Toneel

Liefdespaar in de Kaukasus

Toneel: Ali en Nino door Theater De Engelenbak

Ik had, eerlijk gezegd, nog nooit van hem gehoord. Essad Bey, alias Lev Nussimbaum, alias Kurban Said – wandelende jood in de Kaukasus, eerste biograaf van Josif Stalin, kroniekschrijver over de Kaukasische olie, en tot slot au teur van de veel vertaalde roman Ali en Nino, een bizar liefdesverhaal in Bakoe (Azerbeidjan) en omstreken. Die roman (Bezige Bij) heb ik het afgelopen weekend verslonden. Een tragisch verhaal over de jonge moslim Ali Khan Shirvanshir en zijn Georgische christen geliefde Nino Kipiani, dochter van hoge, adellijke geboorte. Niet echt Romeo en Julia: ze krijgen elkaar, ze trouwen zelfs (met toestemming van de ouders). Maar er komt eerwraak tussen, Ali vermoordt de ontvoerder van Nino. Hij schopt het tot secretaris van de minister van Buitenlandse Zaken van het vrije Azerbeidjan. Hij sterft tijdens het beleg door het Rode Leger van Bakoe, april 1920, waarbij de Russen Azerbeidjan inlijven in de Sovjet-Unie.

Dat het verhaal van Ali en Nino geen happy end zou kennen, hing in de lucht. De Iraanse regisseur/ acteur/auteur Ali Kouchiry en de Nederlandse regisseur/acteur/ auteur Helmert Wou denberg be werkten de we reldhit Ali en Nino voor het podium van Theater De Engelenbak. Ze spelen zelf mee in een cast van jonge en oude niet-professionele acteurs, autochtoon en allochtoon door elkaar. Veel dilettanten op de speelvloer, echte liefhebbers van het vertellen van een goed verhaal. De voorstelling Ali en Nino is een pleidooi voor verdraagzaamheid. En ook een bijna brechtiaanse vertelling over etnische onverdraagzaamheid. Voor Theater De Engelenbak, dat de voorstelling produceerde, is het een jubileumvoorstelling: dit na tionale podium voor amateur toneelspelers bestaat dit jaar dertig jaar. Ze hebben naar verluidt moeten knokken voor de rechten, de tekst is zeer gewild, binnenkort begint de Nederlandse cineast Pieter Verhoeff aan de (Engelstalige) verfilming van het boek.

Op een tafel met wat stoelen rechts en een enkele stoel links na is het speelvlak leeg. Er zijn coulissen die wel lijken te zijn gehaakt, reusachtige varianten op wat mijn grootouders «antimakassar» plach ten te noemen: kleedjes op hoofdleuningen van fauteuils. Op het witte achterdoek verschijnen regelmatig wonderlijke filmanimaties (Jan Woudenberg) die de vertelling landschap, dynamiek, schoonheid en historie geven. Het verhaal is gekapt in een grote reeks korte scènes die snelheid wil suggereren maar het geheel (dat komt maar op, dat gaat maar af) ook wel wat slepend maakt. Daar staat een groot speelplezier tegenover. Met name Ali (Jimmy Paul van Rinsum) en Nino (Marte Barends) zijn sterk bezet, ze spelen met een soort overrompelend naturel waar de betere amateurs patent op hebben: het lijkt ze allemaal te komen aanwaaien, terwijl ze hun stinkende best staan te doen, en dat merk je dan weer als ze er nét even naast zitten.

Ik ben dol op dit soort toneelavonden omdat ze onderstrepen dat de toneelspeelkunst uiteindelijk een menselijke kunst is, door mensenhanden uit mensenlijven geboetseerd. Daar komt – ook op deze theateravond – soms een behoorlijke dosis houtenklazerigheid aan te pas, maar dat vergeef je de spelers, zeker als ze ambities hebben met het verhaal dat ze vertellen. Dat is hier het geval. Wat begint als onschuldige kalverliefde groeit uit tot een tragedie in een gebied waar het oosten en het westen elkaar voortdurend tegen het lijf lopen, een smeltkroes van geloven en culturen, een decor van bloed en onbegrip. Op de fiets terug naar huis dacht ik: ik weet niet of minister Rita Verdonk van toneel houdt, maar misschien moet ze deze maand toch even langs in de Amsterdamse Nes.

Tot en met zaterdag 22 oktober, behalve maandag en dinsdag, aanvang 20.30 uur, zondag matinee 14.30 uur. Reserveren: 020-6266866 of via www.engelenbak.nl of www.indeNes.nl , inlichtingen: www.theaterdetocht.nl