Fragment uit Beigbeders anti-reclameroman

Liefde kost duizend gulden

Eigenlijk zou het zo moeten zijn: drama’s in de puberteit, luchthartigheid met dertig. Maar het omgekeerde is het geval volgens Frédéric Beigbeder. Daarom hebben mannen geen zin meer in liefde, en gaan ze naar de hoeren.

Dat wordt weer een slapeloze nacht. Sinds Sofie is vertrokken verveel je je altijd in het weekend. Je lijdt onder een gebrek aan leed. Je kijkt naar The Grind op MTV. Duizend meisjes in een bikini en een te kort T-shirt staan met hun kont te draaien op een enorme dansvloer in de openlucht, ongetwijfeld in South Beach in Miami. Gespierde blakamans staan eromheen met hun buiken die glimmende plakken chocola lijken. De uitzending gaat over niets anders dan over plastische schoonheid en technotranspiratie. Iedereen moet altijd eeuwig zestien zijn. Je moet mooi, jong, sportief, bruingebrand, lachend en swingend zijn. Uit je dak gaan is goed, maar gehoorzaam en gedisciplineerd, in de zon. Strakke kleding vereist.

The Grind, dat is een andere wereld, dat is het strand van de perfectie, de dans van de zuiverheid. Grind is Engels en betekent MALING. Dit georganiseerd jong zijn doet je denken aan Triumph des Willens van Leni Riefenstahl of aan de beelden van Arno Breker.

Af en toe op de achtergrond een meisje dat niet weet dat ze in beeld is en uitgeput begint te gapen. Maar dan rolt de camera naderbij en zodra zij de lens ziet wordt ze weer hitsig, neemt houdingen van een pornoactrice aan, sabbelt op haar vingers om haar would-be-onschuld te benadrukken. Een eindeloos uur lang kijk je naar dat badplaatsfascisme terwijl je coke snuift. Om geen bloedneus te krijgen druk je het poeder uitgebreid fijn op de spiegel met je creditcard. Je verandert de kristallen in poedersuiker. Hoe fijner het poeder, des te minder het de bloedvaten zal irriteren. Je leven staat op rails. Als je die met je massief gouden rietje opsnuift, gooi je je kop achterover om je voorhoofdsholte zo min mogelijk te belasten. Zodra je de smaak in je keel voelt, drink je een groot glas wodka-tonic om niet almaar te zitten niesen. Na hooikoorts luid jij een nieuwe ziekte in: cokekoorts (verschrompelde neusvleugels, lopende neus, zenuwtrekken met de kaak, een aangetaste creditcard met een wit geworden rand). Zo kom je het weekend door boven je theewater.

Drugs heb je op je af zien komen. Aanvankelijk heb je er alleen over horen praten: «We hebben het hele weekend Corinne genomen.»

Daarna waren het een paar vrienden van vrienden die ervan ronddeelden: «Wil je een witte neus?»

Zo zijn de vrienden van je vrienden je dealers geworden.

Daarna is een van hen gestorven aan een overdosis en de andere is in de bak beland. Aanvankelijk heb je het gebruikt om eens te proberen, af en toe, daarna om elk weekend de beest uit te hangen. Daarna om te proberen ook door de week nog weer te lachen. Daarna heb je vergeten dat het diende om te lachen, vond je het voldoende om het elke ochtend te nemen om gewoon te blijven, krijg je zin om te schijten als het versneden is met een laxeermiddel en jeukt je neus als het versneden is met strychnine.

Je hebt niet te klagen: als je geen poeder zou snuiven, zou je worden genoopt in fluorescerend groen te gaan bungeejumpen, of met bespottelijke kniebeschermers op rollerblades rond te rijden, of karaoke in een Chinees restaurant te doen, of racisme te bedrijven met skinheads, of fitness met voormalige schoonheden, of in je eentje in de lotto spelen, of in psychoanalyse te gaan op een divan, of poker te spelen met leugenaars, of internet, of sadomasochisme, of een vermageringskuur, of thuis zuipen, of in de tuin tuinieren, of langlaufen, of stedelijke filatelie bedrijven, of burgerlijk boeddhisme, of multimedia in zakformaat, of groepsgewijs inbreken, of anale seksfuiven. Iedereen heeft activiteiten nodig om zogenaamd te «ontspannen», maar je weet ook wel dat in werkelijkheid de mensen alleen maar proberen zich te redden.

Sinds je alleen woont, ruk je je veel te vaak af terwijl je naar een video kijkt. Je zit de hele tijd met stukjes Kleenex die aan je vingers kleven. Toen je Sofie op straat hebt gezet, heb je haar toch verteld dat je de voorkeur gaf aan hoeren.

«Ik ben je trouw: jij bent de enige die ik niet wil bedriegen.»

Hoe is dat ook alweer gebeurd? O ja, je zat met haar te eten in een restaurant toen ze plotseling aankondigde dat ze zwanger van je was. Die flashback is geen prettige herinnering. Plotseling een lange monoloog, niet te stuiten, uit jouw mond. Je bent tegen haar uitgevaren dat alle kerels ter wereld ervan dromen om tegen al hun zwangere vrouwen te kunnen zeggen: «Ik zou zo graag van je af willen… neem me niet kwalijk… ik smeek je, huil niet… ik droom maar van één ding, en dat is van echtscheiding… dan kan ik alleen creperen als een stuk stront… Donder op, ga ervandoor, bouw een nieuw leven op nu je nog mooi bent… ga ver van mij af… Ik heb het geprobeerd, geloof me, ik heb geprobeerd om mijn belofte te houden maar het lukt me niet… ik stik, ik kan niet meer, ik kan niet gelukkig zijn… Ik verlang naar eenzaamheid en naar one-night-stands… Ik wil als vrijgezel in vreemde steden rondlopen… Ik ben niet in staat een kind op te voeden want ik ben er zelf een… Ik ben mijn eigen zoon… Elke ochtend schenk ik mijzelf het leven… Ik heb geen vader gehad, hoe wil je dan dat ik er een kan zijn… Ik wil je liefde niet… Ik…»

Dat waren te veel frasen die met «ik» begonnen. Sofie repliceerde: «Jij bent monsterlijk.»

«Als ik een monster ben en je houdt van me, dan ben je dus net zo stom als de verloofde van Frankenstein.»

Sofie heeft je van kop tot teen opgenomen, is toen van tafel opgestaan om uit je leven weg te lopen, terwijl ze haar adem inhield. En raar genoeg, toen ze snikkend vertrok, toen besefte je opeens dat jij het eigenlijk was die vluchtte. Jij hebt ingeademd en uitgeademd, je voelde die «lafhartige opluchting» die op alle scheidingen volgt, je hebt op de papieren placemat geschreven: «Breuken zijn het kleingeld van de liefde» en ook: «Wat mensen verliefdheid noemen, dat noem ik: angst om uit elkaar te gaan» en ook nog: «Vrouwen, dat is altijd hetzelfde: ofwel ze kunnen je niks schelen, ofwel je bent bang voor ze.» Als ze jou iets kunnen schelen, dan wil dat zeggen dat je doodsbenauwd bent.

Als een meisje haar vriendje vertelt dat ze in verwachting is van hem, dan is de vraag die die jongen zich ONMIDDELLIJK stelt niet «Wil ik dat kind?», maar «Blijf ik bij dat meisje?»

Uiteindelijk is vrijheid een moeilijk moment dat voorbijgaat. Die avond heb je besloten om terug te gaan naar de Bar Biturique, jouw favoriete bordeel. In Frankrijk zijn er zogenaamd geen bordelen meer, maar alleen al in Parijs zijn er goed vijftig. Daar dragen alle meiden je zodra je binnenkomt op handen. Ze hebben twee grote kwaliteiten:

1) Ze zijn mooi.

2) Ze zijn niet van jou.

Je bestelt een fles champagne, geeft een rondje, en plotseling zitten ze je haren te strelen, je nek te likken, duwen hun nagels onder je hemd, wrijven over je gulp, die omhoogkomt, fluisteren zalige schunnigheden in de holte van je oor: «Je bent lief, ik heb zin je af te zuigen. Sonja, kijk eens hoe mooi hij is! Ik wil zijn kop zien als hij klaarkomt in mijn mond. Ik stop zijn hand in mijn slip, dan kan hij voelen hoe nat ik ben. Mijn hele klit hangt te trillen, daar, voel je met je vinger hoe dat klopt?»

Jij gelooft ze op hun woord. Je vergeet dat jij ze betaalt. Diep in jezelf weet je ook wel dat Pamela Pientje heet, maar zolang je niet bent klaargekomen kan dat je niets schelen. Daar ben je opeens de haan in een luxe kippenhok. In het souterrain van de Bar Biturique zit je te lebberen aan siliconentietjes. Ze bemoederen je. Lange tongen glijden over je gezicht. Hardop rechtvaardig je jezelf: «Om je wagen te laten repareren, kun je hem het beste naar een garage brengen. Om je huis te laten bouwen, kun je het beste contact opnemen met een goede architect. Als je ziek wordt, heb je er belang bij om een competente arts te consulteren. Waarom zou de lichamelijke liefde dan het enige gebied zijn waarop je geen beroep zou doen op specialisten? Wij hoereren allemaal; 95 procent van de mensen zou platgaan voor drieduizend gulden. De eerste de beste meid pijpt je zonder twijfel vanaf de helft daarvan. Ze zal het niet spontaan doen, ze zal er ook niet prat op gaan tegenover haar vriendinnen, maar volgens mij kun je vanaf vijftienhonderd met haar doen wat je wilt. En zelfs ook al voor minder. Je kunt hebben wie je wilt, het is alleen een kwestie van tarief: zouden jullie een pijpbeurt voor drie ton, tien ton, een miljoen weigeren? Meestal is liefde iets achterbaks: mooie meiden worden verliefd (oprecht, geloven ze zelf diep in hun hart) op jongens die als bij toeval bulken van het geld en ze naar alle waarschijnlijkheid een mooi luxe leventje kunnen bieden. Is dat niet precies hetzelfde als wat hoeren doen? Jawel.

Pamela en Sonja zijn het eens met je redenaties. Ze zijn het altijd eens met je briljante theorieën. Soort zoekt soort — ook jij bent verkocht aan het grootkapitaal.

Daar komt nog bij dat die hoertjes als enigen nog in staat zijn jou een stijve te bezorgen, zelfs al heb je je neus volgepropt en een condoom over je snikkel, op het moment dat jij alleen nog maar in staat bent te stamelen: «Kijk niet naar het rietje in de neus van de buurman maar naar de balk die in mijn broek zit.»

Jij hangt de geblaseerde provo uit, maar zo ben je niet. Jij gaat niet uit cynisme naar prostituees, o nee, integendeel, dat doe je omdat je bang bent voor de liefde. Zij bieden seks zonder gevoel, plezier zonder pijn. «Het ware is een moment van het valse», heeft Guy Debord geschreven — in navolging van Hegel — en die was intelligenter dan jij. Die frase beschrijft heel goed de atmosfeer in bars met gastvrouwen. Met prostituees is het valse een moment van het ware. Je bent eindelijk jezelf. In gezelschap van een zogenoemd «normale» vrouw moet je moeite doen, je opvijzelen, je beter voordoen, dus liegen: het is de man die de hoer maakt. Terwijl de man zich in het bordeel kan laten gaan, niet meer probeert te bevallen, zich beter te tonen dan hij is. Het is de enige valse plek waar hij eindelijk waar is, zwak, mooi en kwetsbaar. Je zou een roman moeten schrijven met als titel Liefde kost duizend gulden.

Meisjes van plezier kosten je een hoop, maar het doel is besparing. Je bent veel te veel een watje om het risico te kunnen lopen nog eens verliefd te worden met alles wat eraan vastzit: hartkloppingen, grote emotie, plotselinge teleurstelling, het Hijgend Hert. Voor jou is niets romantischer dan naar de hoeren gaan. Alleen waarlijk gevoelige mensen hebben de behoefte te betalen, om het risico van leed te vermijden.

Voorbij de dertig wapent iedereen zich: na een paar keer liefdesverdriet ontwijken vrouwen het gevaar en gaan uit met ouwe zakken die hen geruststellen. En de mannen hebben geen zin meer in liefde, die gaan op zoek naar lolita’s of naar temeiers, iedereen kruipt in zijn schulp, niemand wil ooit nog belachelijk of ongelukkig zijn. Je betreurt de tijd waarin liefde nog geen zeer deed. Op je zestiende had je afspraakjes met meisjes en je maakte het uit met ze of zij maakten het uit met jou, maar dat was niet erg, in twee minuten was de zaak gepiept. Waarom is alles later zo zwaarwichtig geworden? Eigenlijk zou het omgekeerde het geval moeten zijn: drama’s in de puberteit, luchthartigheid met dertig. Maar dat is niet het geval. Hoe ouder je wordt, des te meer je een watje wordt. Als je 33 bent neem je jezelf veel te serieus.

Daarna, als je naar huis gaat, neem je een lexotaantje en droomt niet meer. En pas dan, arme jongen, lukt het je, een paar uur lang, Sofie te vergeten.

Dit is een fragment uit Frédéric Beigbeders roman € 14,99, die binnenkort in Nederlandse vertaling verschijnt bij De Geus.