Ovidius, Lessen in liefde

Liefdeslessen

Ovidius

Lessen in liefde. Ars amandi en

Remedia amoris

Vertaald door M. d’Hane-Scheltema

Athenaeum-Polak & Van Gennep

208 blz., € 30,-

Is liefde leerbaar? Dat ligt eraan wat je eronder verstaat. Gaat het om het in stand houden van een bestaande verbintenis, dan zullen relatietherapeuten, alleen al om redenen van geldelijk gewin, beweren dat een serie goede gesprekken en een flinke portie huiswerk wonderen kunnen doen. Ook op seksueel terrein behoeft niemand uit onwetendheid te falen. Seksuologische handleidinkjes kun je in iedere boekhandel aantreffen en de televisie legt ons eens in de zoveel jaren uit hoe je moet neuken. Maar helaas, noch het bestendigen van een relatie waar de fut uit is, noch een perfecte beheersing van de fellatio heeft iets met liefde te maken, en literatuur erover is zonder uitzondering deprimerend.

Toen Ovidius rond het begin van onze jaartelling een leerdicht over Amor schreef, had hij dan ook iets anders op het oog. In dit subversieve gedicht gaat het om versiertrucs en overspel, om retorica en de hogere kunst van het veinzen. Ook dat heeft niets te maken met liefde, maar wel alles met erotiek. In tegenstelling tot seks en gesprekstechnieken is erotiek een bij uitstek ongrijpbaar fenomeen, waarbij het begrip deskundigheid iedere betekenis verliest. En Ovidius wist dat. Waarom schreef hij dan de Ars amatoria?

Vermoedelijk waren het vooral poëticale overwegingen die de wendbare dichter deden besluiten aan dit gedicht te beginnen. Het leerdicht is, in weerwil van de pretentie die het uitdraagt, een extreme vorm van fictie. Geen boer haalt het in zijn hoofd bij een landbouwkundig probleem Hesiodos’ Werken en dagen of Vergilius’ Georgica te raadplegen, geen arts heeft baat bij Bilderdijks De ziekte der geleerden. Kun je bij een goede roman nog wel eens het idee hebben dat je er iets van leert, bij een leerdicht is dat vrijwel nooit het geval. Ovidius heeft dat goed gezien en daarom het meest onleerbare onderwerp gekozen dat hij kon bedenken, een onderwerp bovendien waarin hij als dichter van erotische poëzie goed thuis was. De Ars amatoria is een briljante parodie op een onmogelijk genre.

Daar komt bij dat hij het werk schreef tijdens het bewind van keizer Augustus, die na honderd jaar burgeroorlog een ethisch reveil had aangekondigd waarbij het geneuzel van Donner en Balkenende verbleekt. Er werden zware straffen op overspel gezet en grote gezinnen kregen subsidie, wat de vader des vaderlands er overigens niet van weerhield zijn libido op peil te houden met een onafzienbare reeks maagden. Augustus was not amused toen de bekendste dichter van zijn tijd een vurig pleidooi voor erotische escapades publiceerde, een quasi-wetenschappelijk betoog waarin brave huisvaders als sukkels worden gepresenteerd en trouwe eega’s domweg niet bestaan.

De Ars bestaat uit drie boeken. In het eerste legt Ovidius uit hoe je een vrouw moet versieren, in het tweede hoe je haar een tijd voor jezelf kunt houden, het derde boek richt zich zogenaamd tot de vrouw — zogenaamd, want de adviezen zijn uitsluitend bedoeld om mannelijke lezers te prikkelen. Ten slotte schreef Ovidius nog een boek waarin hij vertelt hoe je weer van je maîtresse af kunt komen, want liefde is een irritante emotie.

Bij Ars en Remedia kun je je twee dingen afvragen: ten eerste of Ovidius zijn rol van leraar overtuigend speelt, ten tweede of het een genoegen is deze ongein te lezen. De eerste vraag kan volmondig ontkennend worden beantwoord, want Ovidius grossiert in flagrante tegenspraak. Je moet er goed uitzien, anders ben je niet aantrekkelijk, maar je moet er slecht uitzien, anders is je verliefdheid niet overtuigend. Uitstel wakkert de liefde aan, uitstel dooft de hartstocht. Schrijf geen liefdesgedichten, daarin is geen vrouw geïnteresseerd, maar iedere vrouw zwelgt in de liefdesgedichten van Tibullus, Propertius en — wie anders — Ovidius.

Heel bont maakt de instructeur het als hij adviezen geeft om de lust te verminderen: «kies in bed een houding/ die jou het minst intiem lijkt, of die haar niet siert». En als je bent klaargekomen, «richt dan je blik maar goed op alles wat haar lichaam/ ontsiert en lelijk maakt, en prent dat in je hoofd». Absurd is de raad om je geliefde niet te vertellen wat je allemaal niet aan haar bevalt, want voor je het weet heeft ze haar gebreken hersteld, en dat was nu juist niet de bedoeling.

Is het ook goede poëzie? Het Latijn is spitsvondig en klinkt als een klok, sommige tafereeltjes zijn buitengewoon treffend geschetst, maar met diepgang of schoonheid heeft het allemaal niets te maken. Marietje d’Hane-Scheltema, die eerder onder meer Ovidius’ Metamorphosen en Vergilius’ Aeneis vertaalde, heeft gekozen voor soepele zesvoetige jamben met veel binnenrijm, die de frivole ironie vaak perfect weten te treffen. «Als iemand in dit land de liefdeskunst ontbeert,/ hij leze dit gedicht en zal volleerd beminnen.» Wat dus iets anders is dan liefhebben.