Op de een of andere manier beland ik best vaak op avondjes waar op een gegeven moment de ultieme test wordt gedaan. Ik heb het nu niet over verjaardagsfeestjes waar blind moet worden geraden wat de echte slagersleverworst is versus die van de buurtsuper, maar over cultureel hoogwaardige bijeenkomsten waar een forum van wijze mannen (m/v) ten overstaan van een belezen publiek tot ferme uitspraken komt over… Ja, waarover níet? In ieder geval is er altijd wel iemand die concludeert dat vrouwen écht niet anders, laat staan ‘minder goed’ kunnen schrijven dan mannen, en die persoon wil dat dan ook onmiddellijk bevestigd zien door blaadjes uit te delen onder het publiek met daarop anonieme fragmenten uit literaire meesterwerken. Afhankelijk van de stand van de techniek ter plaatse worden vervolgens de steevast verpletterende resultaten op een groot scherm vertoond of gewoon de zaal in gebruld. Ha! Jullie dachten dat deze lyrische natuurbeschrijving uit een vrouwelijke pen vloeide? Louis Couperus zul je bedoelen! En dat deze strakke scène op de snelweg afkomstig was van een mannelijk auteur? Dat was toch echt niemand minder dan Wanda Reisel! Het zijn bijna rituele pogingen tot bezwering van een eeuwenoud schandaal: er is geen gelijkheid in de wereld. Het is niet eerlijk. Mannen maken literatuur. Vrouwen schrijven vrouwenboeken.
Vorige week las ik in Brussel een verhaal voor, samen met een Vlaamse collega. Ik bedoel: ik las een verhaal, en hij las een verhaal. Ga jij maar eerst, zei hij, man, hoofs. Nee ga jij maar eerst, zei ik, vrouw, empathisch. Onze drijfveren waren dezelfde: we wilden er allebei zo snel mogelijk van af zijn, maar ook de ander tegemoetkomen. Achteraf was ik blij dat de mannelijke hoofsheid won. Ik had mijn zegje gedaan en kon me gevoeglijk laten meevoeren op zijn verhaal.
Nu is luisteren geen sinecure. Ik weet niet precies waar al die zogenaamde luisterboeken hun zogenaamde populariteit aan te danken hebben, maar ik kan me er weinig bij voorstellen. Boven een boek kun je in slaap vallen en daarna de draad weer oppakken. Een luisterboek ratelt maar door, en tegen de tijd dat je wakker bent weet je niet meer tot waar je terug moet spoelen. Maar goed, bij deze Vlaamse collega had ik geen moeite om wakker te blijven. Vanaf zin één had hij me te pakken. Hoe dat kwam?
Laat ik maar meteen tot de kern van de zaak komen: het was zijn knoestige ernst in combinatie met de intensiteit van zijn tekst. Zoals hij daar zat, spijkerbroek, overhemd, nors hoofd, een beetje wijdbeens, een beetje let-niet-op-mij en een beetje mag-ik-hier-weg… Zoals hij sprak, met onverholen weerzin, nog net niet zuchtend. En dan zijn verhaal. De rug heette het, en het was geschreven vanuit het verlangen van een schilder de rug van zijn geliefde vast te leggen. Het verhaal bestond uit verschillende liefdesbrieven, stuk voor stuk beginnende met: ‘Liefste…’ Liefste… Toch al zo’n ultiem woord. Als je eenmaal iemand je liefste hebt genoemd, gebruik je dat nooit meer voor een ander. Ik keek naar die schoenen, bruin en plat en non-descript, ik hoorde dat weerspannige ademhalen bij iedere zin, ik luisterde naar die grote woorden van verlangen en woede en eenzaamheid, en ik dacht…
Het zit ’m niet in de tekst. Het zit ’m in de afzender. (Het zit ’m in het geslacht van de afzender, had ik eigenlijk willen schrijven, maar dat staat zo plastisch.) Stel je voor dat ik zijn verhaal had voorgelezen en hij dat van mij. De mensen in de zaal hadden heel andere verhalen gehoord. Mijn verhaal, over een vrouw die er onhaalbaar hoogstaande principes op nahoudt, had zomaar kunnen winnen aan abstractiegraad. Maar zijn De rug – nogmaals: een prachtig verhaal, duidelijk geschreven op het scherp van de snede – zou uit mijn mond klinken als een verhaaltje voor een damesblad. Hoge hakken, hoge stem, en dan groots en meeslepend van de liefde en het verlangen spreken. Sterker nog: het woord ‘liefste’ meer keren in de mond nemen. Ja ja, zouden de mensen in de zaal denken, hysterica die je bent. Met eerlijkheid, en of Wanda Reisel toch echt een mannelijker stijl heeft dan Louis Couperus, heeft het bij nader inzien helemaal niks te maken. Meer met voorspelbaarheid, en met domeinen die van oudsher mannelijk dan wel vrouwelijk zijn. Noemt een man, brommend en wel, iemand zijn ‘liefste’, dan geloof je hem.