Dit artikel is onderdeel van Het Groene Lab.

Het Groene Lab is de kweekvijver van De Groene en publiceert verhalen en essays van jong talent. Iets insturen? Mail ons via lab@groene.nl.

‘Liefde maakt niet blind’

‘Is het onethisch om eerder hulp te geven aan je eigen familie en buren dan aan hulpbehoevenden ver weg?’, vroeg Xandra Schutte zich af in De Groene. Volgens moraalfilosofe Katrien Schaubroeck hoeven we niet te kiezen tussen liefde en moraal: ‘Dat de moraal een onpartijdig standpunt vereist is een misvatting.’

Het was de dag na 13/11 en Facebook kleurde blauw-wit-rood. Met een simpele klik kon je je medeleven tonen met de slachtoffers en nabestaanden. Critici buitelden over elkaar heen: we rouwen om Parijs maar om Beiroet laten we geen traan. We zouden onpartijdig moeten zijn tegenover onze medemens en ons hart lijkt daarin geen goede morele raadgever. Dit sluit aan bij de overheersende gedachte in de filosofie maar schrijfster en filosofe Katrien Schaubroeck vormt een uitzondering. In 2013 kwam haar boek The Normativity of What We Care About uit. Momenteel werkt ze aan een volgend stuk: Liefde, redenen en moraal. Ze illustreert de spanning tussen liefde en moraal met een bekend gedachte-experiment van moraalfilosoof Bernard Williams.

‘Beeld je in. Twee mensen staan op het punt te verdrinken. De een is je geliefde, de ander een vreemde. Je kan en mag er maar één uit het water redden. Wat doe je? Uiteraard, je springt zonder na te denken het water in en redt je geliefde. De vraag of dit ook moreel toelaatbaar is volgens Williams “one thought too many”. Er zijn nu eenmaal redenen voortkomend uit liefde die de moraal overreden. Dit brengt hem tot de conclusie dat liefde losstaat van de moraal. De moraal zou een onpartijdig standpunt vereisen.

Dit soort voorbeelden zijn ongetwijfeld te bedenken, maar het leidt ons af van iets dat algemener en dieper waar is. Mensen zijn gevoelig voor moraal juist doordat ze in staat zijn lief te hebben. Het idee dat we een abstractie moeten maken van persoonlijke kenmerken voor het morele standpunt is een misvatting. In de liefde zien we hoe uniek en waardevol iemand is en dit besef hebben we nodig om moreel te kunnen handelen.’

Liefde maakt dus niet blind. Het idee dat liefde de rationele blik benevelt en ons oordeelsvermogen kleurt is volgens Schaubroeck onjuist. Het is juist een kwestie van echt kijken, van de werkelijkheid zien voor wat ze is. ‘Liefde, of vriendschap, nodigt inderdaad uit tot een andere benadering van de feiten, namelijk een benadering die gepaard gaat met nauwgezette aandacht, oprechte interesse, empathie en sympathie – wat conflicteert met de veel vaker geprezen houding van neutraliteit en afstandelijkheid. Het is het standpunt waarin je genereus en welwillend de feiten observeert, waarin je je eigen belangen, je zelfmedelijden, je genotzucht, uitschakelt.’

Het is de liefde en niet de afstandelijkheid die onthult. De verliefde ziet de lach, niet de rimpels, omdat diegene kijkt naar wat er echt toe doet. Een ander voorbeeld doet zich voor aan de kassa van de supermarkt. ‘Wanneer het je eigen kind is dat begint te jammeren, denk je: “Ach, het is moe, we moeten dringend naar huis.” Maar wanneer het een kind van iemand anders is, achter jou in de rij, dan vind je het een verwend kind. Waarom zou juist het liefdevolle standpunt ons oordeelsvermogen benevelen?’

Het is de liefde en niet de afstandelijkheid die onthult

Goed nieuws voor de mens. We hoeven onze empathische neigingen niet meer te negeren om te kunnen voldoen aan de eisen van een onpartijdige moraal. Gelukkig maar, want dat is ons nooit gemakkelijk afgegaan. Zoals primatoloog Frans de Waal al stelde behoort morele onpartijdigheid gewoonweg niet tot het biologische keuzemenu: ‘Er is een spanning tussen de empathische neigingen die wij van nature hebben, en het streven om een objectief moreel systeem te bouwen.’ Empathie maakt ons dan ook tot morele wezens volgens hem.

Empathie echter niet de kern van de moraal, bemerkt Schaubroeck. Onze empathie is begrensd. Op de pijn van een geliefde reageren we in het brein net zoals op onze eigen pijn. Maar dit gaat niet op bij mensen die we niet als gelijken zien of gewoonweg niet zien. Empathie maakt ons hypocriet. Kijk maar naar de kleuren van onze profielfoto’s. Maar onpartijdigheid is volgens haar niet de oplossing. ‘Je kunt je niet wegstoppen achter het feit dat je gewoon geen medeleven of liefde voelt voor een vreemde op de bus. Er zit iets in liefde dat te maken heeft met wilskracht en een beslissing. Het is niet enkel een emotie die je overvalt. Zo zou je ook moeten proberen een vreemde te zien als een uniek en onvervangbaar persoon. Een liefdevolle blik kan je doen inzien dat ook deze persoon een geliefde is van iemand; iedereen is worthy of love. Dit inzien is iets anders dan kunnen voelen wat iemand voelt. Daarom spreek ik liever van sympathie dan empathie.’

Ook dit heeft volgens haar te maken met beter kijken: ‘Het idee dat die vreemde aan de andere kant van de wereld niets met ons te maken heeft, klopt gewoon niet. We zijn allemaal verbonden met en afhankelijk van elkaar. In een geglobaliseerde wereld kan de vroeger onzichtbare ander ineens heel dichtbij komen. En dat is ook maar terecht. We delen dezelfde aardbol en we kunnen het maar beter zo aangenaam mogelijk voor elkaar maken.’

De juiste houding is er dan ook een van naastenliefde. Net als romantische liefde is naastenliefde volgens Schaubroeck een manier om ‘uit jezelf te komen en de ander echt te zien’. Gesteld voor zo’n artificiële keuze als in het gedachte-experiment moeten we volgens haar niet proberen beide drenkelingen onpartijdig te benaderen. Net zo min zouden we alleen onze geliefde liefdevol moeten benaderen. ‘Natuurlijk red je je geliefde, maar de moreel juiste houding vereist ook dat je inziet dat die ander in het water evengoed waardevol is. Het gevoel van verdriet en verontschuldiging voor de ander waar je net zo goed verbonden mee bent, hoort erbij.’ Het is niet onethisch eerder je familie te helpen dan hulpbehoevenden ver weg, maar ook vreemden moeten we benaderen vanuit een liefdevol standpunt dat ons uit de waan trekt dat we met hen niks te maken hebben.

Liefde en moraal hebben dus meer gemeenschappelijk dan we doorgaans denken. ‘Beide doorbreken het eigenbelang. En het mooie is dat we ons hier vaak ook nog eens gelukkig bij voelen.’ Dit ondergraaft volgens Schaubroeck niet het idee van altruïsme. ‘Dat het zorg dragen voor anderen en bekommerd zijn om elkaar zo hecht verweven is met ons goed voelen, is alleen maar heel fijn. We moeten het niet gebruiken als cynische reductie van het morele leven, maar zien als een talent van de mens.’

We hoeven niet te kiezen tussen liefde en waarheid, of liefde en moraal. Red met een gerust hart je geliefde uit het water, maar toon uit naastenliefde berouw om de ander die het net zo goed had kunnen zijn.


Beeld: Still uit The Lobster ( flickreel.com)