Mountains May Depart

Liefde en geometrie

Een paar afleveringen terug schreef ik over dansjes in cinema, vreemd genoeg veelal in Aziatische films, en kijk, hier heb je er nog een, beter gezegd twéé.

Medium mountains may depart 26006430 st 2 s high

In de openingsscène dansen jonge mensen gechoreografeerd op de maat van de Pet Shop Boys-cover van de Village People-klassieker Go West. En in de slotscène danst een vrouw van middelbare leeftijd alleen in de sneeuw begeleid door dezelfde muziek. Het nummer is hysterisch-aanstekelijk en toch is juist de melancholieke toon van beide sequenties bepalend in Mountains May Depart, de schitterende nieuwe film van de Chinese regisseur Jia Zhangke.

Net als in zijn vorige, A Touch of Sin, werkt Zhangke met een fragmentarisch verhaal, nu opgedeeld in drie delen die verschillende tijdperken in het leven van de hoofdpersonages voorstellen. Het is 1999, en drie van de dansende jonge mensen vormen een liefdesdriehoek. De mooie Tao (Zhao Tao) geniet van haar twee mannelijke ‘vrienden’, zeg gerust aanbidders: Jinsheng (Zhang Yi), eigenaar van een kolenmijn, en Liangzi (Liang Jin Dong), arbeider bij dezelfde mijn. Dan blijkt dat Jinsheng eist dat Tao kiest tussen hem en Liangzi. Haar antwoord is even vervreemdend als schitterend: ‘Is dit een probleem van algebra of geometrie?’

Wat haar vraag precies betekent is deel van het mysterie van de film. Regisseur Zhangke onderzoekt de relatie tussen het persoonlijke en het politieke. Hierin identificeert hij een beweging van klein naar groot, ook in de vorm van de film: het eerste deel is gefilmd in het oude, vierkante formaat, gevolgd door widescreen (het jaar 2014) en afsluitend met cinemascope wanneer de personages zich in 2025 bevinden. Wat er in de wereld gebeurt heeft een directe invloed op de relaties van de personages. Om met Tao te spreken: zoiets als de liefde is dus zowel een abstract probleem als een kwestie van meetkunde, van ruimtelijke relaties waarin fysieke afstand een tragische impact heeft. Dat is de reden waarom Dollar, het zoontje van Tao en Jinsheng, zich als jonge man in Australië zijn moeder niet meer kan herinneren.

De vraag of de werking van tijd werkelijk verandering brengt bepaalt vervolgens de hele film. Zo is de titel ironisch: bergen kunnen niet ‘vertrekken’, mensen wel. Het specifieke landschap van herinnering blijft dus onveranderd, vandaar dat iets kleins als een liedje – Go West, maar ook een Kantonese popsong die Tao lang geleden aan haar zoon liet horen – uiteindelijk grote betekenis krijgt: ‘(Together) We will go our way/ (Together) We will leave some day.’

Zoveel jaren na dat eerste dansje is er van ‘samenzijn’ niets meer over, niet voor het Chinese volk, niet voor Tao en Jinsheng en hun zoon. Ze zijn machteloos, slachtoffer van een lot dat bepaalt dat ze apart moeten leven. Het enige wat ze hebben zijn vage herinneringen, althans, voor wie geluk heeft, zoals de zoon. Voor Tao zijn de herinneringen een vloek. Ze zijn zoet, maar dat gevoel duurt net zo lang als een dansje in de sneeuw op de maat van een popsong van vijf minuten en drie seconden.

Te zien vanaf 24 maart

Beeld: Cinemien