FILM: Shame

Liefde besmet

Luister naar de tekst van Blondie’s Rapture. ‘Face to face/ Sadly solitude/ And it’s finger popping/ Twenty-four hour shopping in Rapture.’ Het is begin jaren tachtig. Het nummer definieert het nieuwe tijdperk van anonimiteit en oppervlakte. Het kan niet anders of ‘van aangezicht tot aangezicht’ wordt ironisch bedoeld. Wie verrukking zoekt vindt deze niet in warm, menselijk contact, maar in kille eenzaamheid, 24 uur per dag.

Toen Steve McQueens nieuwste film Shame onlangs in Engeland in première ging publiceerde The Guardian een achtergrondverhaal waarin mensen over hun seksverslaving vertelden. Alsof de film daarover gaat. Niets is minder waar. Als Shame over seksverslaving gaat, dan gaat American Gigolo (1980) van Paul Schrader over mannelijke prostitutie in plaats van over de onmogelijkheid van liefde, of draait Crash (1996) van David Cronenberg om seks in auto’s in plaats van om symbolische mutatie van het lichaam als gevolg van menselijke vervreemding in een wereld van staal en beton. Beide films resoneren sterk in Shame.

‘Touch me baby/ Tainted love.’ Nog zo'n mantra uit dat tijdperk. Marc Almond zingt over gecorrumpeerde liefde en oppervlakkige seks. Liefde die nooit liefde kan zijn; de aanraking is even essentieel als wrang.
In Shame krijgen deze thema’s nieuw leven. Brandon (Michael Fassbender) bestaat in een wereld van fel reflecterende oppervlaktes waarin het bijna altijd nacht is. In zijn appartement op Manhattan is het licht strak en uitgewassen, zodat zijn lichaam hard en ongenaakbaar lijkt, net als dat van de IRA-hongerstaker Bobby Sands in McQueens vorige film, Hunger (2008).
Brandon is een succesvolle reclameman, maar de leegte in zijn leven wordt zichtbaar wanneer zijn zus Sissy (Carey Mulligan) bij hem komt wonen. Sissy begint meteen een verhouding met Brandons baas, waarna Brandons obsessie met seks en pornografie aan het licht komt. Tekenend is dat niemand echt opkijkt van het feit dat Brandons computer vol zit met pornografische afbeeldingen en filmpjes. Of van het feit dat Brandon er niet toe in staat is een echte relatie met een vrouw te hebben. Het is alsof alle personages in deze film dezelfde psychologie en cultuur delen: emotioneel afgestompt leven in een wereld zonder inhoud of echte betekenis.
Brandon zoekt constant naar prikkels. Hij drinkt Red Bull, hij luistert naar Blondie (verrukking), hij jogt als een waanzinnige door een lege stad. In een bar hoog in een wolkenkrabber zingt zijn zusje een klassiek nummer. Langzaam, alsof het een droom is.
Een date. Maar hij kán het niet. De scheidslijn tussen Brandon en 'Bateman’ (Patrick, het psychopathische personage van romanschrijver Bret Easton Ellis) blijkt flinterdun. Woeste seks met twee onbekende jonge vrouwen volgt. Zijn gezicht tijdens het orgasme vertelt het hele verhaal; er is niets anders dan pijn in zijn leven. Liefde, besmet.
De schaamte in deze film reflecteert niet het soort schuldgevoel dat soms aan seks kleeft. Eerder gaat het om een soort schaamte verbonden aan een onvermogen psychologisch een connectie met een ander mens te maken. Brandon voelt zich machteloos. Hij realiseert zich dat hij niet de enige is. Dat gebeurt terwijl hij in een overvolle metro in de miljoenenstad zit. 'Toe to toe/ Dancing very close… People hypnotised/ And they’re stepping lightly/ Hang each night in Rapture.’

Te zien vanaf 9 februari