Liefst klassiek

Schuins beziend is een vertaling van een boek van Slavoj Zizek dat al een tijdje op de markt is (uitgeverij Boom), maar ik heb het pas onlangs gelezen. Ik zal direct bekennen dat het lezen niet vanzelf ging. Zizek is een belezen psychoanalyticus en hanteert virtuoos een soms hermetisch lacaniaans jargon. Dat is niet altijd een genoegen.

De reden dat ik toch ben blijven doorlezen is dat hij op een prikkelende manier over film schrijft. Hij ziet film als een rijk medium dat vol zit met inzichten die hem van pas komen bij het opbouwen van een theorie over waarneming. Soms kreeg ik het gevoel dat bij hem de films naar de mensen keken in plaats van andersom. Het is maar een kwestie van standpunt. Er is kennelijk een buitenstaander voor nodig om er eens op te wijzen dat films een eigen leven hebben en een vaak te weinig benutte diepgang.
Zizek doet zijn voordeel met films door ze naar zijn eigen hand te zetten. Dat is beslist een van de leuke kanten van het boek. Hij gaat vrijzinnig en oneerbiedig om met tot klassiekers verheven meesterwerken. Zo veroorlooft hij zich met The Birds van Alfred Hitchcock een aardig gedachtenexperiment. Hij stelt zich de film voor zonder vogels. Hij maakt aannemelijk dat de film op een psychologisch niveau aan betekenis zou winnen (hij beweert uiteraard niet dat het dan een betere film zou worden, we hebben hier niet te maken met een domme man) en maakt zo op een effectieve wijze duidelijk waaruit de onderliggende teneur van de film bestaat. Het gaat om de moeder. De vogels leiden maar af als boodschappers van het slechte nieuws.
Zizek deconstrueert graag zelf het filmmedium. Filmmakers als Jean-Luc Godard, die dat binnen het medium op verbluffende wijze al gedaan hebben, genieten niet zijn voorkeur. Hij heeft een uitgesproken voorkeur voor de klassieke verhalende publieksfilm. Zeg maar de ouderwetse spannende film. Filmmakers met psychologische diepgang of, nog erger, filmmakers die onderlegd zijn in het psychoanalytische gedachtengoed worden door hem gemeden als de pest. Ja, bij zijn geliefde Hitchcock (van Hitchcock weet je nooit genoeg, is een van zijn gevleugelde uitspraken) tref je regelmatig ook een snufje Freud aan, maar dat lijkt meestal meer dan het is. In feite wordt de motor bij Hitchcock gevoed vanuit oudere verhalende bronnen.
Vreemd genoeg is het juist de oneerbiedige houding van Zizek ten opzichte van films die het belang van het medium herstelt of zelfs opwaardeert. Als hij een harde pornoscène verzint bij een romantisch liefdesdrama, kun je dat zien als een aantasting van de waardigheid van zo'n film. Je kunt ook bedenken dat op deze manier een film veel meer is dan een vorm van makkelijk consumeerbare ontspanning of in het gunstigste geval cultuur. Film is bij Zizek een wezenlijk onderdeel van ons denken en voelen. Zonder film zijn we niet eens in staat om de wereld om ons heen te zien, laat staan haar te begrijpen.
Lacan schijnt ooit beweerd te hebben dat de vrouw niet bestaat. Zizek haalt het bij diverse gelegenheden aan. Nergens zegt Zizek dat de film niet bestaat, maar toch lijkt mij dat de enige denkbare conclusie uit zijn boek. Vanaf het scherm wordt teruggekeken naar de toeschouwer, die van schrik zijn eigen film maakt naar aanleiding van de beelden die op het doek worden geprojecteerd.
Dat Slavoj Zizek uit het Sloveense Ljubljana komt en niet uit New York of Parijs, heeft enig opzien gebaard. In een recensie in NRC Handelsblad van het boek dat hij al in de late jaren tachtig moet hebben geschreven, werd lang stilgestaan bij het feit dat hij zweeg over de oorlog op de Balkan. Iedereen mag kennelijk cultuurtheoretische boeken schrijven, maar niet een voormalige Joegoslaaf. Die is veroordeeld tot politieke analyse.