Film

Liefde na de dood

Film: The Constant Gardener van Fernando Mereilles

Een man die verliefd wordt op zijn vrouw na haar dood – dat is de tragiek van Justin Quale. In haar dood vindt hij de zin van zijn leven. Zij stelt hem ertoe in staat in het reine te komen met zichzelf; zij biedt hem vanuit het dodenrijk de mogelijkheid zichzelf te verlossen van de destructieve richting die hij was ingeslagen. Zij wordt alles voor hem. Hij zegt: «Zij is het huis waarin ik woon.»

In The Constant Gardener van de Braziliaanse regisseur Fernando Mereilles, naar de roman van John Le Carré, komt de verlossing van Justin Quale pas in het laatste deel van de film. En toch zegt dat niets over hoe het verhaal afloopt. Het einde is namelijk verpletterend.

Met The Constant Gardener laat Mereilles, bekend van de adem benemende Braziliaanse gangsterfilm Cidade de Deus (2002), zien dat het bij een literatuur verfilming niet gaat om «trouw blijven» aan het origineel. Interessanter is als de cineast een eigen, visuele draai geeft aan de tekst van de schrijver. Dat gebeurt in deze film: de beelden van de sloppenwijken in Nai robi en van de afgelegen gehuchtjes op het platteland bezitten een soort echtheid, een soort waarheid over de textuur van de lichtval in Afrika. De beelden zijn schel, bijna overbelicht, hier en daar rood en geel en groen gekleurd. Deze «in for ma tie» staat niet in de roman van Le Carré, maar zij is cruciaal in het verhaal dat de schrijver vertelt. Zo bezien «verbetert» Mereilles Le Carré.

In The Constant Gardener raakt de beroepsdiplomaat Justin Quale (Ralph Fiennes) verliefd op de be roepsquerulant Tessa (Rachel Weisz). Ze trouwen. Wanneer Jus tin in Nairobi wordt gestationeerd, is Tessa in haar element. Nu kan zij zich uitleven in haar passie voor ontwikkelingssamenwerking in de Derde Wereld. Onvermijdelijk stuit ze op corruptie waarbij de Nigeriaanse en Britse regering en grote farmaceutische bedrijven betrokken zijn. Deze ontdekking kost haar haar leven.

Het verhaal draait om moord, mysteries en complotten. En Le Carré is een meester in het schrijven van spannende dialogen vol dubbele betekenissen. In zijn roman weet hij de lezer bovendien goed om de tuin te leiden met wisselende vertelperspectieven. Zodoende identificeert de lezer zich eerst volledig met een personage, waarna blijkt dat het in werkelijkheid gaat om iemand die pathetisch en schurkachtig is.

Op dit punt wint de roman het weer van de film. In de cinematografie is het kennelijk te confronterend om de kijker volledig in de huid van een slechterik te laten kruipen. Dan maar de kant kiezen van de ontnuchterde man die pas na de dood van zijn vrouw door krijgt hoe geweldig zij was. Maar maakt dat hem dan toch slecht? Kon hij niet eerder weten dat zij als een engel in Afrika is? Misschien wel. En dat maakt zijn liefde voor haar, postuum, des te tragischer.

Te zien vanaf 17 november