Nederlandse christenen en hun zendingsdrang

Liefde voor de joden

Sinds de Tweede Wereldoorlog verkondigt de Nederlandse ‹Bible Belt› haar liefde voor de joden. Maar de motivatie om steun te geven aan joodse projecten en Israël ligt vaak in het begrip zending. «Als je maar zoveel mogelijk joden bekeert, bespoedig je de terugkomst van Jezus.»

De huidige oorlogsellende in Israël overkomt de joden omdat zij niet geloven in Jezus Christus, luidt het hoofdredactioneel commentaar van het Reformatorisch Dagblad — de krant van conservatief-christelijk Nederland — tijdens Pasen 2002, net na het uitbreken van het recente geweld in Israël. In negentiende-eeuwse taal staat er: «Dat er nadien Een is geweest Die niet alleen het verderf inhield als hij bloed zag, maar zelfs het verderf overwon, weigert het Joodse volk tot op de dag van vandaag te geloven. En toch zal het alleen dan rust en veiligheid vinden als ze dat gaan geloven.» Hier klinkt een donderpreek die in joodse kring al snel de herinnering oproept aan de vijandige houding van de kerk tegenover de joden door de eeuwen heen.

Pee Koelewijn, voorman van de organisatie Christenen voor Israël, vindt dat het Reformatorisch Dagblad met dit hoofdredactioneel commentaar «op een schandalige wijze over de schreef gaat. Hier wordt tegen de joden gezegd: omdat jullie niet geloven in Jezus, overkomt jullie dit. Dat is natuurlijk klinkklare onzin. Het is echter een gedachtegang die je geregeld tegenkomt in orthodox-christelijke kring en dus ook in het Reformatorisch Dagblad.»

Christenen voor Israël is — met naar eigen zeggen zeventigduizend donateurs — de grootste Nederlandse, christelijke organisatie die zich richt op het jodendom. Zij zet zich sinds 1980 in voor steun vanuit de christelijke gemeenschap aan Israël en de joden in het algemeen. De organisatie spreekt zich openlijk uit tegen zending onder joden, ondanks pleidooien daarvoor vanuit de orthodox-christelijke en evangelische kring — een belangrijk deel van de achterban. Koelewijn: «We horen nogal eens kritiek op ons standpunt tijdens bijeenkomsten en in brieven, maar wij willen op geen enkele wijze zending onder joden bedrijven. Wij respecteren de joden en hun religie en willen ze helpen waar dat kan. Vanwege al hetgeen wat de christenen in de afgelopen eeuwen de joden hebben aangedaan — tot in de Tweede Wereldoorlog — willen we de joden nu helpen en steunen waar dat kan.» Dat betekent ook volledige steun aan de recente acties van de Israëlische regering in het gebied van de Palestijnse autoriteit. «Het is verschrikkelijk dat er doden bij deze acties vallen, waarschijnlijk ook onschuldige mensen, maar dat is het risico dat Arafat over zich heen heeft geroepen», aldus Koelewijn.

Naast het geven van openlijke steunbetuigingen aan Israël zette de organisatie de afgelopen jaren verschillende hulp- en geldinzamelingsacties op. Bijzonder in het oog springt de actie Breng de Joden Thuis, die startte in 1997. Voor dit project werkt Christenen voor Israël samen met de Engelse organisatie Good News Travels, die joden in de voormalige Sovjet-Unie opspoort en aanmoedigt om naar Israël te emigreren. De drijfveer hiervoor ligt in «het Bijbelse plan van God met de joden», waarvoor zij moeten terugkeren naar Israël, maar ook in het aanwezige antisemitisme in de voormalige Sovjet-Unie. De afgelopen jaren zouden zo’n 65.000 joden naar Israël zijn gebracht.

In het maandblad van Christenen voor Israël legt Koelewijn uit dat het vervoeren van een jood naar Israël 180 gulden kost. Voor elke weggebrachte jood krijgen donateurs een certificaat met daarop hun eigen naam en de naam van de jood in kwestie. Vindt Koelewijn dat wel smaakvol? «Kijk, donateurs hebben zo een bewijs en dat is gewoon leuk voor ze. Sommigen hebben wel twaalf van die certificaten. Mensen kunnen zo’n certificaat thuis ophangen aan de muur. Het motiveert ze. Daar is niets mis mee.»

Simon Schoon, bijzonder hoogleraar aan de Theologische Universiteit te Kampen, is gespecialiseerd in de verhouding tussen het jodendom en christendom. Hij is tevens predikant bij een gereformeerde Samen-op-wegkerk in Gouda. Gedurende twaalf jaar zat hij in het bestuur van de Anne Frank Stichting en in 1981 was hij medeoprichter van het OJEC, het overlegorgaan voor joden en christenen in Nederland. Volgens Schoon hebben acties als Breng de Joden Thuis alles te maken met de verwachting in orthodox-christelijke kringen dat Jezus Christus spoedig zal terugkeren op aarde. «Ze hebben een sterke eindtijdverwachting. In dat eindtijdscenario speelt Israël een beslissende rol. Wanneer de joden nu maar gehoorzaam zijn aan het plan van God, zal Jezus terugkeren en bekeren alle joden zich tot hem. Maar een alternatief scenario heeft ook veel steun: als je maar zoveel mogelijk joden bekeert, bespoedig je de terugkomst van Jezus. Het blad van Christenen voor Israël gaat daar ook altijd over. Alle joden moeten eigenlijk naar Israël toe. Joden die hier blijven zijn ongehoorzaam aan het plan van God. Ze slepen ze er zelfs naartoe vanuit de Oekraïne. Dat doen ze allemaal echt niet alleen vanwege de armoede en ellende daar. Groepen als Christenen voor Israël staan daarom voor de meest rechtse opvattingen. Zo ontvingen ze in maart nog de extreem conservatieve Benny Elon, de Israëlische minister van Toerisme die aftrad omdat hij het kabinet van Sharon te links vond. Met een groot koor zongen ze psalmen voor hem. Met gebeden zegenen ze Netanjahoe en Sharon omdat ze willen dat het land zo groot mogelijk is zodat daar zoveel mogelijk joden in kunnen.»

Koelewijn: «Wat de heer Schoon hier allemaal stelt is pure onzin. Ik heb bij dit werk nooit de intentie gehad om de wederkomst van Jezus te bevorderen. Het is me wel vaker voor de voeten geworpen, maar daar heb ik nog nooit aan gedacht en ik hoor het ook niet in mijn omgeving. Ik heb het weleens gehoord bij Amerikaanse zendelingen.»

Veel orthodox-christelijke organisaties steken veel tijd en energie in het ophalen van geld voor doelen met betrekking tot het jodendom. In de talloze evangelisch getinte kranten en tijdschriften worden oproepen gedaan om geld te geven voor onder meer de renovatie van synagogen, joodse weeshuizen in de Oekraïne en voor het Joods Nationaal Fonds. Daarbij wordt impliciet of expliciet de wenselijkheid van de bekering van joden bepleit. Gematigde kerken zoals de Samen-op-wegkerken hebben hierop veel kritiek. Zij bepleiten sinds de Tweede Wereldoorlog terughoudendheid ten opzichte van de joden en verwerpen zending onder joden. Maar ook binnen conservatief-christelijke kringen bestaan felle discussies over wat je wel en niet (openlijk) kunt zeggen over joden, de holocaust en «het plan van God met de joden».

Vanuit de Nederlandse Bible Belt kijkt men dan ook met gemengde gevoelens terug op de wijze waarop media en justitie in de jaren tachtig reageerden op het echtpaar Goeree, dat werd veroordeeld wegens hun uitspraak dat de joden de holocaust aan zichzelf te wijten hadden. In het Reformatorisch Dagblad vroeg men zich af of met de veroordeling van de Goerees ook niet een aanval was ingezet op het conservatief-christelijke volksdeel als geheel. Toen onlangs Jenny Goeree — inmiddels gescheiden van haar man — opnieuw in opspraak kwam door het doen van antisemitische uitspraken, benadrukte de evangelische krant Uitdaging dat ook eerdere veroordelingen van Jenny Goeree in christelijk Nederland «met fronsende wenkbrauwen werden ontvangen».

Een voorbeeld van een organisatie die zich sterk maakt voor zending onder joden, is de christelijke organisatie Oosteuropa-zending met naar eigen zeggen dertigduizend donateurs. Oosteuropa-zending houdt zich sinds 1967 bezig met onder meer evangelisatie, het opzetten van ziekenhuizen en verlenen van hulp aan bejaarden over de hele wereld, met de nadruk op de voormalige Oostbloklanden. De organisatie richt zich daarbij ook op de daar aanwezige joodse bevolking, veelal bejaarden. Matthias van der Weide, directeur van de organisatie, deelt de verontwaardiging over de veroordelingen van de Goerees. Dat gaf hij in februari aan in het Nieuw Israelietisch Weekblad (NIW). Aanleiding voor het artikel was het verzoek van Oosteuropa-zending om een evangeliserende advertentie in het NIW te plaatsen. Dit weigerde het NIW. In het artikel toonde Van der Weide hierover zijn ongenoegen en gaf te kennen dat hij de vijandigheid vanuit joodse kring jegens zending niet op zijn plaats vindt. De zwarte bladzijden uit de geschiedenis van de kerk beschouwt hij niet als een dwingende reden om de zendingsijver tegen joden te matigen. Van der Weide: «Als iemand een blauwe plek heeft doordat hij is gevallen, moet je hem beetpakken bij die pijnlijke plek. Ik vind niet dat je als een olifant in een porseleinkast bezig moet zijn, maar ik vind ook niet dat je, omdat de patiënt begint te gillen, moet zeggen: ‹Nou, dan krijg je maar geen medicijn, want je lust het niet.›» Hij stelde dan ook dat het «afgelopen moet zijn met de afkerigheid tegen het begrip zending» bij de joden.

Over de holocaust zei Van der Weide: «Ik vermoed dat het lijden van die zes miljoen joden de redding is van veel meer anderen. Voor die mensen is het natuurlijk een troost wanneer ze horen: ‹Je hebt dat moeten ondergaan, maar daardoor zijn er wel honderd anderen gered.› Dan zeggen die mensen: ‹In dat geval heb ik dit het wel waard gevonden.›» Daarnaast stelde Van der Weide: «De joden in de kampen kozen ervoor te overleven en een ander de oven in te schuiven. Ze redden hun eigen hachje.»

Denkbeelden als deze zijn volgens Schoon absoluut geen uitzondering in evangelische en conservatief-christelijke kringen. Hij schat de nog steeds groeiende groep van orthodox-christelijke en evangelische mensen op ongeveer een klein miljoen. «Ik wist allang dat deze denkbeelden in die kringen bestaan, maar ook naar orthodox-christelijke maatstaven formuleert Van der Weide zijn mening hier op een extreme wijze. Dat vind ik wel verbazingwekkend.»

Toch zijn de uitspraken volgens Schoon wel degelijk te plaatsen in de context van de opvattingen van de evangelische en de orthodoxe christenen. «Veel van deze christenen vinden dat de ellende die het joodse volk door de eeuwen heen overkwam, deel uitmaakt van de plannen van God. Diep in hun hart zullen ze ook vinden dat de oorzaak van de holocaust en andere ellende ligt in het feit dat de joden Jezus hebben gekruisigd. Ook de gemiddelde EO’er is voorstander van zending onder de joden. Lang niet altijd zal die deze standpunten regelrecht voorstaan. Dit komt doordat men zich in EO-kringen wel bewust is van de historische fouten die gemaakt zijn tegenover het joodse volk. Bovendien kennen ze de jurisprudentie in Nederland over wat je kunt zeggen over dit onderwerp.»

Tot enkele decennia terug hield negentig procent van de christenen er dezelfde standpunten op na als orthodox-christelijke groeperingen, legt Schoon uit. Volgens hem is in de grote meer gematigde hervormde en gereformeerde kerken de afgelopen 25 jaar veel veranderd. Schoon: «In de kerkorden van deze kerken is vastgelegd dat ze geen enkel missionair oogmerk ten aanzien van joden meer hebben. Ook in de rooms-katholieke kerk is er sinds het Vaticaans Concilie op dit gebied veel veranderd. De gewone leden van de kerken passen hun standpunten in een lager tempo aan dan de kerkorden, maar ik ben ervan overtuigd dat het binnen tien tot twintig jaar ook definitief op het grondvlak van de kerk is veranderd. Maar juist vanuit rechts-christelijke en evangelische kringen ontvangen veel joodse instellingen grote sommen geld. Zeker ook in Israël neemt men dat geld vaak wel heel blijmoedig aan, terwijl ik vind dat joodse kringen in binnen- en buitenland best weleens kritisch mogen kijken naar waar dat geld vandaan komt. Ze mogen zich weleens afvragen met welke ideeën die giften gepaard gaan. Nemen zij niet vrolijk geld aan uit voor hen bedenkelijke hoek? Weten ze wel met welke motivatie zoveel geld wordt gegeven aan joodse projecten en Israël? Als je dat aan joodse fundraisers in Israël en Nederland voorlegt, zeggen ze dat ze die ideeën aan hun laars lappen en dat geld wel kunnen gebruiken. Dat vind ik bedenkelijk. Ik vind dat ze met die mensen daarover het gesprek aan moeten gaan.»

Rabbijn Lody van de Kamp is vice-voorzitter van de CDA-afdeling in Amsterdam en zit in de stadsdeelraad Zuider-Amstel. Hij werkt samen met verschillende christelijke organisaties — waaronder Christenen voor Israël — en houdt spreekbeurten in kerken door het hele land. Van de Kamp is het oneens met Schoon dat eerst kritische vragen moeten worden gesteld alvorens geld wordt aangenomen uit christelijke hoek. «Ik weet heel goed dat veel christenen uit orthodox-christelijke en evangelische hoek diep in hun hart nog steeds vinden dat joden zich moeten bekeren en dat ze zelf de oorzaak zijn van de holocaust. Vaak genoeg komen mensen na afloop van een dienst naar me toe om me dat duidelijk te maken, ook predikanten. Echter, als een christelijke mevrouw geld wil geven voor Israël of een joodse school hier in Nederland, kan het me niet schelen of ze dat nu doet omdat ze veel van het jodendom houdt of omdat ze graag ziet dat joden zich bekeren. Vanuit het Nieuwe Testament gezien is het een heel legitieme gedachte om te denken dat joden zich moeten bekeren. Van mij mag die mevrouw dat geloven, zolang ze er mij maar niet mee lastig valt.» Geldt dat ook voor een gift of hulp van Oosteuropa-zending? Van de Kamp: «Nee, van zo’n organisatie zou ik nooit geld aannemen, omdat die expliciet spreekt van zending onder de joden.»

Grote gevoelens van dankbaarheid voor de christelijke giften kent Van de Kamp ook weer niet. «Ik vind het mooi dat ze geld geven, maar als ze ermee zouden stoppen zou ik er mijn schouders over ophalen. We hebben het tweeduizend jaar zonder de steun van christenen gered, of beter gezegd: ondanks de christenen, dus die steun hebben we nu ook niet nodig. Als ik echt steun wil, kijk ik naar boven.»