Een goed romantisch boek

Liefde overwint altijd

Nicole Krauss

De geschiedenis van de liefde

Vertaald door Rob van der Veer

Anthos, 293 blz., € 19,95

In De geschiedenis van de liefde vertelt de Amerikaanse schrijfster Nicole Krauss de geschiedenis van een roman. Of preciezer gezegd: ze beschrijft de lot ge vallen van een manuscript en de gevolgen die de gang van dit manuscript heeft voor de uiteenlopende levens van een aantal mensen. Een romantisch gegeven dat in de bekwame handen van Krauss, van wie twee jaar geleden in Nederlandse vertaling de roman Man komt kamer binnen verscheen, uitgroeit tot een romantisch boek dat zijn titel alle eer aandoet.

Met groot compositorisch vernuft heeft de schrijfster haar verhaal in elkaar gestoken. In eerste instantie volgen we het levensverhaal van de zeventigjarige Leo Gursky, die als jongeling uit Polen vluchtte voor de Duitsers en na vele omzwervingen in New York be landde. Tot hij een hartaanval krijgt, oefent hij het beroep van slotenmaker uit, simpelweg omdat het enige familielid dat hij in Amerika kende ook slotenmaker was. Bevangen door de angst ongezien te sterven, geeft hij zich op als naaktmodel voor een tekenopleiding. Ondertussen wordt duidelijk dat hij schrijft aan een boek dat de titel Woorden voor alles moet krijgen, dat hij een bovenbuurman heeft die Bruno heet en die een oude jeugdvriend van hem is, dat hij de liefde van zijn leven door een ongelukkige samenloop heeft verspeeld, en dat zijn nooit gekende zoon een beroemde schrijver is geworden.

Het verhaal dat in tweede instantie wordt verteld, is dat van de vijftienjarige Alma Singer. Haar voornaam heeft ze te danken aan het hoofdpersonage van het boek dat de titel De geschiedenis van de liefde draagt. Haar vader kocht dit Spaanstalige boek in een obscuur winkeltje in Buenos Aires en stuurde het op naar het meisje op wie hij verliefd was, en die dus later Alma’s moeder zou worden. Als hij had kunnen schrijven, zo verklaarde hij, dan had hij dit boek voor haar geschreven. Als haar vader aan kanker sterft, Alma is dan zeven, besluit zij dat het haar taak is haar moeder weer gelukkig te maken. Een andere man komt er echter niet in, want haar moeder heeft besloten trouw te blijven aan haar grote liefde. Als haar moeder, ge renommeerd vertaalster van met name Spaanse poëzie, via de post een particulier verzoek bereikt om De geschiedenis van de liefde te vertalen in het Engels, is dat een magische ge beurtenis. Al zou ze er geen geld voor krijgen, dan nog zou ze de opdracht met beide handen aannemen om dit boek, dat zo’n belangrijke rol in haar leven speelde en waarvoor ze überhaupt ooit het Spaans machtig werd, te mogen vertalen. Alma wordt gesterkt in de gedachte dat in het boek, de schrijver daarvan en in de identiteit van de geheimzinnige op drachtgever de sleutel ligt tot de kennis van haar vader en de mogelijkheid haar moeders eenzaamheid op te heffen. De lezer voelt ondertussen op zijn klompen aan dat het verhaal van Leo Gursky ergens moet raken aan dat van Alma Singer, maar weet nog niet helemaal hoe. Tot het laatste moment houdt de schrijfster het spannend hoe de beide verhaallijnen uiteindelijk met elkaar verweven zijn.

Afgaand op de ontwikkeling van de plot zoals hierboven summier aangeduid – Krauss haalt in haar roman veel meer overhoop, van de jeugdjaren van Gursky in het Poolse stadje Slonim, zijn naspeuringen naar de verloren geliefde in New York en zijn onbeholpen pogingen in contact te komen met zijn zoon, tot de eerste zoenen van Alma met haar Russische penvriend, de vaste overtuiging van het broertje van Alma dat hij de Messias is en de gevolgen dáár weer van – zou je voor hetzelfde geld met een draak van een boek te maken kunnen hebben. Dat De geschiedenis van de liefde die draak niet is, ondanks de onmiskenbaar troostende boodschap dat liefde overwint, altijd, heeft met twee dingen te maken, of eigenlijk met drie:

Krauss’ schrijfstijl, die helder en precies is, en net een tikkeltje ironisch, waardoor het verhaal nergens sentimenteel of vervelend jankerig wordt, maar driehonderd bladzijden lang bewonderenswaardig licht blijft; haar vermogen nieuwe woorden te vinden voor het gemeenschappelijke trauma waaronder haar personages sinds de Tweede Wereldoorlog gebukt gaan, en die op een zeer vanzelfsprekende ma nier in hun mond te leggen. Zo droefgeestig en berustend als de stem van Gursky is (als hij na de oorlog verneemt wat er met zijn ouders, zus sen en broers is gebeurd, accepteert hij die waarheid niet, maar leert er wel mee leven «alsof je met een olifant samenleefde. Zijn kamertje was heel klein, en elke ochtend moest hij zich om de waarheid heen wringen om alleen maar in de badkamer te kunnen ko men»), zo levendig is de jonge Alma, vastbesloten om in de geest van haar vader een sur vivalgids te schrijven. Haar relaas, opgebouwd uit genummerde statements en doorspekt met fragmenten uit het boek waar het allemaal om draait, De geschiedenis van de liefde, is een roman op zichzelf; het feit dat de roman meer lagen bevat dan je op het eerste gezicht kunt zien. Pas als je het boek uit hebt, en er nog eens over nadenkt, besef je dat het hele verhaal van de liefde is gegrondvest op een tamelijk afschuwelijke ge schiedenis van onmacht en verraad, en zelfs dan heb je het gevoel de portee van dit verhaal nog niet helemaal te kunnen overzien.

Afgezien van alles is De geschiedenis van de liefde een roman over schrijverschap: over rivaliteit, over oorspronkelijkheid versus middelmaat, en over de ongewisse toekomst van een boek dat net zo makkelijk in de versnipperaar kan belanden als tot leven gewekt kan worden in de juiste lezershanden. In Krauss’ verbeelding staat zo’n boek eerst een tijdje stof te vangen op de planken van een boekhandel, ingeklemd tussen een lijvige biografie van een tweederangs actrice en een ooit succesvolle roman van een inmiddels vergeten schrijver. Daarna ligt het te verschimmelen in een vochtig magazijn, waarna het samen met een zootje lotgenoten per doos wordt verzonden naar een klein tweedehands zaakje, toevallig niet ver van het huis van de schrijver Jorge Louis Borges. Niet dat Borges dat boekwinkeltje nog gaat bezoeken; hij is immers blind en heeft voor zijn leven genoeg gelezen. Wie het boek wél ter hand neemt, is de eige nares van de winkel die alle boeken die ze goedkoop heeft opgekocht zorg vuldig uitpakt. Geïntrigeerd door de titel leest ze het eerste hoofdstuk en alras leest ze het boek helemaal uit. Een beetje weemoedig dat ze er afstand van moet doen, legt ze het in de etalage, waaruit het na enige tijd wordt op gepakt door een rugzaktoerist, wiens leven na het lezen van dit boek nooit meer hetzelfde zal zijn. Krauss vertelt met De geschiedenis van de liefde niet alleen het troostrijke verhaal van liefde, trouw en vergeving, haar roman zegt ook iets over de overlevingskracht van literatuur, zeker van literatuur die uit liefde geschreven is.