Gemengde relaties

Liefde als eiland

Het geringe aantal biculturele relaties zou het bewijs zijn van een mislukte multiculturele samenleving. De praktijk leert iets anders. ‘Dat gemengde huwelijken zo weinig voorkomen, dat is omdat we institutionele Berlijnse Muren hebben gecreëerd.’

Medium lon81221
‘Dit is gewoon mijn huwelijk. Ik heb hier niets mee te bewijzen, ik ben geen voorbeeld’ © Peter Marlow / Magnum / HH

Zeki Arslan en zijn vrouw ontmoetten elkaar op de barricaden. ‘Ik voerde actie voor politieke gevangenen in Turkije en zij was solidair.’ Het was begin jaren tachtig en Arslan was in Nederland met een tijdelijke verblijfsvergunning. Hun relatie leidde tot achterdocht bij de vreemdelingendienst. Ging het hier niet om een schijnhuwelijk? Arslans vrouw moest langskomen voor een onderzoek. Toen ze alle vragen naar tevredenheid had beantwoord, nam de dienstdoende ambtenaar haar apart. ‘Weet u waar u aan begint, mevrouw? Het is een vreemdeling, het is een buitenlander. Is het wel verstandig dat u dit huwelijk aangaat? Het gaat toch niet werken.’

Ook Arslans moeder had bedenkingen. ‘Mijn moeder zei: je bent al zo lastig als het gaat om je ideologische opvattingen. En dan ga je ook nog eens met een vrouw uit het Westen trouwen, waardoor er nog meer complicaties zijn. Ze had weinig vertrouwen in me. Maar die politieke opvattingen had mijn vrouw ook, dus dat deelden we juist.’ Inmiddels zijn ze al weer 34 jaar getrouwd. ‘Ik zou graag nog eens een kopje koffie drinken met die ambtenaar van destijds.’

Gemengde huwelijken zijn de ultieme graadmeter van integratie, luidt het cliché. Liefde zou een politieke kracht zijn, die werelden samenbrengt en kloven overbrugt. De realiteit is anders. De verhalen rondom gemengde relaties hebben weinig te maken met de ervaringen van de stellen zelf – maar die mythevorming zegt wel heel veel over onze omgang met verschil en identiteit. Arslan: ‘We worden gezien als een risico neutraliserend instrument. Dat ben ik niet en dat wil ik niet zijn.’

‘Gebronsd kroost lijkt het feitelijk bewijs van een samenleving zonder vooroordelen en racisme’, schrijft de Volkskrant midden in de jaren negentig. Het hele artikel voelt als een haast stereotiep voorbeeld van de tijdgeest. Kluivert en Rijkaard hebben hun geluk gevonden met ‘Nederlandse meisjes’, stelt de krant, en met de rest van het land zal het ook wel loslopen. Het artikel bevat een aantal vrolijke interviews over schoonouders die zich over hun oude vooroordelen heen zetten.

Nu, twintig jaar later, blijkt dat de Kluivert- en Rijkaard-huwelijken toch niet de voorbode waren van Nederland als postraciale smeltkroes. Wanneer statistieken over gemengde huwelijken worden ingezet in het huidige politieke debat is het doorgaans om het tegenovergestelde punt te maken. De multiculturele samenleving is mislukt, want mensen met een migratieachtergrond trouwen amper buiten de eigen kring. Het geringe aantal gemengde huwelijken wordt gelezen als een afwijzing van potentiële autochtone partners en eigenlijk van alles wat Nederlands is.

Gemengde huwelijken zijn inderdaad relatief zeldzaam, al zijn de verschillen tussen groepen groot. Grofweg de helft van de Surinaamse Nederlanders en bijna tweederde van de Antilliaanse Nederlanders trouwt buiten eigen kring. Onder Turkse en Marokkaanse Nederlanders gaat het echter slechts om één op de vijf huwelijken. Eén op de tien trouwt met een Nederlander zonder migratieachtergrond en nog eens één op de tien vindt een echtgenoot met een andere migratieachtergrond, bijvoorbeeld iemand met Duitse of Antilliaanse wortels.

Voor de jongste generatie zijn er voorzichtige tekenen dat die status-quo wellicht aan het veranderen is. Sociologe Pascale van Zantvliet en haar collega’s voerden een groot onderzoek uit onder migrantenkinderen – dus Turkse en Antilliaanse, maar ook Belgische en Duitse Nederlanders van een jaar of veertien. Van de datende tieners met een migratieachtergrond had bijna zestig procent een relatie met een autochtone Nederlander. Met name jongeren die in de wijk en op school veel autochtone Nederlanders tegenkwamen, hadden vaak een gemengde relatie.

Is dat een teken van integratie? Van Zantvliet: ‘Wetenschappelijk gezien betekent sociale integratie simpelweg het mengen van groepen. Dat moet van allebei de kanten komen, zeker als het gaat om partnerkeuze. Je kunt best een autochtoon willen daten, maar als die niet met jou wil zijn, dan houdt het op.’ Wat dat betreft zijn de tienerliefdes een hoopvol teken. ‘We hadden wel verwacht dat het percentage hoger zou liggen dan bij de huwelijken, maar zo hoog hadden we niet gedacht.’

‘Is er alcohol op de bruiloft? Dan komt de Marokkaanse kant niet. Geen alcohol? Dan komt de Hollandse kant niet’

Het slechte nieuws is dat zelfs als deze kalverliefdes zouden leiden tot duurzame relaties dat niet per se betekent dat de grote kloven worden overbrugd. Gemengde huwelijken brengen zelden de twee families bij elkaar, merkte Leen Sterckx, die als adviseur kwalitatief onderzoek is verbonden aan het Sociaal en Cultureel Planbureau. Sterckx onderzocht stellen van wie één van de twee een Turkse of Marokkaanse achtergrond had. De familie was doorgaans niet enthousiast over de verbintenis. ‘Maar dat maakte ze juist normaal. Een autochtone Nederlandse familie was ook niet altijd enthousiast als de dochter of zoon met een Turkse of Marokkaanse jongen of meisje thuiskwam. Die dachten vaak: verlies ik nu mijn kind? Gaat mijn kind een leven hebben waar ik me niet meer in herken? Dat waren dezelfde vragen en bezorgdheden die aan de Turkse of Marokkaanse kant voorkwamen.’

Die wederzijdse achterdocht wordt zelden overwonnen. In plaats van een brug te vormen tussen hun omgevingen worden de stellen een eigen eiland. ‘Het idee dat verschillen worden overbrugd is een mythe’, zegt Sterckx. ‘De bruiloften bijvoorbeeld zijn dikwijls grote drama’s. Het is zelden een harmonieuze mix van culturen, of een vrolijk feest waar iedereen samenkomt. Als er alcohol wordt geschonken, dan komt de Marokkaanse kant niet. Als er geen alcohol wordt geschonken, dan komt de Hollandse kant niet. Er waren stellen die drie bruiloften hadden: voor de ene kant, voor de andere kant en voor de groep daar tussenin.’

‘Het begon op station Delft.’ Nadia Lazouzi en haar toekomstige man stonden allebei op perron 1 te wachten op de trein naar Amsterdam. Ze raakten in gesprek. Tegen de tijd dat de trein Amsterdam binnenreed waren ze verliefd. ‘Zonder in van die chakra-taal te vervallen, wil ik maar zeggen dat het zo bijzonder is als je meteen elkaar aanvoelt. Dat je niet de checklist af gaat, maar meteen in gesprek bent. Ik zat niet meer in mijn kop. En al die andere dingen bleken er niet toe te doen.’

Ze hadden geen enkele gemeenschappelijke Facebook-vriend. Hij kwam uit een Hollands dorp, was naar een ultiem Hollandse school gegaan en had nagenoeg alleen maar witte vrienden. ‘Voor mij was het leren kennen van zijn achtergrond niets bijzonders, omdat ik me altijd al moet verhouden tot die Nederlandse norm.’ Voor hem was het daarentegen een nieuwe wereld die openging. ‘Niet omdat wij heel vreemde mensen zijn, maar omdat bijvoorbeeld familierelaties er heel anders uitzien in een Marokkaans gezin. Mijn zussen en ik zien elkaar zeker drie keer in de week.’

Het betekende voor haar man ook een intieme kennismaking met vooroordelen en discriminatie jegens mensen met een Marokkaanse achtergrond. ‘Als het in de krant ging over Marokkanen, dan ging het opeens over hem – of tenminste over degene met wie hij zijn leven deelde.’ Vanaf het moment dat hun zoon werd geboren was het al helemaal onmogelijk om zich te distantiëren van racistische opmerkingen. ‘Als er zoveel negatiefs verschijnt over de groep waar jij bij hoort, dan internaliseer je dat. We hebben ons op een gegeven moment wel afgevraagd: moeten we ons kind niet helemaal Nederlands opvoeden, zodat hij geen ballast heeft?’ Een vraag die ze nooit gesteld hadden, zegt Lazouzi, als het maatschappelijke klimaat anders was geweest.

Nadia Lazouzi en haar man waren in de Gamma om benodigdheden te halen voor een weekendje klussen toen een man een praatje aanknoopte. Na wat ditjes en datjes wees hij naar hun twee maanden oude zoon, die er tevreden bij lag in een gestreept babypak. ‘Wat is hij?’ ‘Half Nederlands en half Marokkaans’, antwoordde Lazouzi. De man lachte. ‘Nou, dan heeft hij zijn boevenpak al aan!’

Hun verhaal past slecht bij het jaren-negentigverhaal van de vrolijke smeltkroes. En het huidige kader van liefde als een integratieopdracht past niet veel beter. Lazouzi vertelt dat ze in haar relatie juist Marokkaanser is geworden, omdat ze dat deel van zichzelf niet wil laten verdwijnen. Als gemengde relaties een kwestie van integratie zijn, dan gaat het eerder om de integratie van witte Nederlanders in de realiteit van racisme en uitsluiting, die veel andere Nederlanders al meemaken.

‘Wie kijkt er nu nog op van een Italiaan als schoonzoon?’ vraagt Leen Sterckx. Ergens zegt de reactie op gemengde stellen meer over de maatschappij dan die relaties zelf. Nog niet zo lang geleden adviseerden priesters en dominees vanaf de kansel om dochters uit de buurt van die grijpgrage Italianen te houden. Inmiddels is dat bijna niet meer voor te stellen. ‘Wanneer de aandacht voor een bepaald type gemengde relatie verslapt, is dat doorgaans niet omdat de verschillen tussen de groepen zijn verdwenen’, zegt Sterckx. We zijn die verschillen slechts minder relevant gaan vinden. ‘Dat is geen teken van integratie. Gemengde stellen, of de stellen die we definiëren als gemengd, zijn een soort vlag die de grote kloof markeert.’

‘In films is gemengde liefde altijd een exotische romance die slecht afloopt. Meestal gaat de vreemde geliefde dood’

De focus op gemengde stellen reflecteert dus niet het overwinnen van de kloof, maar juist het voortbestaan ervan in ons denken. In de publieke verbeelding, zoals in speelfilms en op televisie, is het ongemak over gemengde relaties terug te zien. Marga Altena onderzocht hoe gemengde stellen worden afgebeeld in speelfilms, gemaakt vanaf het begin van de vorige eeuw tot vandaag. Altena is als cultuurhistorica verbonden aan de Radboud Universiteit en de Stichting LovingDay.NL, een platform voor kwesties rondom gemengde relaties in Nederland. In de films ontdekte ze hardnekkige patronen. ‘Speelfilms tonen gemengde liefde doorgaans als iets problematisch. Gemengde liefde wordt weergegeven als een exotische romance die slecht afloopt. Meestal gaat de vreemde geliefde dood, zodat de status-quo wordt hersteld.’

Dat cliché vond Altena terug in bijvoorbeeld The Squaw Man uit 1914, maar ook nog in een recente film als The Revenant. Al te vaak is de vreemde geliefde een bijfiguur terwijl het witte personage centraal staat. ‘Verhalen over gemengde stellen met een zelfstandig en psychologisch interessant leven zijn zeldzaam.’ Dat is frustrerend voor mensen in gemengde relaties. Bovendien is het belangrijk dat mensen zich kunnen herkennen in een gedeelde cultuur, ‘zodat ze zich letterlijk gezien voelen, geaccepteerd door de samenleving’. Altena: ‘Men zegt wel eens: als we allemaal met elkaar vrijen, dan komt het wel goed. Maar er is veel meer nodig.’

‘Verrader’, zeggen de Antilliaanse vrienden van Soraya Maduru soms. ‘Ben je nu opeens op witte mannen?’ Het is een grap, maar toch. De buitenwereld doet vaker moeilijk over haar relatie. Het was ook helemaal niet de bedoeling dat ze een witte vriend zou krijgen. ‘We leerden elkaar kennen backstage bij een concert. Dat was een superleuke avond. Maar toen hij me de volgende dag belde om te vragen of ik een keer iets wilde drinken, zei ik nee. Ik dacht: wat moet ik met zo’n witte guy?’

De volgende dag waren al haar vrienden te druk om af te spreken. Maduru had niets te doen. Opeens dacht ze weer aan de jongen die haar een dag eerder had gebeld. ‘We gingen samen wat eten. En het eten leidde tot een film. Van daaruit belandden we op een feest. Uiteindelijk zat ik om vijf uur ’s ochtends naast hem in een kapperszaak midden in het centrum, waar zijn haar werd geknipt. Ik dacht, wat gebeurt er allemaal? Maar tegelijk: waarom ook niet?’

Zulke alledaagse liefdesverhalen, zonder stemmingmakerij, horen we te weinig. ‘Dit is gewoon mijn huwelijk’, zegt Lazouzi. ‘Ik heb hier niets mee te bewijzen, ik ben geen voorbeeld.’ De pogingen om gemengde stellen in te zetten voor het ene of het andere politieke punt komen hem vaak voor als cynisch, verklaart Zeki Arslan. ‘Als de overheid huwelijken als het mijne wil gebruiken om demografische veranderingen in goede banen te leiden, dan zie ik daar graag een belastingkorting tegenover staan.’ Arslan lacht. ‘Ik maak een grapje, maar de kern is serieus: het is goedkope, makkelijke politiek.’

In plaats van op krachtpatserige symboolpolitiek zouden politici zich moeten toeleggen op het tegengaan van segregatie, zorgen voor eerlijke kansen op de arbeidsmarkt en echte opties bieden aan jongeren die in de knel komen door hun partnerkeuze. ‘Die plekken waar mensen aan elkaar snuffelen, die zijn vaak toch gesegregeerd’, vervolgt Zeki Arslan. ‘Dat gemengde huwelijken zo weinig voorkomen, dat is niet vanwege individuele keuzes, maar omdat we institutionele Berlijnse Muren hebben gecreëerd, op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en in de wijken.’

‘We lopen het gevaar dat we allemaal op een eigen eiland gaan zitten en als maatschappij steeds verder uit elkaar drijven’, zegt Dennis Boutkan, oud-voorzitter van coc Amsterdam en raadslid voor de Partij van de Arbeid in dezelfde stad. Boutkan is zelf deels Antilliaans, terwijl zijn man wit is. ‘Maar eigenlijk is het grote verschil dat hij uit het zuiden van het land komt, en ik niet’, zegt hij met een glimlach. Dan is hij weer ernstig: ‘Als we serieus zijn over vrije partnerkeuze, dan moeten we in de eerste plaats discriminatie en segregatie tegengaan.’

Bovendien zijn kansen op de arbeidsmarkt belangrijk voor gemengde stellen die in conflict raken met hun ouders, zegt Leen Sterckx. ‘De machtsbalans is al aan het schuiven. Die kinderen zijn vaak al op jonge leeftijd financieel zelfstandig. Dan kun je dreigen wat je wilt en onder druk zetten wat je wilt, maar dan werkt dat niet.’ Het is dan ook nuttiger om jongeren concrete perspectieven en uitwijkmogelijkheden te bieden dan om ouders streng toe te spreken. ‘Je zou vrije partnerkeuze beter kunnen bevorderen door bijvoorbeeld discriminatie op de werkvloer tegen te gaan dan door een of andere postercampagne.’

Soraya Maduru en haar vriend hebben regelmatig verhitte discussies. Hij vond Donald Trump wel grappig en hij snapt niet zo goed waarom het niet All Lives Matter is. Sowieso vond hij Black Lives Matter eigenlijk een irritante beweging. ‘Maar een relatie hoeft ook niet een samensmelting van werelden te zijn. Het mag ook schuren’, zegt Maduru. Ze denkt na over een ander voorbeeld. ‘Ik hou van nasi met kip. Hij houdt van gefermenteerde, gepocheerde, drie jaar gerijpte weet-ik-veel. Ik ben daar echt niet van onder de indruk.’ Even is ze stil. ‘Maar gelukkig houden we allebei van pizza.’

De namen Soraya Maduru en Nadia Lazouzi zijn op verzoek van de geïnterviewden gefingeerd. Hun echte namen zijn bekend bij de redactie