versterkt door het netwerk van dunne, rechte lijnen die, door heel de schilderijen heen (zoals ook in het verwante Two Parrots) de losse figuren met elkaar in verbinding brengen, alsof ze in een ijl web zijn verstrikt. Maar niet is precies vast te stellen in welk stadium die punten en lijnen aan het schilderij zijn toegevoegd. Mij lijkt dat de punten, omdat hun schema zo basaal is, al vroeg in de constructie terechtkwamen. De lijnen zijn dunner en losser met een dun penseel getekend. Ik denk dat ze tegen het eind kwamen of zelfs tot slot. Punten en lijnen geven, lijkt mij, nog eens aan met hoeveel kunstmatige inventiviteit deze wonderlijke schilderijen in elkaar zijn gezet.

Het zijn vertellingen als stillevens. De figuratieve elementen die erin optreden passen, dat voor de goede orde, allemaal in het typische repertoire van Damien Hirst: ze gaan over schoonheid en dood. De papegaaien zijn opgezet op een dode tak op een voetstuk, en soms onder een glazen stolp. Ook de vlinders die hier en daar voorkomen, zijn geprepareerd. We zien een misgeboorte van een baby op sterk water en ook de opengesperde kaak van een haai.

Ook de klassieke parafernalia van de kunst treden op: grillige schelpen natuurlijk maar verder dingen uit de keuken of uit het atelier, zoals, prominent, een schaar. Verder zien we, los rondgestrooid, de roze bloesem van de kersenboom uit zijn tuin. Omdat die bloemen maar een paar weken bloeien zijn deze schilderijen, heb ik van de schilder begrepen, in een korte periode begonnen, vroeg in de zomer een paar jaar geleden. Hij was intensief bezig geweest met de beroemde schedel met diamanten, en na dat minutieuze en afstandelijke proces had hij behoefte iets van dichtbij met zijn handen te maken. Schilderen heeft hij altijd gedaan.

De plaatsing van de figuren in de ondiepe ruimte van deze schilderijen is impulsief en zelfs nonchalant. De vrijheid van het schilderen en de fysieke lichtheid ervan zijn zo aantrekkelijk voor de kunstenaar omdat de elementen makkelijk en snel beweegbaar zijn. Eigenlijk is het veertigtal schilderijen, waar de hier genoemde toe behoren, één serie van impulsieve variaties van de mise-en-scène van kleurige papegaaien en frêle bloesem, te midden van andere spullen. Hij probeert beweegbaarheid. Bij grote werken als de vitrines is dat, door het gewicht van materialen, veel ingewikkelder. De onbelemmerdheid van het schilderen is als de beeldende vrijheid die de kunstenaar als verlangen in zijn hoofd voelt. Schilderen, heeft Hirst gezegd, is de moeder en vader van de kunst. Bij haar eindeloze flexibiliteit kom je steeds weer uit – wat voor soort dingen je verder ook maakt. Voor niet-kunstenaars is die essentie van schilderen moeilijk te begrijpen omdat zij zich het maken van kunst meestal als proces met een plan voorstellen en dat willen begrijpen. Het plan, bijna, is wat kunst echt serieus maakt en niet het wat-aan-rotzooien zoals Karel Appel het noemde. Of ook: volgens Gombrich was Giorgio Vasari om soortgelijke redenen over kunst gaan schrijven. Omdat hij pas als tiener is gaan schilderen is hij het, anders dan iemand die als kind al was begonnen, moeten gaan leren. Daarbij moest hij zich afvragen hoe en waarom hij, bijvoorbeeld, bloemen zou schilderen. Gewoon doen kwam niet bij hem op. Als je zo gaat denken, ga eens schrijven over kunst – eerst om het aan jezelf uit te leggen, dan ook aan anderen.


PS De tentoonstelling Two Weeks, One Summer met de schilderijen van Damien Hirst is tot 8 juli bij White Cube, Bermondsey, Londen. Er is een catalogus met die titel verschenen: ISBN 978-1-906072-59-9 of kijk ook bij ­whitecube.com