Greta Thunberg heeft het overleg in Glasgow teleurgesteld verlaten, de Kerstman zal in dezelfde stad volgende maand met halflege zakken aankomen. Opmerkelijke feiten uit een week klimaatnieuws. Hoe groot is het probleem dat Greta Thunberg ziet, en is de Kerstman deel van de oplossing?

In haar toespraak tot klimaatactivisten verklaarde Thunberg COP26 tot een mislukking. Onze leiders willen er niet aan dat we de maatschappij moeten veranderen. Om dat onderwerp te vermijden, praten ze over groene groei binnen het huidige systeem. Dat is nooit voldoende, aldus Thunberg.

Dat laatste klopt. Iedereen kent intussen de grafieken waarin emissies (vooral door energieverbruik) tot nu toe gestaag stijgen en vanaf nu een steile daling inzetten. Dat is het scenario waarin opwarming beperkt wordt tot twee graden. We kunnen die steile daling niet realiseren door op schone energie over te stappen. We moeten ook en vooral ons energieverbruik verminderen. Dat gaat pijn doen, want vermindering van uitstoot is onlosmakelijk verbonden met minder productie en consumptie – kortom, vermindering van bbp-groei of zelfs een beweging richting nulgroei.

Vorige week was ik op een conferentie waar de vraag centraal stond: kan dat wel, groei-afname organiseren binnen het kapitalisme? Het pad naar vergroening is bezaaid met inconsistenties. Voor het overschakelen op groene energie moeten we zoveel windmolens bouwen en zonnepanelen produceren, dat we enorm veel uitstoot genereren. Om draagvlak te houden moeten de midden- en lagere inkomens ondersteund worden, maar dat leidt tot meer consumptie en uitstoot.

Stagnatie is precies wat we nodig hebben

Een derde probleem is de groeidwang die ingebakken lijkt in het kapitalisme. Bedrijven moeten er winst maken door marktaandeel te vergroten. Omdat alle bedrijven dat nastreven, groeit de totale productie voortdurend. Als we allemaal onze taartpunt groter maken (en als dat niet volledig ten koste van anderen gaat), dan neemt de taart in omvang toe. Het is meteen ook een antwoord op de vraag waarom we steeds maar meer blijven consumeren, terwijl we er toch aantoonbaar niet gelukkiger van worden. Onze consumptie volgt de winstdwang, niet onze behoeften.

Tot zover de theorie. De conclusie is dan: Thunberg heeft gelijk. Leiders die slechts inzetten op CO2-beprijzing en het inzamelen van miljarden op de financiële markten, ontwijken de echte oplossing: verlaat het winstgedreven systeem. De oplossing ligt dan in coöperatieve en publieke vormen van eigendom en in fysieke regulering van private bedrijven – inderdaad een radicale breuk. Uniek is het niet, getuige de overgang naar een oorlogseconomie die het mondiale kapitalisme tussen 1933 en 1942 doormaakte. Het primaat van financiële winst werd opzij geschoven vanuit de existentiële noodzaak te overleven. We kunnen het dus wel. Maar we doen het alleen als het echt niet anders kan.

In de praktijk zijn er lichtpuntjes. Onder onze neus zijn er grote kapitalistische economieën met langdurige nulgroei die toch niet imploderen. Italië zit nog steeds op het bbp-niveau van 2005. De CO2- uitstoot daalde er sindsdien van vijf- naar driehonderd miljoen ton. Ook Japan groeide sinds 1995 niet. De CO2-emissie nam er sinds 1990 niet toe.

Onder economen worden Italië en Japan als de probleemkinderen in het klasje van de rijke landen gezien. Maar stagnatie is precies wat we nodig hebben. Zouden deze landen, in een verrassende omkering van het discours, van kneusjes tot voorbeelden gebombardeerd worden? De nulgroei is er het gevolg van financiële malaise, gebrek aan vernieuwing, en vergrijzing. Hier ligt alweer een omkering, ditmaal van het cliché dat jongeren de transitie voortstuwen. Zijn het nu juist de ouderen die, geheel onbedoeld, door hun getalsmatige overwicht in Japan en Italië de verduurzaming laten gebeuren die in jongere economieën maar niet van de grond komt? Old lives matter.

Het andere lichtpuntje is de Kerstman. Britse kinderen zullen dit jaar hun wensenlijstjes moeten inkorten, berichtte Trouw, want Santa kan gewoon niet leveren door de hoge energieprijzen, haperende productieketens en fabrieken die op halve bezetting werken. De Kerstman brengt in praktijk wat we in Glasgow proberen te bereiken: consuminderen, niet omdat het leuk is maar omdat het moet. Het kan dus in het klein en in enkele landen. De vraag in Glasgow is: kunnen we dit voldoende opschalen?