Liedje

De zangeres was, zoals de Franse dichter in het gezelschap zuchtend opmerkte, een mysterieuze verschijning. We zaten met z’n vieren in de bar van een groot hotel nabij Potzdammerplatz en keken naar de ranke gestalte in de hoek, die achter de microfoon stond te heupwiegen. Ze hield haar ogen gesloten, alsof ze eigenlijk niet wilde zien waar ze, om half twee ’s nachts, beland was. Enkele vermoeid uitziende zakenmannen, de jasjes open, de ellebogen op de bar, staarden naar haar en aten nootjes uit een bakje. Wij zaten aan de andere kant van de ruimte, op zo’n rode, hoefijzervormige bank die je in maffiafilms vaak ziet. De Finse dichter, de Ierse dichter en ikzelf dronken rode wijn. De Franse dichter nipte van een haast kastanjekleurige whisky. Hij zuchtte nog maar eens. Misschien kwam het door de schaarse verlichting, maar de zangeres had iets verbazingwekkend leeftijdsloos. Het postuur van een veertienjarige, in combinatie met de stem van een vrouw die het juk van de jeugd al lang heeft afgeschud. Ze zong zuiver en toch een tikje melancholisch, alsof ze nog wel verlangde naar iets maar al begrepen had dat het nooit meer komen zou. Haar repertoire, ongetwijfeld voorgeschreven door de directie van het hotel, bestond uit een potpourri van evergreens, rockballads en moderne hits. Niemand van ons wist veel te zeggen. We hadden al over het internationale festival nagepraat. Over het merkwaardige ‘Alle Menschen werden Brüder-g_evoel’, dat ons gedurende de voordrachten kortstondig overvallen had en dat we stuk voor stuk een beetje beschamend hadden gevonden. Over Europa als emotie. ‘Het idee dat er in ieder land minstens één dichter wakker ligt’, had de Ier met een rood hoofd gezegd. ‘Dat vind ik dus eigenlijk heel troostrijk.’ Nu dronken we zwijgend en luisterden naar de zangeres die, in weerwil van alles, _Total Eclipse of the Heart ten gehore bracht. Eigenlijk, dacht ik, is dit wat we allemaal doen, wanneer we die luxe tenminste hebben. Onze stem laten horen voor een handjevol publiek. De zangeres zuchtte het lied ten einde. De muziek stierf weg. Wij waren de enigen die applaudisseerden.