Lieve islamieten

Tegenwoordig word ik geconfronteerd met ‘De Lieve Islamiet’.
Geloof ik niet dat er islamieten zijn, is dan de vraag, die helemaal niets moeten hebben van al-Qaeda en de Hofstadgroep, maar die domweg willen opgaan in de Nederlandse samenleving als gewone burgers?
Ja, natuurlijk geloof ik dat. En ik geef dan het bekende antwoord: ‘Er zijn en waren ook heel aardige communisten, heel aardige katholieken en er zullen ook vast heel aardige nazi’s zijn geweest.’
Mensen vinden het eigenlijk vreemd dat ik moslims ken, maar toch is dat zo. En de moslims die ik ken, zijn bijzonder aardig. Ik geloof niet dat ze enig kwaad in de zin hebben.
Maar…
Het gaat, zoals vriend Martien Pennings onlangs kort en helder zei, ‘over het eindoordeel van het systeem’.
De vraag die moet worden beantwoord is: wat is het einddoel van al die regeltjes, normen, directieven, imperatieven, et cetera et cetera?
Ik weet nog heel goed dat ik studeerde en met de historiciteit van het marxisme in de weer was en opeens fysiek voelde dat ik met het historisch eindoordeel van het communistisch systeem niet kon leven.
Ik zat op een ‘col’ in de Dordogne en kon het fysiek niet aan om communist te blijven, terwijl ik net kampeerde op een buitengewoon aardig, lief communistisch kamp, waar ik nog wel eens heimwee naar heb.
Karel van het Reve heeft hetzelfde meegemaakt en vertelde dat hij zich nog steeds het meest vertrouwd voelde bij oud-communisten. Die begreep hij, tenminste, hij kende hun wereld.
Ik herinner me ook de moeite die het mij kostte om te vertellen hoe ‘rechts’ ik eigenlijk was. Wat me problemen bezorgde was dat ik alles van rechts zo lelijk vond.
Rechtse muziek – dat was dixieland.
Rechtse kunst – dat was naturalisme.
Rechtse humor – dat was corpsballenhumor.
Rechtse meisjes – die droegen nou eens nooit hun borsten los in de bloes.
Dat je zelf tot iets ging behoren, uit vrije wil, waarvan de oppervlakte je zo walgelijk voorkomt – dat blijft een wonderlijk iets. Blijkbaar won het hoofd het van het hart.
Al die vooroordelen zijn weggenomen.
(Ik weet nog dat ik het een schok vond toen ik ongeveer veertig jaar (!) geleden Frank Zappa interviewde voor de schoolkrant – interview helaas nooit verschenen omdat we de Telefunken-bandrecorder van mijn vader niet aan kregen en we nauwelijks Engels beheersten – en Frank hoorde zeggen dat Bob Dylan toch echt ‘right wing’ was. ‘No, he’s left wing’, zei ik. ‘No, right wing.’ Ik heb altijd gedacht dat ik dat verkeerd had verstaan, tot ik Pete Seeger, de man van ‘We’ll walk hand in hand’ hoorde vertellen dat hij afstand had genomen van Bob Dylan omdat hij zo ‘right wing’ was.)
Ik snap dan ook wel dat islamieten niet meteen van hun geloof kunnen geraken. Dat is een lang en pijnlijk proces. Je verraadt niet alleen Allah, maar ook je grootouders, je ouders, je broers en zusters. Dat kan ook alleen maar gaan middels een vorm van hypocrisie.
Maar dat betekent niet dat ik het niet moet bestrijden en de belachelijke consequenties van dat geloof moet aantonen.
Hypocrisie zie ik genoeg, maar eerder om de doelstellingen van de islam te verwezenlijken dan om ze te bestrijden.
Tariq Ramadan is zo’n hypocriet, een persoon wiens denkbeelden ik veracht, en ik niet alleen. Van Joost Zwagerman mag ik hem geen fascist noemen, maar hij lijkt er wel verdomd veel op. (Hij is al goed bestreden in De Groene.)
Ik zie me nog van die col komen in de Dordogne.
Ooit kwam Mohammed ook van een berg, heb ik begrepen.