Muziek

Liefdevolle anarchie

MUZIEK Björk

‘All I wanted to do for this album was just to have fun’, zei Björk over de totstandkoming van haar nieuwe album Volta. Het klinkt verdacht luchtig uit de mond van een artieste die al jaren balanceert op de rand van pop en experiment, en wier drie laatste platen nogal aan de serieuze kant waren. Zwaartepunt: het inktzwarte, bijna gotische minimalisme van Medúlla uit 2004, dat met één been in de avant-garde stond. Indringend, dat zeker, maar te lachen viel er weinig. Zo’n limoentjesfrisse dweil van luchtigheid en lol door de muziek klinkt dan ook als een welkome afwisseling, maar wie gierend van de voorpret de feestneus tevoorschijn haalt kan maar beter oppassen. Björk is en blijft een grenzenopzoekster, en dat is ook op Volta niet anders. De lol is nooit onbezorgd.
Aan de oppervlakte lijkt het anders. Er is de cartooneske hoes, met Björk in technicolor Teletubbie-pak op enorme poten, en er is de veelbesproken samenwerking met producer en hitmachine Timbaland. De terugkeer naar het gebruik van beats wordt gevierd in de vrolijk marcherende single Earth Intruders en de stotterende stamppop van Innocence. Daarmee lijkt Volta aanvankelijk de uitbundige keerzijde van haar duistere voorganger, met een anything goes-_adagium en het eclectische instrumentenarsenaal dat daarbij hoort. _Volta is in eerste instantie eigenlijk vooral heel erg Björk. Melodieën lijken aanvankelijk knullig of juist overcomplex, en komen pas na vijf luisterbeurten tot volle bloei. En als altijd vouwt ze haar woorden als origami zorgvuldig om de adembenemende en gedetailleerde muziek heen, die dit keer een midden weet te vinden ergens in het schemergebied tussen hiphop, Japanse traditionals en blazersmuziek.
Maar van binnen broeien de zorgen. Irak, terrorisme en de tsunami zijn ook tot Björk doorgedrongen. Dat zijn anno 2007 niet bepaald opzienbarende onderwerpkeuzes te noemen, belegen haast, maar geheel nieuw voor Björk, die tot dusver uitsluitend in een eigen universum leek te verkeren. Dat is voorbij. Blind voor de lelijke kanten van het leven is ze niet meer, al heeft ze er nogal kinderlijk simpele oplossingen voor. Zo roept ze in Earth Intruders op tot het afschaffen van religie, moeten we ons vooral niets aantrekken van landsgrenzen en wereldleiders, en zingt ze in Hope: What’s the lesser of two evils? If a suicide bomber, made to look pregnant, manages to kill her target or not? Om vervolgens te concluderen: Well I don’t care/ Love is all.
Sceptici zullen zeuren over zulke simplistische redeneringen, maar Volta draait om hoop, en daar gaat het om. De boodschap komt in vele verschijningsvormen tot ons, of het nu in de twee met tederheid doordrenkte duetten met Antony Hegarty (Antony & The Johnsons) is, of in de opruiende, extatische technonoise van Declare Independence, haar meest compromisloos harde nummer tot nu toe. ‘Declare independence, don’t let them do that to you! Make your own flag!’ krijst ze opruiend boven het gestamp uit. Het is Volta in een notendop: één grote, aandoenlijke oproep tot liefdevolle anarchie, zelfredzaamheid en optimisme. Een oproep waar je, hoewel je beter weet, maar al te graag in meegaat.

Björk, Volta (Atlantic)