Algemeen nut beogende instellingen

Liefdadig rariteitenkabinet

In Nederland hebben ruim 43.000 stichtingen de anbi-status, die veel belastingvoordelen oplevert. Uit onderzoek blijkt dat opvallend veel anbi’s niet aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoen. En wat houdt ‘algemeen nut’ eigenlijk in?

Hij was een superheld die de boodschap van liefde en compassie naar het Westen kwam brengen: Sogyal Rinpoche, telg uit een Tibetaanse zakenfamilie, persoonlijke vriend van de dalai lama en stichter van het wereldwijde boeddhistische onderwijsimperium Rigpa. Ook in Nederland. Zijn organisatie groeide tot 130 vestigingen in dertig landen en sterren als John Cleese en Carla Bruni liepen met hem weg. Maar afgelopen zomer stierf Sogyal als de ‘Harvey Weinstein van het Tibetaans boeddhisme’.

In 2017 deden acht (ex-)volgelingen een boekje open over seksueel misbruik en emotionele en lichamelijke mishandeling. Sogyal dwong jonge vrouwen tot seksuele handelingen. Giften aan Rigpa zouden niet benut worden om de boeddhistische leer te verspreiden, maar om zijn ‘verkwistende, vraatzuchtige’ levensstijl te bekostigen. Een onafhankelijk onderzoek bevestigde de beschuldigingen. Na publicatie stapten drie Rigpa-bestuurders op, de dalai lama nam openlijk afstand van Sogyal.

In Nederland geldt Sogyals imperium Rigpa nog steeds als een algemeen nut beogende instelling (anbi). Daarmee profiteert de stichting van flinke fiscale voordelen en kunnen donateurs hun giften aan Rigpa aftrekken van de belasting. De misdragingen en het financieel wanbeheer van de voormalig leider veranderen daar niets aan.

In Nederland hebben ruim 43.000 stichtingen de anbi-status. Zo’n status heeft veel voordelen: anbi’s betalen geen erf- en schenkbelasting; over (grote) geldbedragen uit schenkingen of erfenissen hoeven ze niets af te dragen aan de fiscus – normaal gesproken kan de heffing over een schenking oplopen tot veertig procent. Sommige anbi’s kunnen een deel van de energiebelasting terugkrijgen.

De belastingvoordelen kosten de gemeenschap inmiddels bijna zeshonderd miljoen euro per jaar – geld dat anders naar de schatkist zou gaan. In ruil daarvoor moeten anbi’s voldoen aan een aantal voorwaarden. Ze zijn verplicht hun financiële gegevens online te publiceren, mogen in principe geen winstoogmerk hebben en de inkomsten niet onnodig ‘oppotten’. Een bestuurder mag niet in z’n eentje beslissen over het geld. En de belangrijkste voorwaarde: negentig procent van alle uitgaven moet ten goede komen aan de doelstelling van de organisatie en dus het ‘algemeen nut’ dienen.

Een groot deel van deze instellingen voldoet echter niet aan één of meerdere van deze voorwaarden, blijkt uit onderzoek dat Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico en datajournalistiek platform Pointer samen deden voor De Groene Amsterdammer, Reporter Radio en Trouw. Uit een representatieve steekproef (zie kader) die we deden blijkt dat bijna de helft van de instellingen niet voldoet aan de publicatieplicht. 48 procent van de onderzochte instellingen had de cijfers over 2018 in september – ruim twee maanden na de deadline – nog niet gepubliceerd. Bijna een derde had ook voor 2017 nog geen cijfers gepubliceerd. Van meer dan vijftienhonderd stichtingen kan de Belastingdienst de publicatieplicht überhaupt niet controleren, omdat de opgegeven website niet bereikbaar was, bijvoorbeeld omdat de link onvindbaar bleek of de domeinnaam niet meer bestond.

Voor het toezicht is slechts beperkte mankracht beschikbaar: het anbi-team van de Belastingdienst telt 45 medewerkers. Daarom leunt de dienst op andere instanties voor controle: toezicht op de kerkelijke instellingen met een anbi-status is uitbesteed aan de kerken via de koepelorganisatie cio. Voor goede doelen is er samenwerking met toezichthouder cbf, die betrouwbare organisaties van een cbf-erkenning voorziet. Die organisatie blijkt in praktijk strenger dan de Belastingdienst zelf: organisaties waarvan de erkenning werd ingetrokken, houden soms desondanks hun anbi-status.

De belangrijkste voorwaarde voor een anbi-status blijkt voor de Belastingdienst zelfs nauwelijks te controleren. Het ‘algemeen nut’ is in de wet nauwelijks gedefinieerd. Zo kon bijvoorbeeld de boeddhistische organisatie van Sogyal Rinpoche jarenlang profiteren van belastingvoordelen, ondanks het wangedrag van de leider. Zolang aan de publicatieplicht is voldaan, de statuten niet in strijd zijn met de wet of de (inmiddels overleden) leider niet door de rechter is veroordeeld, is het moeilijk de status te weigeren.

Het anbi-register van de Belastingdienst is een virtueel rariteitenkabinet van de Nederlandse filantropie: honderden hulporganisaties voor straatkinderen, tienermoeders of boeren in ontwikkelingslanden. Van heel concrete hulp – sinterklaascadeaus voor arme kinderen – tot heel breed; initiatieven ter bevordering van integratie en een ‘harmonieuze’ samenleving. Stichtingen voor behoud van monumentale kerkorgels, stichtingen voor restauratie van historische boeken, stichtingen voor antroposofische kinderartsen, klassieke zangavonden en Indiase dans. Lokale politieke partijen, vrijmetselaars, evangelisatieclubs en vooral veel, heel veel kerken.

Bestuurders met een opvallend riant salaris, een stichting die forse winsten draait of over een ontzagwekkend vermogen beschikt – het zijn aanwijzingen voor de Belastingdienst om eens dieper in de boeken te duiken: is er wel echt sprake van een goed doel, of wordt hier belasting ontweken? Zo’n onderzoek begint bij de gepubliceerde financiële gegevens – sinds 2014 verplicht voor anbi’s, om misbruik te voorkomen. Waar ze die gegevens publiceren maakt niet uit, zolang het maar online is. Een Facebookpagina volstaat.

Dat lijkt heel transparant, maar de controle op die publicatieplicht is marginaal. Eind 2016 constateerde de Belastingdienst zelf al in een evaluatie dat het toezicht hierop te wensen overlaat. In dat jaar waren 3090 instellingen hierop bekeken, waarbij van zo’n tweehonderd de status werd ingetrokken naar aanleiding van die toetsing. Vorig jaar zomer nog zei staatssecretaris van Financiën Menno Snel dat in praktijk zelden een anbi-status wordt ingetrokken op basis van het niet nakomen van de publicatieplicht. Intrekken gebeurt als op herhaaldelijk verzoek de vereiste informatie niet wordt gepubliceerd, maar dat komt volgens Snel ‘in de praktijk zelden voor, omdat uiteindelijk veel anbi’s dus toch kunnen voldoen’.

Het contrast met onze steekproef (zie kader) is groot: van de 381 anbi’s hadden er 181 geen jaarverslag van 2018 gepubliceerd. Bijna een derde had zelfs geen recenter jaarverslag dan 2016 – en soms dus nog ouder, of helemaal niks. Dit kostte onze vier onderzoekers ieder zo’n twee uur om uit te zoeken, oftewel: 75 seconden per anbi-controle. Zo berekend zou 910 uur voldoende zijn om álle anbi’s jaarlijks te controleren op publicatieplicht, grofweg een halve fte per jaar. De Belastingdienst laat in reactie op de bevindingen weten dat ‘het constateren van een onzorgvuldigheid’ als deze slechts het begin is van uitgebreider onderzoek, dat veel meer tijd kost.

Sinds 1984 geeft de stichting Family Help Programme (fhp) hulp aan mensen in Sri Lanka; ze helpen dakloze ouderen en families met lage inkomens, bouwen scholen en bijna vijfhonderd woningen. fhp heeft in Nederland de anbi-status. Jarenlang is de samenwerking tussen de stichting in Nederland en de partnerorganisatie in Sri Lanka succesvol. Tot 2016. ‘We ontdekten corruptie in de organisatie in Sri Lanka’, zegt Fons Catau, voorzitter van fhp. ‘Het was een soort familiebedrijf geworden. Onze steun diende vooral voor het in stand houden van werk voor mensen rond de stichting.’

fhp heeft naast een anbi-status ook de cbf Erkenning, het keurmerk voor goededoelenorganisaties. Catau informeert het cbf over de corruptie, waarop het cbf de stichting onder verscherpt toezicht stelt. In oktober 2017 trekt het cbf de Erkenning in, omdat verbeteringen uitblijven. fhp waarschuwt de donateurs: ze kunnen niet langer met eerlijkheid zeggen dat hun geld goed terechtkomt. Ze stoppen de samenwerking met de organisatie in Sri Lanka.

Maar voor de anbi-status werkt het anders. Catau: ‘Het geld was gewoon keurig netjes naar de organisatie in Sri Lanka gegaan, wat dat betreft hielden we ons aan de regels.’ Dat het geld in Sri Lanka vervolgens niet goed werd besteed bleek voor de anbi-status geen probleem. ‘Als ik geen goedgekeurd jaarverslag meer had gehad, ja, dan had de Belastingdienst misschien wél boven op ons gezeten.’

Het is opmerkelijk: de Belastingdienst werkt sinds juli 2017 samen met het cbf. Voor anbi-instellingen die ook de cbf Erkenning hebben, is de kans op controle door de Belastingdienst kleiner. Maar het cbf stelt strengere eisen dan de Belastingdienst en trekt daarom soms andere conclusies over de kwaliteit en betrouwbaarheid van goede doelen. Van de 112 goede doelen die het cbf in de afgelopen drie jaar niet erkende, of waarvan het de erkenning introk, hebben 27 tot op heden volgens het register van de Belastingdienst nog wel een anbi-status.

Haal je met de breiclub mensen uit hun isolement, dan krijgt de club de anbi-status

Volgens het rapport Geven in Nederland uit 2017 gaat in de filantropische sector in Nederland zes miljard euro om, vier miljard daarvan wordt opgehaald door de ruim zeshonderd goededoelenorganisaties die de cbf Erkenning hebben.

De vrouwelijke lust beteugel je met meisjesbesnijdenis, en bij overspel door getrouwde mensen past de dood door steniging. Als in het voorjaar van 2018 bekend wordt wat in de Haagse As Soennah-moskee wordt gepredikt, is de ophef groot. Het gebedshuis blijkt bovendien al langer op de radar van de inlichtingendienst te staan; As Soennah zou financiering krijgen van een Koeweitse instelling die met terrorisme in verband wordt gebracht. De stichting achter de moskee blijkt dan al jarenlang belastingvoordeel te genieten: sinds 2008 is As Soennah officieel erkend als algemeen nut beogende instelling.

De zaak leidt onmiddellijk tot Kamervragen. ‘Deelt u de mening dat deze zaken evident in strijd zijn met het algemeen belang?’ werpt cda-Kamerlid Pieter Omtzigt staatssecretaris Menno Snel van Financiën voor de voeten. Die mening deel ik volledig, antwoordt Snel. Maar, zegt hij: dat is niet ‘op voorhand vanzelfsprekend’ voldoende reden de anbi-status in te trekken.

Het illustreert het grootste dilemma in de controle van anbi’s: de eis dat ze het ‘algemeen nut’ beogen, ligt in de naam besloten. De voorwaarde dat negentig procent van de uitgaven daaraan ten goede moet komen, is volgens zowel de Belastingdienst als de staatssecretaris het belangrijkste criterium. Maar het antwoord op de vraag wat algemeen nut is, heeft het kabinet bewust open gelaten. De Belastingdienst moet het doen met een reeks categorieën: van cultuur tot onderwijs en van dierenwelzijn tot religie, levensbeschouwing en spiritualiteit. De statuten en activiteiten moeten duidelijk maken in welke categorie de instelling past.

Daarmee is ‘algemeen nut beogende instelling’ in praktijk een heel ruim begrip, getuige het anbi-register. Wat te denken van een stichting die voorlichting geeft over ‘zedenleer op rooms-katholieke grondslag’? Of vereniging Lotto.kg die zich, zo suggereert de website, als politieke groepering verzet tegen de ‘überGoldMorg’? En waarom heeft een in China gevestigde organisatie voor onderzoek naar en ontwikkeling van machines voor de verwerking van minerale gesteenten een anbi-status in Nederland?

Dient een stichting die keurig in een van de hokjes past ook automatisch het algemeen belang? Die vraag levert voortdurend discussie op. Cruciaal is het onderscheid met het particulier belang. Een breiclub puur om te breien dient een privébelang. Maar haal je met de breiclub mensen uit hun isolement, dan dient het een maatschappelijk doel en komt het wel voor een anbi-status in aanmerking.

Soms moet de rechter de discussie beslechten, bijvoorbeeld als een stichting na afwijzing van een status in beroep gaat – zo’n enkele tientallen keren per jaar. Een belangrijke zaak is de uitspraak van de Hoge Raad in 2012 dat een woningbouwstichting aanspraak kon maken op de anbi-status. De Belastingdienst had dat in eerste instantie afgewezen; een woonruimte is een particulier belang. Dat klopt, zei de Hoge Raad, maar dat is slechts een neveneffect van het werk van woningbouwverenigingen. Het doel is algemeen nuttig: volkshuisvesting.

De Belastingdienst kan een anbi-status intrekken als sprake is van activiteiten of doelen die in strijd zijn met de grondwet. Maar discutabele doelstellingen vind je doorgaans niet in de statuten. Voor intrekking is een strafrechtelijke veroordeling nodig van de bestuurders of invloedrijke personen in de instelling. ‘Het is soms makkelijker als iemand niet gepubliceerd heeft en we dat kunnen constateren’, erkent staatssecretaris Snel, die in december aftrad vanwege de toeslagenaffaire. Niet voldoen aan de publicatieplicht is een reden met meer ‘juridisch houvast’ dan de vraag naar haatzaaien of oproepen tot geweld.

Wat de Belastingdienst wel kan: bij een vermoeden van foute intenties, waarbij een afwijzingsgrond ontbreekt, in het systeem een markering plaatsen bij de anbi, zodat twee jaar later de activiteiten nog eens worden beoordeeld. Daarmee houd je dubieuze organisaties niet tegen, maar de keerzijde is: zonder bewijzen een status intrekken op basis van de verdenking van haatzaaien of andere zaken in strijd met de grondwet, zou willekeur in de hand werken.

In een strak gewitte vergaderkamer bij Allen & Overy wijst Sigrid Hemels op een piramide. Naast haar werk bij het advocatenkantoor is Hemels hoogleraar belastingrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. ‘Kijk, dit zijn de anbi’s. De onderste helft van de piramide, het grootste deel, wil het echt goed doen. Maar ze maken soms foutjes – snappen het niet, of vergeten iets te publiceren. Het middelste deel zou graag frauderen als je ze de kans geeft, maar zien ervan af als ze weten dat fraude hard wordt aangepakt. En de top, die fraudeert hoe dan ook.’

Slim toezicht houden betekent de piramide respecteren, zegt Hemels. ‘Maar een heel klein percentage van die 43.000 anbi’s is professioneel. Het merendeel is houtje-touwtje, ’s avonds in de achterkamer. Dus waarom zou je zo ingewikkeld doen en elke anbi alle gegevens op een eigen website laten publiceren?’ Ze bepleit een portaal waar alle anbi’s hun gegevens moeten invullen, zoals in het Verenigd Koninkrijk al jarenlang gebeurt. Minder gedoe voor organisaties zelf, overzichtelijk voor donateurs en bovendien: de Belastingdienst kan de schaarse menskracht inzetten voor de top, waar het echt wat oplevert. ‘Als je een echte fraudeur bent, heb je een pico bello website. Je zou gek zijn je zo makkelijk te laten vangen.’

Zo mogelijk nog ongemakkelijker is de rol van de Belastingdienst in het bepalen van de belangrijkste voorwaarde: ‘minimaal negentig procent van de uitgaven wordt besteed aan het algemeen nut’. Door de open norm kijkt de dienst nu vooral naar die negentig procent op de balans, en nauwelijks naar het algemeen nut. Hemels begrijpt wel hoe dat kan. ‘De laatste vijftien, twintig jaar wordt belastingwetgeving in noodgang door het parlement gejaagd.’ Dat zag je ook bij de Geefwet uit 2012, waarin de meest recente anbi-regels zijn uitgewerkt. ‘Daardoor is er wel discussie geweest over het nut van fanfares, omdat een Kamerlid daar toevallig aan dacht. Maar er is geen fundamenteel debat gevoerd over wat wij als samenleving algemeen nuttig vinden.’

Het algemeen belang is niet: daar waar iedereen in Nederland het mee eens is, benadrukt Hemels. ‘Algemeen belang is per definitie een beperkt belang, dat heeft de Hoge Raad al in 1926 vastgesteld. Anders blijven alleen de dijken over als algemeen nuttig.’ Lachend: ‘Hoewel zelfs dat te betwisten is, getuige de Hedwigepolder.’ In Engeland heeft men jaren gediscussieerd voordat soortgelijke wetgeving in de Charity-wet werd ingevoerd.

Hemels is nadrukkelijk geen voorstander van afschaffing van de anbi-regeling. De fiscale voordelen voor goede doelen én als stimulans om te geven, zijn een groot goed. Goed voor de gever, maar ook voor het ontvangende goede doel – het belastingvoordeel zou de ‘geefbereidheid’ stimuleren. Maar de politiek zou meer moeten debatteren over wie ervoor in aanmerking komt. ‘Als ik in het buitenland vertel dat amateursport hier niet als algemeen nuttig geldt, kijken ze me met verbazing aan. Dat wordt nog erger als ik zeg dat politieke partijen dat per definitie wél zijn.’

‘We moeten het niet tot achter de komma vastleggen’, zegt vvd-Kamerlid Helma Lodders. ‘Maar het zou goed zijn als we hier een grondig debat over gaan voeren als begin volgend jaar het wetsvoorstel voor verbeteringen van de anbi-regeling voorligt. Dat sport bijvoorbeeld nu niet maatschappelijk nuttig is, lijkt me iets om opnieuw te bediscussiëren.’

De As Soennah-moskee in Den Haag die vrouwenbesnijdenis promootte, verloor uiteindelijk de anbi-status, enkele maanden na de onthullingen. De Belastingdienst wilde niet ingaan op de reden voor intrekking; de dienst doet geen uitspraken over specifieke gevallen. Wel verwees een woordvoerder naar de voorwaarden die de dienst stelt aan een anbi-status – als de instelling daaraan ook na ‘herhaaldelijk aandringen’ niet voldoet, ‘is ingrijpen noodzakelijk’. Behalve de omstreden prediking bleek As Soennah ook aan de publicatieplicht niet te hebben voldaan; de vereiste financiële gegevens waren niet online gepubliceerd.


Deze publicatie kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (fondsbjp.nl)

Over dit onderzoek

Voor dit onderzoek deden we in samenwerking met KRO-NCRV’s dataprogramma Pointer een representatieve steekproef onder 381 instellingen met een anbi-status. De steekproef is getrokken uit de lijst van op 3 september 2019 bij de Belastingdienst als anbi geregistreerde instellingen – 43.268 in totaal. Deze lijst is openbaar en te raadplegen via de website van de Belastingdienst. Op platform-investico.nl staat een versie van dit artikel met de volledige bronvermelding.