Profiel: De moderne man

Lief, ruig alfadier met frustraties

Het heeft er alle schijn van dat de man eindelijk een passend antwoord heeft gevonden op de ontwikkelingen die sinds de tweede feministische golf zijn ingezet. Terwijl meisjes op school en op de universiteit beter gingen scoren dan jongens, de vrouw binnenshuis de stofdoek in de hoek wierp, de werkvloer veroverde en de kinderen in de crèche achterliet, werden de mannen in de media afgeschilderd als het zwakke geslacht dat niet meer nodig is voor zijn zaad en voor zijn spieren. Zo bleef de man in opperste verwarring achter. Hij mocht geen onderdrukkende macho meer zijn.

Maar toen hij in praatgroepen zijn emoties ging blootgeven, in cursussen leerde erectieloos te vrijen zodat zíj langer van een voorspel kon genieten, het huis aan kant had als zij ’s avonds laat naast hem op de bank plofte, deed hij het eigenlijk weer niet goed. Het was niet zo sexy, zo’n goedwillende man die op een mislukte uitvoering van een huisvrouw ging lijken.

Geen haantje, geen softe mus — maar wat moet hij dan doen om zich te kunnen handhaven binnen de nieuwe sociale orde? Hoe blijft hij in alle opzichten aantrekkelijk als (potentiële) partner van die onafhankelijk en assertief opererende dames? En hoe kan hij zich wapenen tegen de stortvloed van male-bashing (een Amerikaans begrip, wat neerkomt op neerbuigend afkraken) waaraan hij zich dagelijks onderwerpt? Over deze fundamentele vragen wordt al ruim tien jaar driftig gediscussieerd en verschijnt het ene na het andere onderzoek vol stellingen en statistieken.

De man lijkt geheel hersteld uit de seksestrijd te zijn gekomen, volgens het beeld dat komt bovendrijven uit de resultaten van een landelijk onderzoek uitgevoerd door bureau Trendbox in samenwerking met het tijdschrift Men’s Health. Het onderzoek is verricht onder bijna zevenhonderd willekeurig gekozen mannen en vrouwen tussen de achttien en vijftig jaar. Zij kregen een uitgebreide vragenlijst over uiteenlopende kwesties, zoals het zelfbeeld van de man, de wijze waarop hij omgaat met zijn uiterlijk en wat vrouwen van hem denken, wat hij vindt van werkende vrouwen, de opvoeding van kinderen, relaties en seks, en de groeiende invloed van feminiene waarden — zoals netwerken, communicatie, praten over problemen — in de samenleving.

Wat blijkt: mannen interesseren zich voor mode en geven zelfs per maand meer (gemiddeld 160 gulden per maand) aan kleren uit dan vrouwen (150 gulden). Ze zijn druk in de weer met gezichtscrèmes, haarsmeersels (niet alleen antiroosshampoo) en parfums van het duurdere merk — en vrouwen vinden dat niet raar. Mannen maken zich enorm druk over hun fysieke verschijning: 73 procent zegt onzeker te zijn over minimaal één aspect van zijn uiterlijk, waarbij de buikomvang het grootste zorgenkind is (70 procent), gevolgd door het gebit, het gewicht en het haar (kaal worden).

Laag scoort in dit opzicht de omvang van de penis, en dat hadden vrouwen weer niet gedacht. Zij waren ervan overtuigd dat de man dit aspect van zichzelf veel hoger op de ranglijst zou hebben gezet (vrouwen zeggen overigens altijd poeslief dat de grootte er echt niet toe doet, als hij «het» maar goed doet). Mannen geven hun ogen het hoogste rapportcijfer: een 7,8. Als geheel geven zij zichzelf een 7,2, waarbij het opmerkelijk is dat ze hun geslachtsdelen nog iets hoger waarderen, met een 7,4.

De cijfers zijn allemaal afgezet tegen de ontwikkeling in de tijd: tien jaar geleden lag de belangstelling voor bijvoorbeeld schoonheidsverzorging en kleding veel lager. Zo’n twintig jaar geleden gold voor de meeste mannen het met Old Spice besprenkelen van de wangen na het scheren als de maximale cosmetische bezigheid en kochten ze zelf wat onder het motto «als het maar lekker zit en lang meegaat». Thans ligt dat anders: tuttig zijn is niet voor watjes, maar voor echte mannen. Mannen zijn er zelfs van overtuigd dat net als bij vrouwen een goed verzorgd, knap uiterlijk bijdraagt tot succes in het werk (64 procent).

Inderdaad, meent de cultuursocioloog Carl Rohde, die ook meewerkte aan het onderzoek, is de nieuwe man direct het gevolg van het feminisme. Hij constateert dat «de man niet meer automatisch de bovenligger is in bed. Vrouwen gooien alles — hun hersenen, scherpe tong, verleidelijke lichaam en communicatieve eigenschappen — in de strijd om maatschappelijk te scoren. En hij fungeert onder invloed van de mannenstrippers de Chippendales en London Knights opeens als lustobject. Vrouwen kijken naar mannen met een taxerende blik of ze wel of niet een beschuitje met hem willen eten. De man is in trouble geraakt, maar verkeert niet in verwarring. Hij is bezig zichzelf te herdefiniëren.»

Rohde omschrijft de transformatie strategie aan de hand van een aantal bekende begrippen, zoals het Fight Club-gevoel (naar de titel van de film waarin groepen mannen in verzet komen tegen de consumptiemaatschappij vol opgejaagde neuroten en zachtgekookte eieren die in Ikea-gidsen bladeren op zoek naar een nieuw bankstel). Verder is er sprake van male bonding (niet communiceren op de vrouwenmanier, zoals op de bank gaan zitten huilen, maar samen met een stel vrienden stoere dingen doen) en de nieuwe ruigheid (halve baarden boven een keurig pak, hooligan-fashion, en wat nu helemaal in is: alles in het zwart).

Ziedaar de man die zijn eigen weg heeft gevonden: een alfadier die zijn frustraties wegwerkt in een boksschool, intimiteit heeft met zijn makkers op zijn eigen manier, zweet en pompt in fitnesscentra om zijn lichaam op peil te houden en zich in bed zonder moeite laat nemen door de vrouw. En niet te vergeten — want daar is het de onderzoekers waarschijnlijk allemaal om begonnen —: hij leest het glossy lifestyle-maandblad voor mannen Men’s Health, dat drie jaar geleden als Nederlandse versie van het Amerikaanse blad werd geïntroduceerd. Net als Viva, dat eind jaren zeventig verscheen als een licht feministisch blad voor «meiden en jonge, zelfbewuste vrouwen», vulde dit magazine in de jaren negentig het gat in de markt voor de mannelijke tegenhanger daarvan.

Mannen die zich willen positioneren, kunnen lezen hoe ze dat moeten doen. Van leuke big toys — dure hebbedingetjes — tot tips over geheimen hoe een vrouw «razendgeil gemaakt kan worden». Van diëten tot trainingsschema’s en van toffe vrijetijdsshirts tot peperdure kleding voor topmannen.

Is dit nu werkelijk nieuws onder de zon? Is de ijdele man niet gewoon een maatschap pelijk, klassegebonden modeverschijnsel zoals zich dat in de afgelopen eeuwen wel vaker voordeed? In de Franse hofcultuur in de achttiende eeuw liepen fatterige ventjes met bepoederde gezichten en pruiken op in opgedofte kwikjes en strikjes. En aan het einde van de negentiende eeuw manifesteerde de dandy zich in de deftige salons van Londen en Parijs, terwijl de vrouw, zonder kiesrecht, op grote afstand bleef van de macht.

Wat zo’n onderzoek niet naar voren brengt — want anders zou het niet zo leuk zijn om te presenteren — is hoe het werkelijk zit met het emancipatiegehalte, vertaald naar vrouwvriendelijk overheidsbeleid, maatschappelijke machtsverhoudingen, opvoeding van de kinderen, zorg voor bejaarde ouders, tolerantie tegenover een beter verdienende echtgenote — kortom de crux van de biologische competitie. Daarover zijn heel wat andere statistieken aan te halen dan de theoretische uitspraken van het Men’s Health/Trendbox-onderzoek «dat het prima is dat hun vrouw een eigen loopbaan heeft».

Sociaal wetenschapper dr. Vincent Duindam bijvoorbeeld doet al ruim tien jaar onderzoek naar de verdeling van de lasten en lusten tussen werkende ouders en ziet dat het aantal deeltijdwerkende, zorgende vaders in die jaren is verschoven van slechts twee naar vijf procent. Andere rapporten tonen aan dat het aantal vrouwen op sleutelposities in de samenleving, van bedrijfsleven tot universiteiten, laag blijft (18 procent) en zelfs afneemt (ze zakken moegestreden af naar het middenkader). Vrouwen zijn in de afgelopen decennia massaal méér gaan werken, maar verhoudingsgewijs houdt de man zich nauwelijks vaker bezig met het huishouden.

Uit een debatavond in het Amsterdamse cultureel centrum de Rode Hoed, deze week, kwam naar voren dat vrouwen van het dubbele takenpakket niet erg gelukkig zijn geworden. Het blijft tobben, op alle fronten. Ze haken vaak na het tweede kind af. Hun mannen vinden dat altijd doodzonde en jammer, maar zeggen dan vaak: «Ach, als jij dat graag zo wilt, moet je het maar doen.»